José Afonso

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Detail uit het monument voor José Afonso in Grândola

José Manuel Cerqueira Afonso dos Santos, bijgenaamd Zeca (Aveiro, 2 augustus 1929Setúbal, 23 februari 1987) was een Portugees zanger. Hij is een van de belangrijkste folk- en politiek geïnspireerde musici in de Portugese geschiedenis.

Leven[bewerken]

Afonso werd geboren in de Portugese kustplaats Aveiro. Zijn vader werkte voor diverse rechtbanken in de koloniën en Afonso verbleef soms bij zijn ouders in Angola en Mozambique en soms bij de familie in het thuisland. Als zijn ouders in 1942 op Oost-Timor zijn, worden ze geïnterneerd door de Japanners en contact tussen vader, moeder en zoon wordt pas weer in 1945 hersteld.

In 1945 treedt hij toe tot de eerste klassen van de oudste universiteit van Europa, de Universiteit van Coimbra. Hier heeft hij ook zijn eerste optredens. Hij trouwt en in 1949 gaat hij Geschiedenis en Filosofie studeren. Als hij in 1955 afstudeert heeft hij twee jaar dienstplicht vervuld, is vader van twee kinderen, economisch aan de grond en gescheiden. Hij brengt dat jaar ook zijn eerste LP uit, Fados de Coimbra.

José Afonso

Hij wordt leraar en zet zijn eerste stappen op het politieke pad als hij de kandidatuur van Humberto Delgado voor het presidentschap steunt. Delgado verliest de verkiezingen met een ruime marge, een marge die de dictatuur alleen kon behalen door flink met de resultaten te sjoemelen. Een paar jaar later wordt Delgado in ballingschap vermoord door een moordcommando van de door de Gestapo getrainde geheime politie PIDE. Afonso keert zich meer en meer tegen de heersende dictatuur met haar onderdrukking, martelbunkers en gevangenissen.

Hij combineert zijn leraarschap met optredens in binnen- en buitenland en het opnemen van LP’s. Ondanks artistiek succes blijft hij lesgeven en vertrekt in 1964 weer naar Mozambique. Hier merkt hij dat de onderdrukking in het thuisland nog kan worden overtroffen door de manier waarop de koloniale machthebber de vrijheidsbeweging FRELIMO aanpakt. In 1967 keert hij terug naar Portugal en een jaar later wordt hem verboden om nog langer les te geven. Hij legt zich nu steeds meer toe op het zingen, schrijven en componeren.

Na de Anjerrevolutie van 25 april 1974 blijft hij niet politiek onbetuigd. In de chaotische jaren waarin het oude regime, gesteund door de Kerk en de nieuwe regering elkaar openlijk en clandestien bevechten steunt hij de revolutionaire vleugel van Politiek Links Tot zijn dood in 1987 blijft hij een luis in de pels van zowel links als rechts en hij blijft felle kritiek leveren op de elkaar opvolgende democratische regeringen.

José Afonso stierf in Setúbal op 23 februari 1987, om 3 uur in de ochtend, een slachtoffer van de sclerosis die al in 1982 ontdekt werd. Zijn begrafenis werd bijgewoond door 30.000 mensen, de processie duurde 2 uur en was 1300 meter lang. Zijn kist was bedekt met een rode vlag zonder symbolen, volgens zijn wensen.

Muzikale ontwikkeling[bewerken]

Afonso begon zijn carrière als zanger, schrijver en componist in Coimbra. Wordt de fado in Lissabon gezongen door zowel mannen als vrouwen, die van universiteitsstad Coimbra wordt van origine slechts door mannen gezongen. Na enkele fado-LP’s laat hij die stijl steeds meer los en ontwikkelde samen met tijdgenoten zoals Sérgio Godinho en Luís Cília het Nova Canção. Na de revolutie is er echter een nieuwe vorm nodig, niet meer de revolutie maar de democratie met haar vrijheden en ook beperkingen vormt nu de leidraad en zo ontwikkeld zich het Canto Livre.

Kenmerkend voor de muziek van Afonso is het politieke engagement. Direct of verholen geeft hij steeds feller commentaar op de misstanden in zijn vaderland en haar koloniën. Deze kritische houding brengt hem regelmatig in aanraking met de PIDE en hij heeft menige cel van binnen gezien.

Beroemd is het verhaal van zijn optreden in Grândola. Hij treedt op in het gebouw van de muziekvereniging Musica Velha. Daar zingt hij zo een beetje elk lied dat hij geschreven heeft en door het regime verboden is. De PIDE staat buiten te wachten en durft niet binnen te komen. Na het optreden schrijft hij als dank voor de gastvrijheid de tekst van zijn bekendste nummer Grândola, Vila Morena. Het is dit nummer dat in de vroege ochtend van de 25 april 1974 op de radio wordt uitgezonden en het startschot is voor legereenheden om de kazernes uit te marcheren en de Anjerrevolutie te beginnen.