Guus Kouwenhoven

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Guus (Gus) Kouwenhoven ('s-Hertogenbosch, 15 februari 1942) is een Nederlands zakenman en eigenaar/directeur van diverse bedrijven die actief zijn in Liberia. Op 21 maart 2005 werd Kouwenhoven in Rotterdam aangehouden op verdenking van wapensmokkel naar Liberia en oorlogsmisdaden in dat land in de periode 1999-2003.

Volgens een rapport van de VN startte Kouwenhoven in de jaren '80 in Monrovia het Hotel Africa dat een centrale rol speelde in de wapenhandel. Hij zou via zijn contacten met diens economisch adviseur Emmanuel Shaw tot de directe kring rond de toenmalige Liberiaanse dictator Charles Taylor behoren. Hij wordt ervan verdacht verantwoordelijk te zijn voor de logistiek van de wapensmokkel van Monrovia naar Sierra Leone waarbij het bedrijf waar hij directeur van was, Oriental Timber Corporation, als dekmantel diende. Ook deze dekmantel heeft overigens een controversiële status; het bedrijf is actief in de productie van tropisch hardhout, heeft de grootste concessie voor het kappen van hout in Liberia en het is onduidelijk wie de uiteindelijke eigenaar is. Sinds 2005 staat Kouwenhoven op de EU-lijst van personen en organisaties waarvan het vermogen bevroren moet worden als gevolg van hun activiteiten in Liberia.

Op 7 juni 2006 werd Kouwenhoven door de rechtbank in Den Haag veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf. Dit is de maximumstraf voor wapenhandel die voor de periode 2002-2003 bewezen werd geacht. De rechtbank sprak hem vrij van oorlogsmisdaden. Mede wegens de oorlogsmisdaden had het Openbaar Ministerie 20 jaar cel geëist.

In afwachting van het hoger beroep dat zowel door het Openbaar Ministerie als door Kouwenhoven werd aangetekend, werd hij in maart 2007 op vrije voeten gesteld. Op 11 april 2007 antwoordde minister van Justitie Hirsch Ballin op Kamervragen van SP-Tweede Kamerlid Krista van Velzen dat Kouwenhoven sinds hij op vrije voeten is als vluchtgevaarlijk wordt beschouwd. Op 10 maart 2008 werd hij in hoger beroep vrijgesproken vanwege gebrek aan bewijs[1]. Het OM ging 20 maart 2008 in cassatie. In januari 2009 hief de VN zijn reisverbod en de bevriezing van zijn banktegoeden op.[2] Op 20 april 2010 verwees De Hoge Raad de zaak terug naar het gerechtshof in 's-Hertogenbosch. Dat moet het OM de gelegenheid geven meer getuigen te horen. Het OM wilde twee getuigen oproepen, maar kreeg daar van het hof in Den Haag geen gelegenheid voor. De Hoge Raad heeft bepaald dat het OM die getuigen alsnog mag horen. Van de procedure bij gerechtshof Den Bosch zijn drie tussenvonnissen gepubliceerd.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Officieel Journaal van de Europese Unie L146, 10 juni 2005.
  • UNSC (2000). Report (S/2000/1195) pursuant to Security Council Resolution 1306 (2000), p.37.
  • Dangerous Liaisons: The continued relationship between Liberia’s natural resource industries, arms trafficking and regional insecurity, A briefing document submitted by Global Witness to the UN Security Council, 8 december 2004
  • Uitspraak Gerechtshof 's-Gravenhage, 10 maart 2008
  • Uitspraak Rechtbank 6 juni 2006 LJN:AX7098