Karel Komzák II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Karel Komzák
Karel Komzák II  gefotografeerd door Rudolf Krziwanek
Karel Komzák II
gefotografeerd door Rudolf Krziwanek
Algemene informatie
Volledige naam Karel Komzák
Geboren 8 november 1850
Overleden 23 april 1905
Land Vlag van Tsjechië Tsjechië
Werk
Beroep(en) componist, muziekpedagoog, dirigent, violist, bugelist
Instrument(en) viool, flügelhorn
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Karel Komzák (ook: Karel Komzák jr. of Karel Komzák (zoon)) (Praag, 8 november 1850Baden bei Wien, 23 april 1905) was een Boheems componist, muziekpedagoog en dirigent. Zijn vader Karel Komzák was eveneens componist en dirigent, maar ook zijn zoon Karel Komzák was een componist en dirigent.

Levensloop[bewerken]

Al vroeg ontdekte zijn vader Karel Komzák I het muzikale talent van zijn zoon en gaf hem les in muziektheorie. Omdat het orkest van het Provinciale instituut voor psychisch ziekte, dat zijn vader leidde, in de tuin van het instituut regelmatig repeteerde, kon klein Karel het steeds volgen en beluisteren. Van 1861 tot 1867 studeerde Karel jr. aan het Státní konservatori hudby v Praze in Praag bij onder anderen Moritz Mildner en Anton Bennewitz (viool). Hij behaalde eerste prijzen voor orkestdirectie, viool en altviool. In hetzelfde jaar schreef hij ook zijn eerste compositie de Líbánky (Wittebroodsweek), polka.

Karel werd lid in de Militaire muziekkapel van het Infanterie-Regiment nr. 11, die zijn vader dirigeert. Aldaar speelt hij viool, flügelhorn en grote trom. In 1870 werd hij op twintigjarige leeftijd dirigent aan het Landestheater te Linz. In 1871 werd hij kapelmeester bij de Militaire muziekkapel van het Karinthië-Maroičič Infanterie-Regiment nr. 7 te Innsbruck en was daarmee de jongste kapelmeester van het Oostenrijks-Hongaarse leger. In de hoofdstad van de deelstaat Tirol leidde hij ook het mannenkoor "Liedertafel" en werd later hun erelid. In 1880 won hij met dit mannenkoor tijdens een "Internationale koor-competitie" in Keulen de eerste prijs in hun categorie.

In 1877 huwde hij met de dochter Eugenie van zijn regimentscommandant Baron von Reichardt Hardtland en op 20 mei 1878 werd hun een zoon Karel geboren. Eugenie was een getalenteerde pianiste.

Vanaf 1883 werd hij kapelmeester van de Militaire muziekkapel van het Infanterie-Regiment nr. 84 te Wenen en vanaf 1892 in Mostar. Dit militaire orkest werd onder zijn dirigentschap heel bekend en was de vertegenwoordiger van Oostenrijk tijdens de wedstrijd van militaire muziekkapellen bij de Wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs. In opdracht van het k. u. k. ministerium voor landsverdediging schreef hij in 1890 een nieuwe versie van de volkshymne, later als Bondshymne betekend, op een tekst van Ottokar Kernstock.

In september 1892 vertrok hij naar Baden bei Wien en werd vanaf 26 april 1893 kapelmeester van het kuurorkest aldaar. Hij kreeg een contract voor twee jaar en hem werd toegestaan, tijdens de winter voor zijn militaire muziekkapel te dirigeren. In 1896 heeft hij zijn militaire dienst beëindigt. In deze tijd schreef hij ook zijn wel bekendst werk Badner Madln, wals, op. 257. Onder zijn leiding groeide het kuurorkest van Baden tot een nieuwe hoogte en maakte in 1903 een concertreis naar Warschau en in 1904 naar de Louisiana Purchase Exposition, ofwel de St. Louis World's Fair. Komzák was daarmee op de hoogtepunt van zijn carrière aangekomen. Bij het publiek was hij buitengewoon geliefd, omdat hij een sympathieke uitstraling bezat en een vriendelijke mens was.

Als componist schreef Komzák een omvangrijk oeuvre. In 1898 won hij de eerste prijs van de compositiewedstrijd voor het keizerjubileum met zijn Kaiserjubiläumsmarsch, op. 260 onder 92 kandidaten.

De uitvaart van Karel Komzák op 25 april 1905 op de Rudolf-Zöllner-straat in Baden bei Wien op de weg naar de begraafplaats

Komzák was erelid van verschillende muzikale verenigingen bijvoorbeeld van de filharmonische gezelschap van Athene (1886) en werd onderscheiden met binnen- en buitenlandse ordes zoals Serbië, Turkije, Montenegro en Perzië. In 1880 werd hij in Oostenrijk onderscheiden met de gouden medaille voor kunst en wetenschap.

Op paaszondag 23 april 1905 overleed Komzák in Baden bij de poging op een startende trein te springen en daarbij onder de wielen van de trein kwam. Vooreerst werd hij - in aanwezigheid van Franz Lehár en Carl Michael Ziehrer - in Baden bij Wien op de begraafplaats begraven. Later zette zich de burgemeester van de hoofdstad Wenen, Karl Lueger, ervoor in, de meester Komzák in een eregraf on de centrale begraafplaats van Wenen (Wiener Zentralfriedhof, Gruppe 32 A, Nummer 13) in de buurt van andere (wereld-)bekende componisten te begraven. Dit was door een besluit van de raad van de stad Wenen al vroeger beloofd en met toestemming van de familie op 11 november 1905 ook omgezet.

Trivia[bewerken]

In 1924 werd in de 22 district van Wenen, Donaustadt, ter herdenking aan de tot zijn tijd populairste militaire kapelmeester van Oostenrijk de "Konzákgasse" naar hem benoemd.

Composities[bewerken]

Werken voor orkest[bewerken]

  • 1893 Neues Leben, wals, op. 210
  • 1898 Bad’ner Mad’ln (Bádenská děvčátka), wals, op. 257 [1]
  • 1904 Wien bei Nacht, selectie, op. 297
  • 1904 Maienzauber, wals, op. 306
  • Am Gardasee, polka mazurka, op. 184 [2]
  • An der schönen grünen Narenta, wals, op. 227
  • D´Helenenthaler, polka snel, op. 273
  • Den blonden Mädchen, wals [3] [4]
  • Die Lautenschlägerin, gavotte, op. 119
  • Die Mühle am Bach "Am Krupkabache"
  • Die schönen Tage...! Am Manzanares. Rosita, polka mazurka, op. 231
  • Durch alle Zonen, polka snel, op. 180
  • Elisabeth-Walzer, op. 239
  • Erinnerung an Gutenbrunn, gavotte, op. 299
  • Ernst und Scherz für´s Wiener Herz, op. 285
  • Fesch, galop, op. 246
  • Fideles Wien, wals, op 190
  • Fideles Wien (II. Folge). Wienerlieder-Walzer, op. 271
  • Galopp, op. 303
  • Großes Walzer-Potpourri, op. 240
  • Halloh!, galop, op. 161
  • Heitere Stunden, polka française, op. 183
  • In Sturm und Drang, wals
  • Konzert für eine Kaiserin
  • Liebesgeheimnis, gavot, op. 256
  • Louise de Lavallière, Air voor viool en orkest
  • Maiblümchen
  • Mein Baden, wals
  • Münchner Kindl, wals, op. 286
  • Neue Wiener Volksmusik, op. 244
  • Ouverture tot de opera "Edelweiß" [5]
  • Petite Valse, wals, op. 173
  • Sub Rosa, op. 172
  • The Francis March, op. 300
  • Überselig, wals-idylle, op. 212
  • Utokem - Attacke!, galop, op. 156
  • Volksliedchen und Märchen, op. 135
  • Warschauer Madl'n, wals [6]
  • Wiener am Land. Ein Ausflug nach Baden, selectie, op. 225


Werken voor harmonieorkest[bewerken]

  • 1861 Líbánky (Flitterwochen - wittebroodsweek), polka
  • 1887 Erzherzog Albrecht-Marsch, op. 136 (Deze mars was benoemd naar Aartshertog Albrecht van Oostenrijk-Teschen en is geschreven voor het k.u.k. Infanterieregiment Erzherzog Albrecht Nr.44 en het Infanterie-Regiment nr. 13 in Krakau) [7]
  • 1898 Bad’ner Mad’ln (Bádenská děvčátka), wals, op. 257
  • 1898 Kaiserjubiläumsmarsch (Kaiser Marsch "1848-1898"), op. 260
  • 84er Regiments-Marsch, op. 125a
  • ABC-potpourri, op. 245
  • Allegorie, polka mazurka, op. 122
  • Am Gardasee, polka mazurka, op. 184
  • Alte Wiener Volksmusik, selectie
  • Andreas Hofer-(Defilier-)Marsch, op. 279
  • Auf schäumender Woge, polka snel, op. 94
  • Aus der Zeit der jungen Liebe, op. 252
  • Barataria-Marsch, op. 47
  • Bavaria-Marsch, op. 151
  • Blond – Poste restante, polka française, op. 284
  • Bruder Martin, op. 221
  • Buren-Patrouille, mars, op. 276
  • Caraffa-Marsch, op. 243
  • Defilier-Marsch nach Motiven aus Leoncavallos opera "Der Bajazzo"
  • Dein gedenk' ich, wals
  • Der letzte Gruß, voor flügelhorn en harmonieorkest, op. 198
  • Der Wassergigerl, op. 128
  • Der lustige Jäger, op. 288
  • Die Eine, die ich meine, polka mazurka, op. 121
  • Dornröschen, polka mazurka, op. 124
  • Durchs Feuer
  • Echtes Wienerblut, mars, op. 189
  • En carrière, galop, op. 141
  • Erzherzog-Rainer-Marsch, op. 261
  • Feierabend
  • Feierstunden-Marsch
  • Feinsliebchen, polka-mazurka, op. 123
  • Feldzeugmeister von Kuhn
  • Fideles Wien, wals, op 190
  • Für meine Freunde
  • Für Kaiser und Vaterland
  • Für´s Herz und Gemüth, op. 188
  • General Müller von Wandau-Marsch[8]
  • Graf Attems-Marsch
  • Graf Orsini-Rosenberg-Marsch, op. 287
  • Gruss vom alten Steffel, polka mazurka, op. 152
  • Habt's a Schneid? (Uhl Marsch), op. 143
  • Hänsel und Gretel-Marsch
  • Herzog Alfred-Defilier-Marsch
  • Indiánská děvčátka
  • Is, is, is, Hongaarse liederenmars[8]
  • Kaiser Joseph-Marsch, op. 265
  • Kielmannsegg, polka française, op. 157 (samen met: Karel Komzák (vader)
  • Klassisch und Wienerisch, selectie, op. 259
  • Köning Karl Marsch
  • Kosak-Marsch
  • Lebewohl-Marsch
  • Leicht´ Gepäck, polka snel, op. 181
  • Liebchen träumt, op. 211
  • Lustiges Marsch-Potpourri, op. 220
  • Märchenlauschen, gavotte, op. 120
  • Maienzauber, wals, op. 306
  • Münchner Kindl, wals, op. 286
  • München-Wien, ein Sinn, polka française, op. 154
  • Nach Abbazia, polka française, op. 140
  • Neue Wiener Volksmusik, selectie, op. 244
  • Neues Leben, wals, op.210
  • Nieke-Marsch
  • Oberst König-Marsch
  • Oberst-von-Stingl-Marsch (Echtes Wiener Blut), op. 189
  • Obstructionspolka
  • Ouverture tot de opera "Edelweiß"
  • Petite Waltz, op. 173
  • Phantome, wals, op 160
  • Pikante Blätter, selectie, op. 236
  • "Potpourri für lustige Leut´", op. 186
  • Schulter an Schulter - mars naar motieven uit de opera "Edelweiß", op. 194
  • Seitenstettner Studentenmarsch, op. 213
  • Soldatenbschied, mars
  • St. Louis - mars naar Amerikaanse motieven
  • Sturm Galopp, op. 156
  • Thun-Hohenstein-Marsch, op. 106 (opgedragen aan graf Franz Thun-Hohenstein, de overste van het Infanterie-Regiment nr. 54)
  • Ta-ra-ra-bum-dera!, marslied, op. 109 - tekst: Carl Lorens, Rudolf Frische
  • Technikerblut, polka française, op. 144
  • Toros-Marsch
  • Utokem - Attacke!, galop, op. 156
  • Vindobona-Marsch [9]
  • Wiener Lieder-Marsch, op. 171
  • Wiener Spaziergänge, op. 215
  • Wiener Volksmusik, selectie, op. 165
  • Windisch-Graetz-Marsch (90er Windischgraets-Infanterie-Regiments-Marsch)


Muziektheater[bewerken]

Opera's[bewerken]

Voltooid in titel aktes première libretto
1891 Protěž (Edelweiß), op. 170 2 bedrijven 1892, Wenen, Carltheater Franz Brakla

Operettes[bewerken]

Voltooid in titel aktes première libretto
David a Goliáš (David en Goliath)

Werken voor koor[bewerken]

  • Bitte, voor mannenkoor a capella, op. 142, nr. 1
  • In die weite Welt, wals voor mannenkoor met piano vierhandig (of orkest), op. 289
  • Landsknechtslied
  • Liebeswonne, lied voor mannenkoor a capella, op. 142, nr. 2

Kamermuziek[bewerken]

  • Drei kleine Streichquartette, op. 248
    1. Frommer Wunsch
    2. Gretelein
    3. Wie d´ Engerl im Himmel tanzen
  • Liebchen träumt, voor strijkkwintet, op. 211
  • Überselig, voor strijkkwintet en harp, op. 212

Bibliografie[bewerken]

  • Jason Stephen Heilman: O du mein Österreich - Patriotic Music and Multinational Identity in the Austro-Hungarian Empire, Durham, North Carolina, Duke University - Departement of Music, Ph.D. dissertation, 2009. 277 p.
  • Otto Wolkerstorfer: Walzerseligkeit und Alltag. Baden in der 2. Hälfte des 19. Jahrhunderts. Grasl, Baden 1999, ISBN 3-85098-243-2
  • Wolfgang Suppan, Armin Suppan: Das Neue Lexikon des Blasmusikwesens, 4. Auflage, Freiburg-Tiengen, Blasmusikverlag Schulz GmbH, 1994, ISBN 3-923058-07-1
  • Viktor Wallner: Die „Leichte“ Muse in Baden – Karl Millöcker, Karl Zeller, Karl Komzák, Neue Badener Blätter, Band 3,1. Gesellschaft der Freunde Badens und Städtische Sammlungen – Archiv, Rollettmuseum der Stadtgemeinde Baden, Baden 1992. [10]
  • Paul E. Bierley, William H. Rehrig: The heritage encyclopedia of band music : composers and their music, Westerville, Ohio: Integrity Press, 1991, ISBN 0-918048-08-7
  • Max Schönherr, Eugen Brixel: Karl Komzák: Vater – Sohn – Enkel. Ein Beitrag zur Rezeptionsgeschichte der österreichischen Popularmusik. Österreichischer Bundesverlag, Wien 1989, 330 p., ISBN 3-215-07040-5 ISBN 978-3-215-07040-2
  • Eugen Brixel: Das ist Österreichs Militär Musik : Von der "Türkischen Musik" zu den Philharmonikern in Uniform, Verlag Styria/Edition Kaleidoskop, 1982.
  • Antonicek: Komzák, Karl. (1850–1905), Komponist und Dirigent. in: Österreichisches Biographisches Lexikon 1815 – 1950. Band 4 (Lieferung 17). S. 104 f. PDF online (p. 104), PDF online (p. 105).

Referenties[bewerken]

  1. Bad’ner Mad’ln (Bádenská děvčátka) door ORF Symphonie Orchester o.l.v. Hans Zauner
  2. Am Gardasee, mazurka
  3. Den blonden Mädchen, wals (1/2)
  4. Den blonden Mädchen, wals (2/2)
  5. Ouverture tot de opera "Edelweiß"
  6. Warschauer Madl'n, wals
  7. Erzherzog Albrecht-Marsch door het Legermuziekkorps 8 van de 1e Gebergtedivisie te Garmisch-Partenkirchen
  8. a b Bij de marsen General Müller von Wandau-Marsch; Is, is, is, Hongaarse liederenmars; is niet twijfel-vrij klaar of nu Karel Komzák I (vader) of Karel Komzák II (zoon) de auteur is.
  9. Vindobona-Marsch
  10. Permalink Österreichischer Bibliothekenverbund.

Externe link[bewerken]