Hiv
| Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht. Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts. |
| Hiv | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gestileerde doorsnede van het hiv-virus | |||||||
| Taxonomische indeling | |||||||
|
|||||||
| Soort | |||||||
| Human immunodeficiency virus 1 Human immunodeficiency virus 2 |
|||||||
![]() |
|||||||
| hiv dochterdeeltjes | |||||||
|
|||||||
Hiv of humaan immunodeficiëntievirus (Engels:human immunodeficiency virus) is een snel muterend retrovirus, verantwoordelijk voor aids (acquired immunodeficiency syndrome - verworven immunodeficiëntiesyndroom).
Inhoud |
Ziektebeeld [bewerken]
Hiv veroorzaakt aids doordat het de CD4+ T-cellen aanvalt en vernietigt. Dit is een groep van lymfocyten (speciale witte bloedcellen) die normaal gesproken het immuunsysteem coördineert in het geval van een infectie. Op deze wijze is het virus niet alleen in staat zichzelf te vermenigvuldigen, maar schakelt het ook het mechanisme uit waarmee het lichaam zich tegen alle pathogenen beschermt.
Door de sterke vermindering van het aantal CD4+ T-cellen kunnen ook andere ziekteverwekkers, die normaal gesproken zonder problemen door het immuunsysteem in de hand worden gehouden, een ziekmakende infectie veroorzaken. Het zijn in de meeste gevallen deze opportunistische infecties waaraan een aidspatiënt overlijdt. Veel aidspatiënten ontwikkelen ook zeldzame vormen van kanker (bekend is het kaposisarcoom) die het immuunsysteem onder normale omstandigheden een halt toe zou roepen.
Diagnostiek [bewerken]
Als iemand denkt dat hij/zij geïnfecteerd is met hiv, kan er laboratoriumonderzoek ingezet worden. Dit onderzoek betreft het aantonen van hiv-antistoffen, hiv-antigeen of hiv-RNA en de verhouding tussen CD4- en CD8-T-cellen.
Onderzoek [bewerken]
Tot nu toe is een hiv-infectie nog niet te genezen. In de wetenschappelijke literatuur is vooralsnog één geval van genezing van een hiv-infectie beschreven. De patiënt waar het om gaat leed tevens aan leukemie en werd hiervoor in 2007 behandeld met een stamceltransplantatie. Doordat de getransplanteerde cellen een zeldzame, tegen hiv resistente variant van de CCR5-receptor bevatten, wist de patiënt zijn hiv-infectie te klaren. Drie jaar na de operatie bleek, ondanks het stoppen met antiretrovirale therapie, hiv nog altijd niet aantoonbaar in zijn bloed, waardoor van een genezing gesproken kan worden.[1] Vanwege de uitzonderlijke situatie van de genezen hiv-patiënt, en het grote risico dat met een stamceltransplantatie gepaard gaat, is hiermee echter geen mogelijke standaardbehandeling ontdekt.
Er bestaat medicatie die de deling van het hiv-virus remt, en daardoor het ontstaan van ziekteverschijnselen en aids meestal voor langere tijd tegengaat. Deze medicatie kan ook de overdracht van hiv van de ene persoon op de andere tegengaan, maar dit werkt niet altijd. Wanneer iemand een risico op besmetting heeft gelopen (bijvoorbeeld door bloed-bloedcontact met iemand die met hiv besmet is), kan een medicijnenkuur gegeven worden (Post-exposure prophylaxis ofwel PEP). Met PEP (feitelijk hetzelfde als een normale combinatietherapie voor mensen met hiv, maar met een beperkte duur) is de kans dat men hiv-positief wordt een heel stuk kleiner.[2] Tijdens de zwangerschap van een hiv-positieve moeder vermindert correct gebruik van hiv-remmers de kans op overdracht van hiv op het kind tot minder dan 1%.[3]
De overdracht van hiv tijdens seksueel contact is te voorkómen door het juiste gebruik van goede condooms of beflapjes. Er wordt onderzoek gedaan naar het gebruik van vaginale gels, die het hiv-virus bij seksueel contact zouden moeten doden en zo besmetting zouden moeten voorkomen. Hoewel in vitro onderzoeken (dat wil zeggen, in testbuizen en in gekweekte cellen) veelbelovend waren, is recent weer een groot medisch onderzoek voortijdig afgebroken, omdat de vrouwen die de gel gebruikten juist vaker met hiv geïnfecteerd bleken te raken. Een verklaring hiervoor is er nog niet.
De beschikbare wetenschappelijke documentatie over de invloed van bepaalde vetzuren en hun monoglyceriden op hiv is opmerkelijk. Van meerdere vetzuren en hun monoglyceriden is vastgesteld dat zij een antivirale (virusdodende) werking hebben op het human immunodeficiency virus (hiv). De vetzuren en monoglyceriden zijn in staat om de lipidenenvelop, waar de buitenkant van het hiv-virus uit bestaat, oplosbaar te maken en daarmee af te breken [4][5][6][7][8][9]. Deze onderzoeksresultaten zijn gepubliceerd in peer-reviewde vakbladen.
Met name de monoglyceriden van de middellange keten vetzuren blijken effectief op te treden tegen deze zogeheten lipid coated viruses, ofwel virussen met een lipoproteïne envelop. Laurinezuur zou het grootste antivirale effect vertonen tegen deze door een lipidenlaag omgeven virussen. Hoewel deze middelen veelbelovend zijn, zijn er nog geen grootschalige langetermijnonderzoeken uitgevoerd naar de mogelijke therapeutische effecten van vetzuren en monoglyceriden op virussen met een lipidenenvelop. Dit soort langetermijnonderzoeken zouden meer bewijs leveren voor de bevindingen uit de kleinschaligere experimenten.
Varianten [bewerken]
Er zijn twee varianten van het aidsvirus bekend. Hiv-1 en hiv-2 veroorzaken beiden aids hoewel het ontwikkelen van het ziektebeeld aids na infectie veel langer kan duren bij hiv-2. Hiv-2 wordt voornamelijk aangetroffen in West-Afrika. Beide typen zijn vermoedelijk van apen op de mens overgegaan. In heel veel apensoorten worden retrovirussen gevonden, de zogenaamde simian immunodeficientie virussen (siv). Hiv-1 is het meest verwant aan siv die gevonden worden bij chimpansees (Pan troglodytes) hoewel hiv-1 behorende tot groep O meer overeenkomsten vertonen met siv uit gorilla's (Gorilla gorilla gorilla). Hiv-2 is daarentegen meest waarschijnlijk een transmissie van siv afkomstig van Sooty Mangabey (Cercocebus atys atys). De oorsprong van hiv-1 ligt dan ook in Zuid-Kameroen (het verspreidingsgebied van Pan troglodites troglodites) en van hiv-2 in West-Afrika, waarschijnlijk Guinee-Bissau/Guinee.
Besmetting [bewerken]
Hiv is een seksueel overdraagbare aandoening. Bloed-op-bloed-contact, onder andere via injectienaalden tijdens bloedtransfusies, onbeschermd seksueel contact en moeder-op-kindtransmissie bij de geboorte zijn de voornaamste manieren waardoor overdracht van het virus mogelijk is. Om hiv over te dragen, moet er een bepaalde hoeveelheid virus aanwezig zijn. Hiv kan niet overgedragen worden via speeksel, zweet, snot en tranen, want daar zit te weinig virus in. Het kan enkel overgedragen worden via geïnfecteerd (menstruatie)bloed, vaginaal vocht, voorvocht (in mindere mate), sperma en etter. Het geïnfecteerd bloed, vocht, sperma of etter heeft een 'poort' nodig om in het lichaam van een ander persoon binnen te dringen. Door een intacte huid raakt het virus niet door. Wondjes, blaasjes en zweertjes op het lichaam daarentegen zijn poorten waarlangs het virus wél naar binnen kan. Het virus kan daarnaast ook een lichaam binnendringen via bepaalde slijmvliezen. Infectie is mogelijk als het virus in contact komt met de slijmvliezen van de schaamlippen, baarmoederhals, vagina, eikel, urinebuis, anus, keel, darm, mond en van het oog - zeker als die slijmvliezen niet helemaal intact meer zijn. Niet elk slijmvlies is even doorlaatbaar, het ene is al wat taaier dan het andere. Zo geraakt het virus moeilijker voorbij een intact mondslijmvlies dan voorbij een intact vagina-, eikel- of aarsslijmvlies bijvoorbeeld.
Verspreiding [bewerken]
In 2004 raakten wereldwijd meer dan vijf miljoen mensen besmet met het virus. Dit is het hoogste aantal tot nu toe. De directeur van het aidsprogramma van de Verenigde Naties, de Belg Peter Piot, stelt dat de epidemie zich pas in de aanloop bevindt. Hij verwacht een sterke stijging in de komende jaren.
Aidsontkenning [bewerken]
Aanhangers van aidsontkenning menen dat hiv niet de oorzaak is van aids. Als reactie op scepsis over de vraag of aids wordt veroorzaakt door hiv en de opkomst van alternatieve theorieën over de oorzaak van aids, publiceerden in het jaar 2000 zo'n 5000 wetenschappers de Verklaring van Durban, waarin zij stellen dat hiv volgens de geldende wetenschappelijke inzichten de oorzaak is van de ziekte aids.
Korte geschiedenis [bewerken]
- 1984: dr. Robert Gallo, dr. Luc Montagnier en Françoise Barré-Sinoussi ontdekken het HI-virus (hiv)
- 1988: wereldgezondheidsorganisaties roepen 1 december uit tot Wereld-Aids-Dag. Aids wordt bestempeld als een tragedie.
- 1994: de statistieken geven een aantal van 1 miljoen patiënten weer.
- 1996: de combinatietherapie doet zijn intrede.
- 1998: men ontdekt een dieptepunt van de ziekte; in Afrika ten zuiden van de Sahara is er een piek van 70% nieuwe infecties en 80% overlijdens bij de bevolking.
- 2000: men ontdekt dat het hiv door apenhandel naar het Westen is overgebracht. Op wereldschaal staat aids op de 5de plaats. Er worden 33 miljoen patiënten geconstateerd.
- 2005: de teller staat op 40,3 miljoen hiv-patiënten. In China ontstaat een ware epidemie.
Zie ook [bewerken]
Externe links [bewerken]
- Sexueel Overdraagbare Aandoeningen. Geraadpleegd op 27 april 2009.
- Hiv Vereniging Nederland. Geraadpleegd op 27 april 2009.
- (en) HIV InSite. Geraadpleegd op 27 april 2009.
- Seksualiteit.be
Bronnen, noten en/of referenties
|
