Grote poppenrover

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Grote poppenrover
Calosoma sycophanta.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Coleoptera (Kevers)
Familie: Carabidae (Loopkevers)
Geslacht: Calosoma (Poppenrovers)
Soort
Calosoma sycophanta
Linnaeus, 1758
Afbeeldingen Grote poppenrover op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Grote poppenrover op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De grote poppenrover (Calosoma sycophanta) is een kever uit de familie loopkevers (Carabidae). De kever heeft een groene kleur en kan een lengte van bijna drie centimeter bereiken. Het is een van de grotere Europese keversoorten en de bekendste soort uit het geslacht van de poppenrovers (Calosoma).

De grote poppenrover is een bewoner van dichtbegroeide bossen tot meer open landschappen als agrarische gebieden en komt voor in delen van Europa en Azië. De grote poppenrover is zeer sterk bedreigd in België en is in Nederland sinds enkele decennia uitgestorven. De kever wordt gezien als een nuttig insect omdat vooral andere insecten die aan planten knagen zoals rupsen op het menu staan. Om die reden is de soort uitgezet in onder andere de Verenigde Staten en Canada.

Naamgeving en taxonomie[bewerken]

De wetenschappelijke geslachtsnaam Calosoma bestaat uit twee Griekse woorden; Calo dat is afgeleid van Kalos en 'mooi' betekent, en soma dat lichaam betekent. De Nederlandse naam grote poppenrover slaat op de grotere lichaamslengte en de voedselvoorkeur. In de Nederlandse taal zijn veel alternatieve namen voor de kever, zoals grote poppendoder, grote rupsendoder, muskustor, poppenrover en rupsenjager.[1]

De grote poppenrover werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Linnaeus in 1758 als Carabus sycophanta. Er worden geen ondersoorten erkend.[2]

Verspreiding[bewerken]

De grote poppenrover komt oorspronkelijk voor in Europa en Azië. In westelijk Europa waartoe België en Nederland behoren is de kever zeldzaam maar in het zuiden en oosten is de soort meer algemeen.[3] In Nederland werd de kever vroeger wel gevonden in bossen en bij bosranden vooral op de Veluwe maar sinds de jaren 50 is de soort hier niet meer gezien.[4] Ook in het Zuid-Limburgse Heuvelland kwam de grote poppenrover voor maar is hier uitgestorven.[5]

In België is de kever eveneens zo goed als uitgestorven, uit een inventarisatie uit 2008 bleek dat de kever alleen voorkwam op een enkele locatie in Belgisch Limburg, in het uiterst zuidoostelijke puntje van het land.[6]

Vanwege de voorkeur voor harige rupsen is de kever als biologische bestrijding ingevoerd in de Verenigde Staten. Het hoofddoel van de introductie was het verdelgen van de plakker (Lymantria dispar). De kever komt inmiddels voor in de staten Delaware, Maine, Maryland, New England, Pennsylvania en West Virginia. De kever heeft zich verspreid tot zuidelijke delen van Canada.[7]

Kenmerken[bewerken]

Lichaamsdelen van de kever
De larve van de grote poppenrover, kopzijde links

De grote poppenrover bereikt een lengte van 17,5 tot 28 millimeter en valt op door het glanzende lichaam en de gegroefde dekschilden.[3] Net als andere kevers bestaat het lichaam uit een kop (A), een borststuk of thorax (B) en een achterlijf of abdomen (C). Het borststuk is het grootste lichaamsdeel, het is aan de voorzijde begrensd door een insnoering tussen het eerste potenpaar onder het halsschild of pronotum. Het achterste deel wordt aan het oog onttrokken; de achterste twee potenparen zijn onder de dekschilden gelegen. Aan de onderzijde van het achterlijf zijn zes buikplaten of sternieten aanwezig die de buikzijde beschermen.

De kop valt op door de zijwaarts uitpuilende, kraalachtige ogen die lichter van kleur zijn dan de kop zelf. De monddelen zijn relatief groot en duidelijk zichtbaar, de kaken (1) zijn groot en ook de kaaktasters (2) zijn goed te zien. De antennen (3) zijn zwart en dun maar duidelijk gesegmenteerd. De antennes hebben altijd 11 segmenten en geen verdikkingen, ze zijn tussen de ogen en de kaakdelen gelegen.[7]

De kever heeft in vergelijking met andere loopkevers een gewelfd en aan weerszijden overhangend halsschild en de dekschilden die het achterste deel van het lichaam bedekken hebben een patroon van diepe lengtegroeven. Het halsschild is blauwachtig van kleur, de dekschilden hebben een groene kleur. Zowel het halsschild als de dekschilden hebben echter een iriserende, metaalachtige glans, zodat de groene dekschilden onder een bepaalde lichtval een oranje tot koperbruine kleur hebben.

De drie paar poten zijn zwart en ongeveer gelijk van vorm, de poten zijn lang en sprieterig, wat ze geschikt maakt om snel te rennen. De poten zijn met de heup of coxa aan het lichaam gehecht welke op de afbeelding niet is te zien. Bij de voorpoten (4) is de dij aangegeven, dit is het breedste deel van de poot. Bij het middelste potenpaar (5) is de scheen (tibia) aangegeven, aan het einde hiervan zijn altijd twee kleine stekeltjes of sporen aanwezig. De achterpoot (6) ten slotte geeft het laatste deel van de poot aan; de voet of tarsus. Deze is geleed en bestaat uit vijf delen die de tarsi worden genoemd.[7]. Aan het laatste deel zijn altijd twee klauwtjes aanwezig, dit zijn kleine haakjes waarmee de kever zich vasthoudt aan het substraat.

Larve[bewerken]

De larve is uit het ei slechts enkele millimeters lang en geheel zwart van kleur. Een grotere larve doet rupsachtig aan en is grotendeels wit van kleur. Het grootste gedeelte van het lichaam wordt echter aan het zicht onttrokken door de rij stevige platen aan de bovenzijde van het lichaam, die zwart van kleur zijn. Elk lichaamssegment heeft een dergelijke brede plaat die tergiet wordt genoemd. Aan de zijkant van het lichaam is onder iedere plaatrand een ademopening of stigma gelegen, en onder elk stigma zijn meerdere kleine, zwarte 'bulten' aanwezig. Wat direct opvalt aan het lichaam is de duidelijke oranje kleur aan het achterste segment, die dient als waarschuwingskleur, dit segment is voorzien van twee kleine, verharde stekeltjes.

Onderscheid met andere soorten[bewerken]

De grote poppenrover is met weinig andere kevers te verwarren. Er komen wel andere groen-glanzende loopkevers voor met sterk gegroefde dekschilden maar deze blijven aanmerkelijk kleiner, zoals de gouden loopkever (Carabus auratus). Bovendien hebben ze een kleiner halsschild en hebben een sterker afgeplat lichaam. De soort Calosoma scrutator wordt echter groter en kan tot 36 millimeter lang worden.[8] Ook het uiterlijk lijkt sterk op dat van de grote poppenrover, maar omdat Calosoma scrutator alleen in Noord-Amerika voorkomt is er in het veld geen verwarring. Met andere verwante soorten zoals Calosoma auropunctatum is de grote poppenrover eenvoudig te onderscheiden doordat deze soort rijen kleine gele vlekjes op de dekschilden heeft. Calosoma auropunctatum is bovendien een bodembewoner die van de rupsen van uiltjes leeft.[9]

Levenswijze[bewerken]

De volwassen kever is in tegenstelling tot veel loopkevers vaak in bomen te vinden.
De pop van de kever bevindt zich ondergronds.

De grote poppenrover behoort tot de loopkevers maar heeft enkele afwijkende kenmerken, zoals het vrij brede lichaam dat bij de meeste loopkevers smaller is. Ook leeft de kever op enige hoogte in bomen en struiken om op rupsen te jagen. De meeste loopkevers zijn strikte bodembewoners die niet klimmen. ten slotte is de grote poppenrover in tegenstelling tot veel loopkevers -uitgezonderd de zandloopkevers- een goede vlieger die zich gemakkelijk kan verplaatsen.

De grote poppenrover is een warmteminnende soort en is een bewoner van bossen waar de kever te vinden is in de kroonlaag van bomen en in hogere struiken waar naar prooien gezocht wordt. Ook de larven klimmen vaak in tegenstelling tot de meeste keverlarven die in de strooisellaag naar voedsel zoeken. De kever laat zich slechts gedurende de zomermaanden zien en brengt de meeste tijd door onder stenen, houtblokken, in een holletje onder de grond, tussen boomwortels en tussen bladeren. Bij een gebrek aan voedsel of bij ongunstige weersomstandigheden wordt de kever ook wel binnenshuis aangetroffen.[7] De grote poppenrover heeft vleugels en is bovendien een goede vlieger zodat nieuwe gebieden gemakkelijk worden gekoloniseerd. Bij andere loopkevers zijn de vleugels wel aanwezig maar kunnen niet meer worden gebruikt om te vliegen.

Voortplanting[bewerken]

De grote poppenrover behoort net zoals alle kevers tot de holometabole insecten en kent een volledige gedaanteverwisseling. De larve lijkt niet op het volwassen insect maar is langwerpig en wormachtig. De larve vervelt meerdere malen tot uiteindelijk de verpopping plaatsvindt en uit de pop kruipt ten slotte de volwassen kever.

De grote poppenrover komt rond juni tevoorschijn uit de winterslaap waarna de paring plaatsvindt. De eitjes worden afgezet in de bodem en de embryonale ontwikkeling is na ongeveer een week voltooid wanneer de larven tevoorschijn komen.[10] Als de larven uitkomen zijn ze enkele millimeters lang, ze groeien echter al snel uit naar een monsterachtig, bepantserde eetmachine die in bomen klimt om naar prooien te zoeken. Zie voor een beschrijving van de larve onder kenmerken. De larve vervelt verschillende malen waarbij het lichaam steeds groter wordt, het larvale stadium duurt ongeveer twee tot drie weken. Als de larve is volgroeid graaft deze een holletje in de bodem en vindt de verpopping plaats. Ongeveer vier weken later verschijnt de volwassen kever.[10]

In tegenstelling tot veel andere insecten leven de volwassen loopkevers veel langer dan hun larven. De gehele ontwikkeling van ei tot larve duurt bij de grote poppenrover inclusief popstadium onder gunstige omstandigheden nog geen twee maanden. De volwassen kever kan echter twee tot vier jaar oud worden.[3]

Voedsel[bewerken]

Een larve met een buitgemaakte rups van de plakker.

De grote poppenrover is net als alle loopkevers een carnivoor die leeft van andere insecten en dan voornamelijk de larven. Op het menu staan vooral rupsen en omdat deze op verschillende manieren overlast veroorzaken bij de mens wordt de kever gezien als een nuttig insect.

Tot de rupsen die op het menu staan, behoren enkele soorten die voor andere dieren oneetbaar zijn, zoals de plakker (Lymantria dispar), de bastaardsatijnvlinder (Euproctis chrysorrhoea) en de larven van de processievlinders zoals de eikenprocessierupsen (Thaumetopoea processionea) en de dennenprocessierups (Thaumetopoea pityocampa).[2] Dergelijke rupsen hebben zogenaamde brandharen op het lichaam, wat ze oneetbaar maakt voor vrijwel alle dieren met slijmvliezen, zoals vogels, amfibieën en zoogdieren. Als dergelijke rupsen in grote hoeveelheden voorkomt in bewoonde gebieden, kunnen de brandharen tot overlast zorgen en hierdoor worden de rupsen wel als plaaginsect gezien. Ook rupsen van andere vlinders worden wel gegeten, zoals de rupsen van spanners, spinners en uiltjes.[7]

De grote poppenrover en de larve hebben geen last van de eventuele brandharen en knippen de huid van de rups open waarna ze beginnen met eten. De larve jaagt zowel op de rupsen als de poppen van de vlinder, de volwassen kever valt voornamelijk rupsen aan.[10] Zowel de larve als de volwassen kever (imago) bezitten een paar grote, krachtige kaken waarmee de rups tot een papje wordt vermalen dat vervolgens wordt opgezogen.

Vooral de larven van de kever zijn zeer vraatzuchtig omdat ze nog moeten groeien. De door de larve leeggevreten poppen zijn te herkennen aan de grote, gerafelde gaten die de larve achterlaat als vraatspoor.[11] Ook de vrouwtjes moeten grote hoeveelheden voedsel binnenkrijgen voor de ontwikkeling van de eitjes.

Bestrijdingsmiddel[bewerken]

De brandharen van rupsen als de bastaardsatijnvlinder kunnen een sterke irritatie opwekken.

Vanwege het menu van rupsen is de grote poppenrover een welkome soort in gebieden waar bepaalde vlinders zich explosief vermenigvuldigen

Omdat de mens soms overlast heeft van rupsen wordt de grote poppenrover gezien als een nuttig insect en de kever wordt ingezet als een biologisch bestrijdingsmiddel door exemplaren te introduceren in gebieden waar ze oorspronkelijk niet voorkomen. Ook het uitzetten van kevers in gebieden waar de soort al wel voorkomt maar de aantallen te klein zijn om een rupsenplaag het hoofd te bieden wordt de kever wel uitgezet. Omdat ze onder gunstige omstandigheden tot een ware explosie kunnen leiden en de brandharen massaal in de lucht kunnen komen. De brandharen hebben ook bij de mens een irriterend effect op de ogen en slijmvliezen.

De grote poppenrover werd in 1900 in de Verenigde Staten geïntroduceerd na de uitbraak van de plakker (Lymantria dispar). Aangezien de grote poppenrover een natuurlijke vijand is van de vlinder, leidde het uitzetten van de kever in het leefmilieu van de rupsen en poppen van de vlinder tot een afname van de vlinder. De grote poppenrover wordt actief uitgezet in gebieden waar de populatie te klein is om een uitbraak van de vlinder in te tomen. Ook in Canada is de poppenrover uitgezet maar de soort heeft zich hier niet weten te vestigen.

Misschien zal de grote poppenrover actief ingezet worden ter bestrijding van de eikenprocessievlinder.

Bronvermelding[bewerken]

Referenties

  1. Nederlands soortenregister. Grote poppenrover Calosoma sycophanta
  2. a b Biolib. Forest Caterpillar Hunter Calosoma sycophanta (Linnaeus, 1758)
  3. a b c Karl Wilhelm Harde & František Severa, Kosmos Käferführer - Die Käfer Mitteleureuopas, Kosmos Naturführer, 1981-2006 ISBN 978 3440 10617 4.
  4. Leen Moraal - Eikenprocessierups rukt op - Website
  5. Wageningen, Alterra Research Instituut voor de groene ruimte. Altera-rapport 783. - Moraal, L. G., A.F.M. van Hees, G.F.P. Martakis, I. T. M. Jorritsma & G. A. J. M. Jagers op Akkerhuis, 2003.. Een karakterisering van bosbiotopen op basis van eigenschappen van geleedpotigen. Resultaten van een enquête.
  6. Konjev Desender, Wouter Dekoninck, Dirk Maes en anderen. Nieuwe verspreidingsatlas van de loopkevers en de zandloopkevers
  7. a b c d e Animal Diversity Web. Calosoma sycophanta
  8. Enature - Fiery Searcher Calosoma scrutator - Website
  9. Insecten van Europa - H. Bellmann & W.R.B. Heitmans - 'Calosoma auropunctatum - Website
  10. a b c Michigan State University Extension - Molly Moth & Deborah C. McCullough. A Natural Enemy of Gypsy Moth Larvae and Pupae
  11. By Arthur V. Evans. The Forest Caterpillar Hunter Calosoma sycophanta in Virginia

Bronnen

  • (de) Karl Wilhelm Harde & František Severa - Kosmos Käferführer - Die Käfer Mitteleureuopas - 1981-2006 - Uitgeverij Kosmos - ISBN 978 3440 10617 4
  • (en) Animal Diversity Web - Calosoma sycophanta - Website
  • (en) Michigan State University Extension - Molly Moth & Deborah C. McCullough - A Natural Enemy of Gypsy Moth Larvae and Pupae - Website