Carel de Nerée tot Babberich
Christophe Karel Henri (Carel) de Nerée tot Babberich (Zevenaar, 18 maart 1880 - Todtmoos (Duitsland), 19 oktober 1909) was een Nederlands tekenaar en schilder. De autodidact De Nerée behoorde tot de stroming van het symbolisme. De "dandy-kunstenaar" was bevriend met de Couperus-biograaf Henri van Booven.
Inhoud |
[bewerken] Levensloop
[bewerken] Jeugd en studie
De Nerée werd geboren in Zevenaar, op Huize Babberich als zoon van Frederik de Nerée tot Babberich (1851-1882) en Constance van Houten (1858-1930). Hij stamde uit een oud adellijk geslacht en had nog twee broers: Richard (1878-1945) en Frans (1882-1929). De laatste schilderde en beeldhouwde. Na de dood van vader De Nerée verhuisde zijn moeder in 1894 met haar zonen naar Den Haag. Constance van Houten was een artistiek aangelegde vrouw die ontwerpen van Carel als borduurwerken uitwerkte. Na zijn dood is zij hiermee doorgegaan.
Op zijn vijftiende vertrok De Nerée naar Antwerpen om daar een opleiding aan de Handelsschool te doen. Veel tijd bracht hij echter door in het nachtelijke Antwerpen. Hij slaagde desondanks voor de opleiding. Daarna legde hij in 1898 in Den Haag het consulair examen af en werd geplaatst op het ministerie van Binnenlandse Zaken.
[bewerken] Schrijver en beeldend kunstenaar
In zijn Antwerpse en Haagse tijd begon De Nerée met tekenen en schrijven. Aanvankelijk had hij eerder literaire dan beeldende ambities maar zou zich uiteindelijk helemaal op het tekenen richten. De mythe wil dat hij een roman genaamd Burgerdom geschreven heeft maar deze uiteindelijk verbrand heeft. De Nederlandse schrijver Wim Meulenkamp inspireerde dit nog in 2004 tot het verhaal 'De Nerée schrijft' in zijn bundel Letterkundig Leven. Postuum werden nog wel twee Franstalige gedichten in La Revue de Hollande gepubliceerd. Uit wat overgeleverd is aan literair werk van De Nerée blijkt dat hij zich buitengewoon sterk liet inspireren door 'decadente' auteurs als Charles Baudelaire, Paul Verlaine, Gabriele d'Annunzio, Pierre Louys en Camille Mauclair. Een soortgelijke inspiratie is ook terug te vinden in zijn beeldend werk en is vrij uitzonderlijk in Nederland in de jaren rond 1900. De Nerée en de schrijver Henri van Booven, met wie hij van 1898-1901 goed bevriend was, zijn in deze jaren ware dandy's.
In 1901 werd De Nerée als 'Secrétaire du Consulat des Pays-Bas' tewerkgesteld in Madrid. Hij loopt daar echter tbc op: een ziekte die zijn verdere levensloop zou bepalen. In Madrid zoekt Van Booven hem ook op en zal daar weinig verhuld verslag van doen in zijn roman Een liefde in Spanje (1928). 'Joris van Ree' is hierin De Nerée en 'Frans van Oldenhove' Van Booven. De Nerée zou Van Booven overigens zijn hele leven bezighouden en de vrienden hebben sowieso een grote invloed op elkaar. De Nerée inspireerde Van Booven tot schrijven (o.a. de (proza)gedichtenbundel Witte Nachten uit 1901, de roman Tropenwee uit 1904) en Van Booven schenkt De Nerée The Early Work (1899) van Aubrey Beardsley, die aanvankelijk, tezamen met Francisco Goya en Jan Toorop, de meeste invloed heeft op De Nerées stijl. Later, zoals onder meer blijkt uit zijn kleurgebruik, maakt hij zich meer van deze invloed los en toont hij zich een originele representant van het Europees symbolisme en decadentisme. Hij blijft echter een uitzonderingskunstenaar die moeilijk in een kader te plaatsen is met een zeer persoonlijke, onmiskenbare identiteit die bepaald niet iedereen kon en kan bekoren waardoor hij al snel als vreemdsoortig en 'on-hollands werd gekenmerkt. Tijdens zijn leven vonden er ondanks plannen in die richting geen exposities van zijn werk plaats. In zijn directe omgeving wisten zelfs maar enkelen dat de Haagse dandy ook tekende. Zijn gehele oeuvre wordt geschat op zo'n 375 werken.
Bij een veiling in de jaren twintig raakte De Nerées werk daarnaast verspreid, waardoor er weinig overzicht over het geheel van zijn oeuvre is. Sowieso ontbreken datering op zijn werk doorgaans, wat het overzicht ook bemoeilijkt. Hoewel De Nerée door zijn werkzaamheden en de kringen waarin hij verkeerde een behoorlijk groot 'netwerk' had, had hij waarschijnlijk weinig contacten met andere kunstenaars. Behalve met Van Booven was hij onder meer ook bevriend met de schilders Gerard Gratama en Edzard Falck met wie hij een grote reis door Europa heeft gemaakt.
[bewerken] Ziekte en overlijden
In 1901 vertrekt De Nerée vanwege zijn broze gezondheid naar een kuuroord in Arosa. Hij verblijft de laatste acht jaar van zijn leven, strijdend tegen zijn ziekte, o.a in kuuroorden in Zwitserland, Duitsland en Italië. De zomers brengt hij meestal door in Den Haag en in het Nederlandse Babberich (op Huize Camphuysen). De vriendschap met Van Booven verwatert in deze tijd en hij raakt in steeds nauwere vriendschap met Hermine van Schuylenburg, aan wie hij vele interessante brieven schrijft. In 1903 maakt De Nerée naast tekeningen ook ontwerpen voor gebruiksvoorwerpen als waaiers en vazen. Helaas is hier zo goed als niets van overgeleverd. Na 1904 gaat door zijn slechte gezondheid het tekenen en schilderen hem steeds moeilijker af. Wel blijft hij zich artistiek sterk ontwikkelen. De werken uit deze periode kenmerken zich o.a. door hun kleurgebruik en behoren tot zijn beste en meest bijzondere werk. De goudnuances en symboliek van deze werken roepen vaak associaties op met Moreau en Klimt. In 1905 weet hij enkele werken in Duitsland te verkopen. Hij overlijdt op 19 oktober 1909 in het Zuidduitse kuuroord Todtmoos en wordt begraven in Clarens nabij Montreux.
[bewerken] Receptie
Bij leven heeft er geen expositie van werk van De Nerée plaatsgevonden. Plannen in die richting, in 1904 aan De Nerée voorgesteld door Albert Plasschaert, werden ondanks De Nerées positieve reactie, om onduidelijke redenen nimmer geconcretiseerd. De eerste tentoonstelling van zijn werk vond een jaar na zijn dood plaats in Den Haag. De aard van zijn werk, de Beardsley-navolging en daarmede het 'decadente' karakter ervan, zette De Nerée als vanzelf in een wat geïsoleerde positie in de Nederlandse kunstgeschiedenis. Ook is hij altijd wat in de schaduw van 'de grote drie' Jan Toorop, Thorn Prikker en Derkinderen gebleven. Desondanks heeft hij enkele kunstenaars sterk beïnvloed, in het bijzonder de Nederlandse kunstenaars René Gockinga en Otto Verhagen. Gedurende de twintigste eeuw is zijn werk diverse malen tentoongesteld en heeft hij een kleine schare bewonderaars gekregen. Hiertoe behoorden en behoren Hendrik de Vries, Jan Engelman, W.F. Hermans en Dame Edna. Bij het grote publiek is deze 'Nederlandse Aubrey Beardsley' of 'Louis Couperus van de tekenkunst' echter een doorgaans een onbekend talent.
[bewerken] Werken (selectie)
- Henri van Booven als jonge priester (1900)
- Walden, [niet gebruikt] boekomslag (1900)
- Het Schoone Beeld (1900)
- Inleiding tot Extaze van Couperus (1900-01)
- Extaze, finale (1900-01)
- Zelfportret (1900-01)
- Illustratie voor Le Jardin des Supplices (1899) van Octave Mirbeau (1900)
- Liefdesspel nr. 1 (1900-01)
- Zwarte zwanen (1901)
- De bruid (1901)
- Twee vrouwen (1901)
- Salomé (1901)
- Uil (1903)
- Clownerie (1904)
- La Musique (1904)
- La rencontre (1904)
- Sortie (1904)
- Rococo (1904-05)
- Rôdeuse (1904-05)
- Portretstudie/zefportret (1905?)
- Studie van een Sulamitische (1905?)
- Le mauvais regard (1906?)
[bewerken] Exposities
- Den Haag, Kunstkring, 1910
- Amsterdam, Arti, 1910
- Den Haag, d'Audretsch (met H. Daalhoff e.a.), 1914
- Haarlem, Kunsthandel Du Bois,1936
- Milaan & München, Galerie Levante, 1970
- Laren, Singer Museum, 1974
- Kleve, Städtliches Museum, 1975
- Den Haag, Staalbankiers, 1982
- Arnhem, Gemeentemuseum, 1986
- Arnhem, Gemeentemuseum, 1998?
Bronnen, noten en/of referenties:
- Kunstenaarsdatabase van het RKD.
- Biografie Henri van Booven (door S. Bink) op site Louis Couperus Genootschap
- Actuele berichten over De Nerée op rond1900.nl
- Henri van Booven, 'Karel de Nerée tot Babberich 18 maart 1880-19 october 1909).' In: Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift nr. 42, 1911.
- Henri van Booven, Een liefde in Spanje. Amsterdam, 1928. (Sleutelroman over De Nerée's Spaanse periode).
- En wie, die midden tusschen de paardebloemen zit, beschouwt niet gaarne een exotische orchidee? Tentoonstellingscat., Arnhem, 1986.
- Dick Veeze (red.), 'De inkt is horribel': brieven en tekeningen. Sub Signo Libelli, 1980.
- Dick Veeze, 'Carel de Nerée, een opmerkelijk Hagenaar'. In: Carel de Nerée tot Babberich [1880-1909]. Tentoonstellingscatalogus, Den Haag, 1982.