Kareol
Het Kareol was een groot huis aan de Van Lennepweg in de Nederlandse plaats Aerdenhout in de gemeente Bloemendaal.
Inhoud |
Bouwwerk [bewerken]
Aan het begin van de 20e eeuw werd op een bosrijk perceel in het zuiden van Aerdenhout het enorme bouwwerk gesticht. Met de bouw werd in 1908 begonnen; in 1911 was het voltooid. De bouw heeft circa 2,5 miljoen gulden gekost; een doorsnee woonhuis kostte in die tijd enkele duizenden guldens. Opdrachtgever hiervan was de Amsterdamse zakenman Julius Carl Bunge, die in de graanhandel toentertijd fortuin gemaakt had. Dit stelde hem in staat om een bouwwerk te laten stichten dat zo veel mogelijk de geest van de componist Richard Wagner moest uitstralen, van wie hij een groot liefhebber was. De naam is afkomstig van een burcht in Wagners opera Tristan en Isolde: oorspronkelijk stond het Kareol in het Britse Cornwall, waar in de tuin bij de burcht Tristan er gewond op zijn geliefde Isolde wachtte. Bunge had als Wagner-aanbidder een grote invloed op het muziekleven in Nederland van 1890 tot 1934. Bunge woonde er met zijn Duitse echtgenote Lotte Meissner.
Omschrijving [bewerken]
Het Kareol was ontworpen door de Zweedse architect Anders Lundberg en een voorbeeld van Scandinavische bouwkunst in Nederland. Ook de architecten Sven Silow en prof. Max Läuger waren bij het werk betrokken. Het bouwwerk was zeer ongewoon en paste eigenlijk niet erg bij de bestaande bebouwing: het reusachtige gebouw was veel groter en hoger dan de omringende huizen, het was van de buitenzijde geheel lichtgrijs gepleisterd en bezat een hoge toren. Deze toren fungeerde als watertoren voor het huis, maar kon ook beklommen worden, zodat men een goed uitzicht moet hebben gehad over de wijde omgeving. Treinreizigers die uitstapten op het spoorwegstation Heemstede-Aerdenhout konden steeds deze toren goed zien, aangezien het bovenste stuk duidelijk uitstak boven de bosrijke omgeving. De toren was 32 meter hoog. Boven was aan alle zijden een balkon, waarboven een koepel was. In 1910 verscheen van de hand van Theo Rüter een artikel over het Kareol in "Architectura", het orgaan van het genootschap Architectura et Amicitia. In Duitsland was veel meer aandacht voor het Kareol: het gehele nummer van "die Innendekoration" van juli 1914 werd eraan gewijd.
Opera en kunst [bewerken]
In het huis werden tal van opera-uitvoeringen door de Wagner-Vereeniging voorbereid; Bunge hield zich vooral bezig met de enscenering daarvan. In het huis waren verschillende tegeltableaus met voorstellingen uit Wagners werken ingemetseld. In de omringende tuin was een vijverpartij, een rozentuin, een bosgebied waardoorheen een klein treintje was aangelegd en er bevonden zich 2 dienstwoningen. Het huis had bovendien een eigen orgel, dat op muziekrollen kon spelen (als een pianola). De bouwstijl van het Kareol kon het beste worden omschreven als jugendstil. Het pand was geheel uitgevoerd in gewapend beton. Er waren ook elementen van art deco in het huis aanwezig. Er is een goede vergelijking te maken met het Jachtslot Sint Hubertus, dat bewoond werd door het echtpaar Kröller-Müller in het park de Hoge Veluwe. Bunge was bovendien kunstliefhebber en richtte het Kareol dan ook met vele kunstwerken in. Beroemd was bijvoorbeeld de enorme tapijtencollectie die het huis herbergde. Bij de inrichting van het huis speelde geld geen rol: alles was van de mooiste en duurste materialen vervaardigd.
Na Bunges dood [bewerken]
Ondanks deze grootse, ongewone opzet heeft het huis Bunge maar korte tijd tot woning kunnen dienen. In 1919 stierf zijn echtgenote aan de Spaanse griep. Tot aan zijn overlijden in 1934 bewoonde Bunge het huis met huisvriendin Hilde Rusag, die in 1941 stierf. Haar Duitse erfgenamen namen de meeste kostbaarheden naar Wuppertal (Duitsland) mee, waar ze bij een bombardement van deze industriestad verloren gingen.
Op 18 juli 1940 wordt het Kareol, met instemming van de eigenares, Hilde Bunge (Rusag), in gebruik genomen door het Rode Kruis als herstellingsoord voor militairen die gewond zijn geraakt tijdens de meidagen. Initiatiefnemers zijn ritmeester Pahud de Mortange en Dr. C. Kroon. In juli 1941 krijgt Pahud een gift van fl. 10.000,= en ‘duizend sigaren’ van de N.S.V.O. Het geld is een deel van de opbrengst van een collecte die deze vrouwenorganisatie heeft gehouden ten bate van het Duitse Rode Kruis.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het Kareol door de Nederlandse overheid geconfisqueerd en gebruikt als sanatorium, waar oorlogsgewonden konden aansterken. De vereniging van deze veteranen, de vereniging BNMO (Bond Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers) geeft een periodiek uit dat toepasselijk nog altijd de naam "De Kareoler" draagt. Nadien werd het gekocht door een vermogend paardenliefhebber, die zich er verder geen raad mee wist. Later belandde het in de handen van de omstreden speculant Reinder Zwolsman, die het doorverkocht aan speculant Muller. Er trad leegstand van het immense bouwwerk op, met onvermijdelijk verval. Het bleek onmogelijk om nog een geschikte bestemming voor het immense en typische gebouw van het Kareol te vinden. Er dreigde verder verval en afbraak. Door een groepering van buurtbewoners werd nog een stichting opgericht tot redding van het complex.
De sloop van het Kareol [bewerken]
In 1968 stond het Kareol op de hoesfoto van het album Nacht en Ontij van Boudewijn de Groot. De lancering van het album vond plaats op het al lang onbewoonde landgoed.
Uiteindelijk vond de gemeente Bloemendaal de situatie zo onveilig en bleek herstel zo kostbaar, dat de sloop volgde in 1979. Het Kareol had weliswaar de status van Rijksmonument, maar werd door staatssecretaris van Cultuur Gerard Wallis de Vries van de Monumentenlijst geschrapt. De sloop was niet alleen het gebouw, maar ook de sloper noodlottig: deze ging failliet. Een ander moest de afbraak voltooien. Bij het ontmantelen van het stevig gebouwde huis, waarin gewapend beton gebruikt was, moest zelfs springstof gebruikt worden. Toch wilde de gemeente Bloemendaal nog een aandenken van het Kareol in het gemeentearchief bewaren. Men koos voor enkele tegeltableaus. Deze bleken moeilijk te redden doordat zij stevig verankerd met het gebouw waren en konden deels enkel in beschadigde staat losgemaakt worden. Het huisorgel (Aeolian Pipe Organ) is ondergebracht in het Pianola Museum in Amsterdam. De kunstschilder Fred Blei uit Amsterdam vervaardigde nog een aantal schilderingen met taferelen van het Kareol zoals dit geweest is. Hans van der Horst maakte van de afbraak van Kareol een verslag in pentekeningen. Dit werd in 1980 als boek (ISBN9022840972) gepubliceerd onder de titel: Kareol: ondergang van een monument.
Tegenwoordig [bewerken]
Op dit moment is op de plaats van het Kareol een nieuw appartementengebouw gesticht. Het park en bosgebied zijn zo veel mogelijk in de oorspronkelijke staat hersteld. In het bos zijn op verschillende plaatsen nog oude bouwwerken overgebleven uit de gloriedagen van het Kareol.