ITER

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het officiële logo van de ITER-organisatie

ITER is een internationaal samenwerkingsproject met als doel de wetenschappelijke en technische haalbaarheid aan te tonen van kernfusie als energiebron. De huidige partners in het ITER-project zijn de Europese Unie, Japan, Zuid-Korea, China, India, de Verenigde Staten en de Russische Federatie. Iter is Latijn en betekent de reis, tocht. Aanvankelijk stond het echter als afkorting voor "International Thermonuclear Experimental Reactor". Deze afkorting wordt nu niet meer in die zin gebruikt.

Geschiedenis[bewerken]

Model van een één-achtste-sectie van de ITER testreactor. 1 omhulling, 2 Primaire transformatorwindingen, 3 entreepoorten naar de plasmakamer, 4 toroïdale plasmakamer, 5 wandmodules, 6 entreepoort voor diverse doelen, 7 centraal constructie-element, 8 medewerker op schaal, 9 diverter voor gas-afvoer, 10 hartlijn van de machine. Ref. naar nummering ook in de artikeltekst.

De ITER-samenwerking begon in 1985 op voorstel van Gorbatsjov tijdens de top in Genève met Reagan. De Sovjet-Unie, de VS, Japan en de Europese Unie richtten een samenwerkingsverband op onder de noemer van de IAEA. De Verenigde Staten, die zich in 1999 terugtrokken uit het ITER-project, zijn begin 2003 weer teruggekeerd. China en Zuid-Korea zijn er sinds 2003 bij. India is lid sinds december 2005. Canada was lid tot 2004, maar haakte af toen hun vestigingsplaats afviel.

Vier landen hebben een locatie aangeboden voor de vestiging van ITER: Frankrijk, Spanje, Canada en Japan. Na een selectieproces bleven er twee locaties over: Cadarache in Frankrijk en Rokkasho-mura in Japan. Europa en Japan konden echter niet tot een akkoord komen en beide locaties hadden onder de toen zes deelnemende landen evenveel steun. In juni 2005 is uiteindelijk besloten de reactor in Cadarache te bouwen, in ruil hiervoor mag Japan een groter deel van de medewerkers binnen het project leveren.

Werking[bewerken]

Het eerste ontwerp van de ITER-machine voorzag in een fusievermogen van 1,5 gigawatt thermisch, vergelijkbaar met dat van een toekomstige commerciële energiecentrale. Na een verzoek van de ITER-partners om een substantiële vermindering van de kosten, werd het ITER-ontwerp verkleind naar een machine van 500 megawatt. Het uiteindelijke ontwerp werd in 2001 goedgekeurd. De totale bouwkosten bedragen ongeveer 5 miljard euro, verspreid over 10 jaar.

De fusie-experimenten van dit moment zoals JET (Culham, Engeland), JT-60 (Naka, Japan), TFTR (Princeton, gesloten in 1997), en de kleinere Europese machines, hebben een grote hoeveelheid kennis opgeleverd over de technologie en fysica van kernfusie. De volgende stap is om de fysica van fuserende plasma’s op de schaal van een energiecentrale te bestuderen, en om de technologie te testen die fusie als veilige en betrouwbare energiebron beschikbaar maakt. Door een elektrische stroom te sturen door primaire windingen (afbeelding: nr 2, zie ook transformator) wordt een elektrisch veld in de toroïdale vacuümkamer geïnduceerd (5), waarin een mengsel van deuterium en tritium van lage druk is toegelaten. Het grootste deel van dat gasmengsel verandert in een plasma vanwege de secundaire stroom (tot 15 mega-ampère) die in dat plasma loopt. Rond de torus staat een ring van supergeleidende magneten (4) opgesteld. De geladen deeltjes in het plasma (deuterium- en tritium kernen en elektronen) draaien met grote snelheid rond de magnetische veldlijnen en zullen daarbij onderling botsen en fuseren. Daarbij komen onder andere hoog-energetische neutronen vrij. Het magnetisch veld dient er tevens voor dat het plasma vrij blijft van de toruswand (de “mantel”). In ITER zullen bijvoorbeeld mantelmodules getest worden (5) voor de tritiumproductie en voor het opvangen van de warmte die met name door de snelle neutronen in de toruswand wordt vrijgemaakt. De neutronen hebben geen lading en worden dus niet door het magneetveld opgesloten. Om deze doelen te bereiken zal ITER een stuk groter zijn dan de grootste huidige tokamak: JET. Deze extrapolatie is mogelijk door de solide basis die de diverse internationale experimenten hebben gelegd, en een gedegen kennis van de fysische principes die aan de tokamak ten grondslag liggen.

Technische specificatie[bewerken]

ITER wordt een tokamakmachine met een fusievermogen van 500 MW thermisch en een inputvermogen van 50 MW, zodat de energievermenigvuldiging Q=10 bedraagt. De tijdsduur (opsluitingsduur) van het plasma bedraagt 500 seconden, wat met geavanceerdere technieken uit te breiden is tot zo'n 3000 seconden. ITER is ongeveer 24 meter hoog en 34 meter in doorsnede, en het plasmavolume bedraagt 850 m3. De straal van de torus is ongeveer 6 meter, en de plasmakamer is ongeveer 8 meter hoog.

Bouw[bewerken]

Na veel onenigheid tussen de internationale partners werd in 2006 de Zuid-Franse plaats Cadarache gekozen, in de buurt van een Frans nucleair onderzoekscentrum. Intussen is begonnen met de aanleg van de funderingen.

Technische uitdagingen[bewerken]

Een aantal technische aspecten zijn nog in ontwikkeling. De belangrijkste daarvan hebben betrekking op de plaatselijke hoge warmtebelasting van de reactiekamer. Met name bij de diverter, onderin de reactiekamer, is de warmtebelasting zodanig hoog (ca. 10 MW/m2) dat aan onconventionele oplossingen wordt gewerkt, waarbij gedacht wordt aan constructies met wolfraam en grafiet. Een ander aspect is de complexe vorm van het binnenwerk van de reactor, waardoor aan onderhoud met behulp van een robotarm hoge eisen worden gesteld.

Kritiek[bewerken]

Een aantal fusie-onderzoekers, waaronder Eric Lerner en Robert Bussard, hebben kritiek geuit op ITER vanwege het opslokken van onderzoeksgelden die, volgens hen, beter hadden kunnen worden aangewend.[1][2] De kritiek spitst zich vooral toe op de grote technische problemen alsmede de exorbitant hoge kosten van deze vorm van energieopwekking. Kritiek is er ook op de vermeende onwil bij sommige ITER-onderzoekers om deze problemen onder ogen te zien omdat hun baan en carrière afhangen van het geld dat beschikbaar komt voor Tokamak-onderzoek.[2] Daar staat tegenover dat inmiddels landen als China en Zuid-Korea een eigen nationaal programma opstarten voor de opvolger van ITER, vaak aangeduid met DEMO.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Focus Fusion: The Fastest Route to Cheap, Clean Energy
  2. a b Dr. Robert Bussard (lecturer). Should Google Go Nuclear? Clean, cheap, nuclear power (no, really) (Flash-video). Google Tech Talks. Google (2006-11-09) Geraadpleegd op 2007-12-23