La belle Hélène

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Affiche voor La belle Hélène

La belle Hélène is een opéra bouffe in drie bedrijven van Jacques Offenbach op een libretto van Henri Meilhac en Ludovic Halévy. De wereldpremière vond plaats op 17 december 1864 in het Théâtre des Variétés te Parijs.

Inhoud[bewerken]

Eerste bedrijf[bewerken]

Hogepriester Kalchas is in de tempel een offer aan het voorbereiden als de mooie Helena binnenkomt die vraagt of er nog nieuws is over het geval van de appel (het oordeel van Paris waarbij hij de gouden appel aan de mooiste godin moest geven). Kalchas zegt geen nieuws te hebben, hoewel hij bevestigt dat de mooiste vrouw ter wereld die aan Paris beloofd werd, niemand anders kan zijn dan zij. Als ze weg is wordt hij gestoord door een jongeman die vraagt of de duif met zijn brief al aangekomen is. Verveeld zegt Kalchas dat hij niks weet van een duif of een brief, maar op die arriveert op hetzelfde moment. De brief is van Venus en geeft Kalchas de opdracht de jongeman, die niemand anders is dan Paris, de zoon van koning Priamus, voor te stellen aan de koningin.

Paris is vermomd als herder en doet mee met een raadselwedstrijd die uitgeschreven is door koning Agamemnon, en hij wint de prijs; dit tot groot ongenoegen van koning Menelaos, de echtgenoot van Helena. Dan maakt hij bekend wie hij is. Om vrij spel te krijgen, moet Kalchas via het orakel aankondigen dat Menelaos in zijn eentje een pelgrimsreis naar Kreta moet maken; menelaos vertrekt dan ook terstond.

Tweede bedrijf[bewerken]

's Avonds, wanneer het hof aan het gokken en het drinken is, komt Paris bij Helena, maar zij doet net alsof ze hem afwijst. Hij zegt dat hij wel een list zal verzinnen, en vertrekt. Dan, als ze ligt te slapen komt hij terug, en zij denkt dat alles een droom is, en geeft zich helemaal over. Dan komt Menelaos plotseling terug, en vindt de twee in elkaars armen. Woedend roept hij iedereen erbij, maar hij krijgt weinig steun, want iedereen is van mening dat het zijn eigen schuld is. Paris moet echter vertrekken, maar hij zweert terug te zullen komen.

Derde bedrijf[bewerken]

Venus is woedend op de Grieken omdat haar plannen gedwarsboomd zijn, en uit wraak maakt ze heel het volk wellustig, en de verdorvenheid viert hoogtij. De koningen zitten met hun handen in het haar, en men besluit een afgezant naar Kythera te sturen. Als antwoord verschijnt de hogepriester van Venus zelf, en die beveelt dat Helena met hem mee moet komen naar Kythera om offers aan de godin te brengen. Helena heeft daar helemaal geen zin in, maar op aandringen van de koningen scheept zij zich met de hogepriester in en vaart weg. Terwijl ze wegvaren onthult de hogepriester wij hij werkelijk is: Paris. De koningen hebben het nakijken.