Kerkuilen
| Kerkuilen | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Kerkuil (Tyto alba) |
|||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||
|
|||||||||
| Familie | |||||||||
| Tytonidae Mathews, 1912 |
|||||||||
| Kerkuilen op |
|||||||||
|
|||||||||
De kerkuilen (Tytonidae) vormen de kleinste van de twee families binnen de orde der uilen (Strigiformes). De familie telt 18 soorten.[1] Het zijn middelgrote tot grote soorten met een vrij grote kop en een typisch hartvormig gezichtsmasker, 'sluier' genaamd. Kerkuilen hebben vrij lange sterke poten met krachtige stevige klauwen. De familie valt uiteen in twee onderfamilies: de Tytoninae of typische kerkuilen (sensu stricto) met onder andere de gewone kerkuil als typische soort en daarnaast de Phodilinae of bruine uilen.
Fossiele vondsten gaan terug tot het Eoceen en twee andere zijn enkel bekend uit fossiele gegevens, nl. de Necrobyinae en de Selenornithinae.
Kerkuilen zijn cosmopoliet en dus een familie die over de hele wereld wijd verspreid is, slechts ontbrekend in het uiterste Noorden van Noord-Amerika, de Saharawoestijn in Afrika en uitgestrekte delen van Azië. Kerkuilen komen voor in een brede waaier van verschillende biotopen, van woestijngebieden tot wouden en van gematigde breedtegraden tot meer tropische gordels. In andere talen wordt deze familie ook aangeduid als Maskeruilen ( wegens hun typische sluier), Grasuilen (sommige soorten broeden op de grond in lang gras) of Baai-uilen.
Over het merendeel van de tegenwoordig bekende soorten is echter weinig bekend wat betreft hun algemene leefwijze en voedingsgewoonten. Sommige zijn amper beschreven, of nauwelijks bestudeerd en teruggezien na hun eerste ontdekking en wetenschappelijke beschrijving, dit in tegenstelling tot de gewone kerkuil, die vrij uitvoerig opgevolgd wordt en één van de beter bestudeerde uilen ter wereld is. Toch ook bij de gewone kerkuil zijn er ondersoorten die te weinig bestudeerd worden en eventueel meer aandacht behoeven.
Een aantal soorten worden als bedreigd beschouwd, ook al door hun vrij klein verspreidingsgebied ( sommige soorten zijn endemisch). Bepaalde eilandsoorten zijn reeds uitgestorven (zoals Tyto letocarti, die enkel bekend is uit fossiele vondsten van Nieuw-Caledonië).
Kerkuilen zijn meestal vrij uitgesproken nachtvogels, meestal géén trekvogels en leven samen in koppels, andere leven solitair.
Kerkuilen hebben ongeveer 1200 veren. Deze veren zijn anders dan de veren van andere vogels. De veren zijn zo gemaakt zodat je niks hoort als de uil met zijn vleugels klapt.
[bewerken] Taxonomie
- Geslacht Phodilus
- Phodilus assimilis - Hume, 1877
- Phodilus badius (Bruine uil) - (Horsfield, 1821)
- Phodilus prigoginei (Prigogine-uil) - Schouteden, 1952
- Geslacht Tyto
- Tyto alba (Kerkuil) - (Scopoli, 1769)
- Tyto aurantia (New Britain kerkuil) - (Salvadori,1881)
- Tyto capensis (Kaapse grasuil) - (Smith, 1834)
- Tyto delicatula - (Gmelin, 1788)
- Tyto deroepstorffi (Andaman kerkuil) - (Hume A.O. 1875)
- Tyto glaucops (Hispaniolakerkuil) - (Kaup, 1852)
- Tyto inexspectata (Minahassakerkuil) - (Schlegel, 1879)
- Tyto longimembris (Aziatische grasuil) - (Jerdon, 1839)
- Tyto manusi (Manus kerkuil) - Rotschild & Hartert, 1914
- Tyto nigrobrunnea (Neumann kerkuil) - Neumann, 1939
- Tyto novaehollandiae (Australische kerkuil) - Stephens, 1826
- Tyto rosenbergii (Sulawesi-kerkuil) - (Schlegel, 1866)
- Tyto sororcula (Molukse kerkuil) - (P.L. Sclater, 1883)
- Tyto soumagnei (Madagaskar-grasuil) - (Grandidier, 1878)
- Tyto tenebricosa (Zwarte kerkuil) - (Gould, 1845)
Bronnen, noten en/of referenties: