Keizerspinguïn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Keizerspinguin)
Ga naar: navigatie, zoeken
Keizerspinguïn
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2009)
Emperor penguin.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (dieren)
Stam: Chordata (chordadieren)
Klasse: Aves (vogels)
Orde: Sphenisciformes (Pinguïns)
Familie: Spheniscidae (Pinguïns)
Geslacht: Aptenodytes
Soort
Aptenodytes forsteri
Gray, 1844
Broedgebied (groen) en leefgebied (rood)
Broedgebied (groen) en leefgebied (rood)
Wikimedia Commons Afbeeldingen Keizerspinguïn
Keizerspinguïn op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De keizerspinguïn (Aptenodytes forsteri) is de grootste pinguïnsoort met een grootte tot 115 cm[2] en een gewicht van ongeveer 30 kg. Keizerspinguïns worden ongeveer 20 jaar oud, hoewel leeftijden tot 40 jaar gemeld zijn.

Inhoud

[bewerken] Uiterlijk

De meest op de keizerspinguïn gelijkende pinguïnsoort is de koningspinguïn, tevens de tweede grootste soort. De koningspinguïn is echter iets kleiner en feller gekleurd. De gekleurde vlekken langs de zijkant van de kop zijn bij deze soort ook niet verbonden met hun witte voorkant, in tegenstelling tot de keizerspinguïn. Koningspinguïns zijn vaak te verwarren met keizerspinguïns, keizerspinguïns hebben echter een kromme snavel, koningspinguïns niet.

Mannetjes en vrouwtjes kunnen van elkaar onderscheiden worden aan de hand van de roep.

De kuikens zijn grijzig met een zwart-witte kop. Bij de koningspinguïn zijn de kuikens volledig bruin.

[bewerken] Voedsel

Keizerspinguïns eten schaaldieren (zoals krill), inktvissen (voornamelijk pijlinktvissen) en vis. De pinguïns duiken 150 tot 550 meter diep om deze dieren te vangen. Daarbij kunnen ze tot twintig minuten onder water blijven en 'vliegen' ze als het ware sierlijk door het water.

Predators zijn zeeluipaard, orka en haai.

[bewerken] Voortplanting

Keizerspinguïns op het Ross-shelfijs, Antarctica

In tegenstelling tot andere pinguïns broedt de keizerspinguïn in de volle Antarctische winter. Hierbij trotseren de dieren temperaturen van vele tientallen graden Celsius onder het vriespunt, soms wel 60 graden onder nul.

In mei of juni (in de herfst op het zuidelijke halfrond) legt het wijfje op het ijs ver van de zee één ei. De vrouwtjes vertrekken daarna onmiddellijk weer naar zee, waar ze een vetlaag aanleggen vooraleer ze in de lente terugkeren.

De mannetjes blijven in een groep achter in de donkere, koude poolnacht. Het ei houden ze op hun voeten onder een beschermende huidplooi. Omdat ze door het ei worden gehinderd in hun bewegingen zijn ze veroordeeld tot maanden lang vasten en overleven op hun vetreserves. Om de snijdend koude wind, met soms orkaansnelheden tot 200 kilometer per uur, te overleven gaan al de mannetjes dicht bij elkaar staan en blijven voortdurend in beweging, zodat niet steeds dezelfde mannetjes aan de buitenkant staan.

Na twee maanden keert het vrouwtje terug en neemt de zorg van het net uitgekomen kuikentje over. De uitgeputte mannetjes (die ongeveer de helft van hun lichaamsgewicht zijn verloren) kunnen nu zelf terug naar zee, die ondertussen veel dichterbij is (het is dan lente en het winterpakijs is al gedeeltelijk gesmolten).

De kuikentjes worden door de vrouwtjes opgevoed in een soort crèche. Wanneer ze ongeveer vier jaar oud zijn, beginnen ze zelf ook aan de lange tochten naar de broedplaats. Tot die tijd blijven ze het hele jaar in het water, behalve wanneer ze in de rui zijn want dan krijgen ze kale plekken waardoor ze onderkoeld kunnen raken.

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. (en) Keizerspinguïn op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Aptenodytes forsteri G. R. Gray, 1844. Encyclopedia of Life. Geraadpleegd op 6 maart 2011.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen