Hans Westenberg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Johannes Willem (Hans) Westenberg (Rotterdam, 19 augustus 1945) is een voormalig Nederlands rechter.

Hij was coördinerend vicepresident van de Rechtbank 's-Gravenhage, sinds 1994. Daarnaast was hij onder andere hoofd van de Vliegende Brigade, voorzitter van de Vereniging van ouders en verwanten met een verstandelijke handicap en voorzitter van het Werkverband van Ouder- en Familieverenigingen in Instellingen voor mensen met een verstandelijke handicap. Op 21 augustus 2009 werd bekend dat hij moest vertrekken. Aanleiding voor het vertrek van Westenberg is een uitspraak van het gerechtshof in Den Haag, dat bewezen acht dat de rechter telefonisch contact heeft gezocht met advocaten in de Chipshol-zaak, een zaak die hij onder zich had.

Vliegende Brigade[bewerken]

De Vliegende Brigade is een stafeenheid gevestigd aan de Bezuidenhoutseweg te 's-Gravenhage die in maart 2000 is opgericht om de achterstanden in de civiele sectoren weg te werken. Stafjuristen werken hier onder begeleiding van rechters aan het opstellen van concept-vonnissen. De te behandelen zaken worden aangeleverd door rechtbanken vanuit het hele land. De vonnissen worden uitgesproken door de rechtbank waar de zaak aanhangig is gemaakt. De Vliegende Brigade wordt door de Raad voor de rechtspraak gefinancierd. Per einde 2004 waren sinds de oprichting in totaal 7500 vonnissen geschreven. Dit is een productie die vergelijkbaar is met die van een civiele sector van een grote rechtbank. Op dat moment werken er ruim dertig stafjuristen die worden begeleid door zes rechters.

Chipshol-affaire[bewerken]

In 2004 verscheen het boek "Topadvocatuur: in de keuken van de civiele rechtspraktijk" van journalist Micha Kat. Hierin verklaart advocaat Hugo Smit dat Nederlandse rechters vaak bang zijn om grote schadeclaims toe te kennen. Smit: "Maar bij grote claims leert de ervaring dat Nederlandse rechters nerveus worden. Er gaan opeens gekke dingen gebeuren, zoals rechters die uitvoering (sic) met advocaten gaan bellen over de zaak. In de Chipsol zaak (sic) is dat ook gebeurd met mr. Westenberg van de Haagse Rechtbank." Het buiten de zitting om contact hebben met procespartijen, is niet toegestaan (art. 12, Wet op de rechterlijke organisatie).

Hans Westenberg voelde zich in zijn eer en goede naam aangetast en spande een proces aan tegen Micha Kat, Hugo Smit en de uitgever van het boek. Kat en de uitgever wonnen. Hugo Smit verloor en ging in hoger beroep. Uiteindelijk stelde het Gerechtshof 's-Gravenhage op 23 juni 2009 in een tussenarrest vast dat er wel degelijk twee telefoongesprekken tussen Westenberg en Chipshol-advocaten hebben plaatsgehad: "Het hof acht - behoudens (nader) tegenbewijs (...) - bewezen dat Westenberg voorafgaand aan de pleidooien op 8 december 1994 in de zaak Chipshol tegen (onder meer) N.V. Landinvest een telefoongesprek heeft gevoerd met Smit. (...) De ontkenning van Westenberg (ook als getuige) dat een gesprek als bedoeld heeft plaatsgevonden is onvoldoende om anders te oordelen." Daarop werd door het bestuur van de rechtbank ’s-Gravenhage een vertrekregeling voor mr. Westenberg in gang gezet.

Op 19 oktober 2009 wordt bekend dat Jan Poot, van de gebiedsontwikkelaar Chipshol, officieel aangifte doet tegen Westenberg, inmiddels voormalig vicepresident van de Rechtbank Den Haag. Volgens Poot heeft de jurist meineed en valsheid in geschrifte gepleegd in de Chipshol-zaak. Hij stelt als Chipshol "op een ongehoorde wijze door Westenberg te zijn benadeeld".

Op 14 april 2011 wordt als gevolg van getuigenverhoren bekend dat de voormalig rechter Kalbfleisch verdacht wordt van meineed in deze zaak. De rijksrecherche voert onderzoek uit. Hij heeft in zijn positie bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit verlof voor onbepaalde duur.

Vervolging wegens meineed en valsheid in geschrifte[bewerken]

De Hoge Raad heeft op verzoek van de hoofdofficier van Justitie in Den Haag na onderzoek van de voorliggende dossiers de rechtbank Utrecht aangewezen als gerecht waar de eventuele vervolging en berechting van Westenberg zal plaatshebben. Op 9 februari 2010 werd bekendgemaakt dat naar aanleiding van de aangifte van Jan Poot de Rijksrecherche een onderzoek is gestart. Op 14 maart 2010 komt de affaire Westenberg uitgebreid op radio en televisie aan de orde. Op dat moment zijn er door Fred Teeven (VVD) en Jan de Wit (SP) al Kamervragen gesteld over het feit dat de proceskosten van Westenberg door de overheid gefinancierd worden. Uit het daar ter beschikking staande feitenrelaas blijkt dat de Raad voor de rechtspraak stelt dat zij het gedrag van Westenberg niet onder controle had.

In het vierde kwartaal van 2010 vinden getuigenverhoren plaats: Gehoord worden Westenberg en Pieter Kalbfleisch. Namens het kantoor van de landsadvocaat Pels Rijcken zijn aanwezig Bert-Jan Houtzagers en Sikke Kingma; zij vertegenwoordigen Westenberg en Mr. Ernst Numann. Numann was eerder persrechter van de rechtbank Den Haag, ten tijde van de verhoren lid van de Hoge Raad. Verder worden gehoord Bert van Delden, voormalig president van de rechtbank Den Haag en voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak en Pieter Kalbfleisch, oud-rechter, ten tijde van de verhoren directeur van de NMA. Ook worden gehoord twee advocaten van Stibbe: Tim de Grève en Niels Koeman. De laatste was advocaat voor zowel Chipshol als Schiphol, en is ten tijde van de verhoren lid van de Raad van State.

Begin december 2010 stellen de Raad voor de Rechtspraak en de rechtbank in Den Haag vast dat Westenberg de Nederlandse Mededingingsautoriteit in 2007 nooit een betaald juridisch advies had mogen geven. Eerder liet de raad al weten dat het beroepsmatig juridisch advies geven voor rechters verboden is en het nu en dan optreden als bezoldigd juridisch adviseur ongewenst. Nu werd bekend dat dit advies betrekking had op een vonnis van de rechtbank in Den Haag van 7 februari 2007 in een zaak van de staat en Accell. Dit betekent dat Westenberg, destijds lid van de Haagse rechtbank, een vonnis van een collega-rechter van de Haagse rechtbank heeft beoordeeld. Dat is volgens de raad 'volstrekt in strijd met de toen en nu heersende taakopvatting binnen de rechtspraak en daarmee schadelijk voor het aanzien van de rechtspraak'.

In september 2012 publiceert NRC op basis van het door Jan Poot bewust gelekte strafdossier een uitgebreid artikel over de zaak. Poot lekte het dossier om de misstanden binnen justitie bekend te maken waarbij zijn punten zijn: 1. Justitie had geen serieus onderzoek naar corruptie van Kalbfleisch had gedaan; justitie had een termijn laten verlopen waardoor kennelijk doorslaggevende Zwitserse taps niet gebruikt mochten worden en zwart waren gemaakt. 2. Kalbfleisch bleek hooggeplaatste relaties binnen politiek en Justitie benaderd teneinde de rechtsgang te beïnvloeden. 3. Met medewerking van relaties bij Justitie, Hoge Raad en Haagse rechtbank wordt op alle mogelijke manieren geprobeerd dossiers en verklaringen in handen te krijgen om de griffier zwart te maken en haar geloofwaardigheid aan te tasten.

Justitie stelt een onderzoek in naar het lekken; Poot stelt dat de begrenzing van de geheimhoudingsplicht zoals ondertekend bij de ontvangst van het dossier naar opgave van de betrokken Officier van Justitie een intentieverklaring betreft.

Westenberg werd echter door de rechtbank Utrecht en in hoger beroep door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vrijgesproken [1]

Carrière[bewerken]

  • 1971: Secretaris 1e klasse arrondissementsparket Alkmaar
  • 1973: Gerechtssecretaris 1e klasse rechtbank Alkmaar
  • 1975: Gerechtssecretaris rechtbank Den Haag
  • 1975: Als stagiair werkzaam advocatenkantoor te Den Haag
  • 1976: Gerechtsauditeur rechtbank Arnhem
  • 1977: Rechter-plaatsvervanger rechtbank Arnhem
  • 1978: Rechter rechtbank Haarlem
  • 1985: Vice-President rechtbank Den Haag
  • 2009: Vervroegde pensionering

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties