IJsheiligen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

IJsheiligen is de naam voor een aantal katholieke heiligen, van wie de naamdagen vallen in de periode van 11 tot 15 mei. Volgens de volksweerkunde zijn dit de laatste dagen in het (voor)jaar waarop nog nachtvorst op kan treden. Een slordige interpretatie van deze volkswijsheid heeft geleid tot het misverstand dat er met IJsheiligen een verhoogde kans op nachtvorst zou zijn.

Tot de ijsheiligen worden gerekend:

IJsheiligen en het weer[bewerken]

De naamdagen van de genoemde IJsheiligen vormen een periode in mei die wordt gezien als de grens tussen weer met mogelijk nachtvorst en zomers weer. Het kan wel eens gebeuren dat na half mei nog nachtvorst optreedt, maar die kans is heel klein.

IJsheiligen is een van de oudste en wellicht bekendste begrippen uit de volksweerkunde. De eerste berichten over deze "strenge heren" dateren van rond het jaar 1000. De naam IJsheiligen komt van de naamdagen van vier heiligen die hierboven genoemd zijn. Drie is het heilig getal en daarom rekent men in de meeste landen maar drie tot de IJsheiligen. In sommige landen wordt St. Mamertus niet meegeteld, in andere landen hoort St. Bonifatius er niet bij. Deze heilige is niet de bekende Bonifatius, (bijgenaamd de Apostel van Duitsland), die in 754 te Dokkum werd gedood, want die heeft zijn feestdag op 5 juni. Zijn naamgenoot, de IJsheilige Bonifatius, was een Romeins burger die in 307 de marteldood stierf tijdens de christenvervolgingen onder keizer Diocletianus.

Sommige landen, waaronder Duitsland, Hongarije en Zwitserland, rekenden in het verleden ook 15 mei (ook wel aangeduid als koude Sophie) nog tot de IJsheiligen. Dat gebruik dateert uit de 11e eeuw, toen Sophie beschermvrouwe tegen nachtvorst was. In het Alpengebied werden indertijd op die dagen vuren ontstoken ter bescherming tegen de vorst.

De IJsheiligen ontlenen hun benaming aan het gevaar van koud voorjaarsweer voor het gewas, dat in deze tijd in volle bloei staat. Een late vorstnacht kan in deze periode veel schade aanrichten. Het is echter niet zo dat tijdens de IJsheiligen de kans op een overgang naar koud weer groter is dan op andere dagen in het voorjaar.

Abrupte temperatuurveranderingen, die onder andere het gevolg zijn van het nog relatief koude zeewater, zijn kenmerkend voor dit hele jaargetijde en kunnen ook in juni nog voorkomen. Wel neemt na half mei de kans op vorst sterk af en aan het eind van deze maand zijn temperaturen onder nul heel uitzonderlijk. In dat opzicht markeren de IJsheiligen meestal de overgang naar een periode met een meer zomers karakter, maar in 1998 begon de zomer al eerder en ontstond het karakteristieke IJsheiligenweer met vorst aan de grond in de tweede helft van mei. De IJsheiligen houden zich in Nederland echter lang niet altijd aan hun data: In 2006 kwam in de nacht van 2 op 3 juni nachtvorst voor, in 2008 in de nacht van 23 op 24 juni en in 2013 zelfs in de nacht van 25 op 26 juni.

In Hongarije vallen de drie ijsheiligen op Pongrác: 12 mei, Szervác: 13 mei en Bonifác: 14 mei. De laatste van de ijsheiligen valt op Orbán: 25 mei. Naar verluidt, zal de wijn zuur zijn als het dan regent, maar als het helder weer is wordt de wijn zoet.

Bronnen, noten en/of referenties