Haagleguaan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Haagleguaan
Lizard Zion NP USA.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Squamata (Schubreptielen)
Onderorde: Lacertilia (Hagedissen)
Infraorde: Iguania (Leguaanachtigen)
Familie: Phrynosomatidae
Geslacht: Sceloporus (Stekelleguanen)
Soort
Sceloporus undulatus
Bosc & Daudin, 1801
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

De haagleguaan[1] (Sceloporus undulatus) is een hagedis uit de familie Phrynosomatidae. De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Louis-Augustin Bosc d'Antic en François Marie Daudin in 1801. Oorspronkelijk werd de wetenschappelijke naam Stellio undulatus gebruikt maar de soort is daarnaast ook beschreven onder de namen Lacerta undulata, Agama undulata en Tropidolepis Undulatus.[2]

Uiterlijke kenmerken[bewerken]

De lengte is ongeveer 10 tot bijna 19 centimeter, waarvan de helft bestaat uit de lange staart. De kleur is variabel, meestal bruin tot grijs met een meer naar wit neigende onderzijde en keel. Sommige exemplaren zijn gestreept en er zijn meer dan 10 ondersoorten die er vanwege het grote verspreidingsgebied iets anders uitzien. Aan weerszijden van de onderzijde van de buik hebben de mannetjes in de paartijd een zwartomzoomde felblauwe vlek, evenals onder de keel. Als ze worden bedreigd wordt het lichaam afgeplat en wordt de vlek getoond. Op de rug is vaak een patroon van V-vormige donkere strepen aanwezig, vooral bij jongere exemplaren. Net als wel meer Sceloporus- soorten zijn de schubben sterk gekield en eindigen in een stekeltje. Vooral in de nek is hierdoor een stekelkraag te zien, de kop van de hagedis is gedrongen. Exemplaren die tot de ondersoort Sceloporus undulatus erythrocheilus behoren hebben een rode keel en bek, vooral gedurende de paartijd.[3]

Algemeen[bewerken]

De haagleguaan leeft in grote delen van Noord-Amerika, van zuidelijk Canada en grote delen van het zuiden van de Verenigde Staten tot in noordelijk Mexico. De habitat bestaat uit droge en open delen van bossen zoals naaldbossen en andere hardhoutbomen. Ook steen- of houthopen en vervallen gebouwen worden gebruikt om op te zonnen en in te schuilen. Het is een klimmende soort die echter ook wel op de bodem wordt aangetroffen. Het voedsel bestaat uit kleine ongewervelden, vooral insecten als kevers. Vijanden zijn andere hagedissen, zoals skinken, maar ook slangen, roofvogels en kleine carnivore zoogdieren.

Voortplanting[bewerken]

In de paartijd die loopt van april tot augustus zijn de mannetjes fel tegen elkaar en hebben een eigen territorium. Het vrouwtje zet 5 tot 15 eitjes in twee of drie legsels af in zelfgegraven holletjes in het zand. Na ongeveer 8 tot 11 weken komen de eitjes uit.

Ondersoorten[bewerken]

Er worden zeven ondersoorten erkend, die verschillen in uiterlijk en verspreidingsgebied.

Bronvermelding[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
Referenties
  1. Bernhard Grzimek, Het Leven Der Dieren Deel VI: Reptielen, Kindler Verlag AG, 1971, Pagina 214 ISBN 90 274 8626 3.
  2. Peter Uetz & Jakob Hallermann. The Reptile Database - Sceloporus undulatus
  3. Roger Conant en Joseph T Collins, Reptiles and Amphibians of Eastern/Central and North-America, Houghton Mifflin, 1998, Pagina 232 - 234 ISBN 0 395 90 452 8.
Bronnen
  • (en) - Roger Conant en Joseph T Collins - Reptiles and Amphibians of Eastern/Central and North-America – Pagina 232 - 234 - Houghton Mifflin – 1998 – ISBN 0 395 90 452 8
  • (en) Peter Uetz & Jakob Hallermann - The Reptile Database - Sceloporus undulatus - Website Geconsulteerd 12 oktober 2014