James Coonan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

James Coonan geboren c.a. 1947 in Hell's Kitchen is een Iers Amerikaans gangster die de Westies-bende leidde tussen de late jaren 1970 en de vroege jaren '80.

Biografie[bewerken]

Hoewel hij van goeden huize was, zijn beide ouders accountants, kwam Coonan reeds op jonge leeftijd in de georganiseerde misdaad terecht, rondhangend met zijn mede criminelen in zijn buurt, de beruchte Hell's Kitchen sectie van Manhattan, New York City. Op negentienjarige leeftijd poogde hij de gevestigde leider van de zwendelaars van Hell's Kitchen, Mickey Spillane, te vermoorden. Het liep echter fout en Coonan en zijn aanhangers eindigden vluchtend voor hun leven toen de lijfwachten van Spillane het vuur beantwoorden. Niet lang daarna werd Coonan veroordeeld wegens moord.

Na zijn gevangenisstraf te hebben uitgezeten keerde Coonan terug naar Hell's Kitchen en kocht er een café de 596 Club en werd een woekeraar. Op 13 mei 1977 werd Mickey Spillane doodgeschoten voor zijn appartement in Woodside, Queens. Coonan werd daarop de nieuwe leider van de West Side Iers-Amerikaanse zwendelaars. Men gelooft dat de maffia-huurmoordenaar Roy DeMeo deze moord voltrok als een gunst die de Westies en de Gambino familie hielp om bondgenoten te worden.

Coonan en zijn Westiesbende waren berucht gewelddadig en schietgraag. Ze waren betrokken bij meer dan vijftig moorden, en verdacht van veel meer, tijdens de heerschappij van Coonan. Onder hun slachtoffers treft men Ruby Stein, een vooraanstaande Joodse gangster en woekeraar voor de misdaadfamilie Genovese. Coonan en enkele van zijn partners waren geld schuldig aan Stein, schulden die vervielen toen Stein opdook drijvend in de East River, uitgeschakeld met een kogel in het hoofd. De moord op Stein zorgde voor een heleboel spanningen tussen de Westies en de Genoveses, die gevochten hadden voor controle over een verschillende circuits in de West Site, vooral voor de controle over het Jacob K. Javits Convention Center, toen nog in aanbouw. In feite had Coonan verschillende pogingen ondernomen om Fat Tony Salerno te laten vermoorden. Er werd geen vergelding genomen omdat de Westies verbonden waren met de machtige misdaadfamilie Gambino, en wegens hun schrikbarende en gewelddadige reputatie als professionele doders.

Eén van Coonans naaste medewerkers was Mickey Featherstone. Beide werden veroordeeld voor de moord op de barman Harold "Whitey" Whitehead in 1979. Zowel Coonan als Featherstone werden vrijgesproken na de zelfmoord van twee getuigen en de meineed van een andere. Maar het daaropvolgende jaar kreeg Coonan toch een vier jaar durende straf voor een vuurwapenovertreding. Toen hij werd vrijgelaten begon hij narcotica te verhandelen, maar hij hield zich uiteindelijk voor een tijdje gedeisd toen hij zich realiseerde dat de FBI hem wilde vastpinnen.

James Coonan werd in 1986 gearresteerd en in 1988 tot 75 jaar gevangenisstraf veroordeeld voor zwendel en moord onder de RICO Act. Zijn vrouw, Edna Coonan, kreeg 15 jaar gevangenisstraf voor het helpen van haar man in diens criminele activiteiten door het witwassen van geld. Hun veroordeling werd vergemakkelijkt door Mickey Featherstone die een informant werd en getuigde voor de schuldeiser.

Bibliografie[bewerken]