Labrador retriever

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Labrador retriever
Hondenras
zwarte labrador retriever
zwarte labrador retriever
Basisinformatie
Andere namen Labrador
Oorsprong Vlag van Canada Canada
Classificatie FCI: Groep 8 Sectie 1 #122
Zie ook de lijst van FCI-nummers
bruine labrador retriever
bruine labrador retriever
blonde labrador retriever
blonde labrador retriever
Lijst van hondenrassen

De labrador retriever of kortweg labrador is een hondenras dat afkomstig is uit Newfoundland en Labrador, en afstamt van de St. Johns-hond. Vanuit dit ras is vanaf midden 19e eeuw in Engeland gekruist met een aantal andere rassen, zoals de Gordon setter, de Spaniël, de Flatcoated retriever en de Chesapeake Bayretriever.

De St. Johns-hond werd door de Eskimo's gebruikt voor de visvangst, de labrador werd speciaal gefokt voor de eendenjacht en voor de jacht in moerassige gebieden. De retriever heeft zelfs zwemvliezen tussen zijn tenen.

Uiterlijk[bewerken]

De vacht van de labrador is kort en dik met een waterafstotende ondervacht en heeft weinig verzorging nodig. De labrador komt voor in de kleuren zwart, blond, variërend van roomwit tot vossenrood (ook wel fox genoemd), en bruin. In de vroege geschiedenis van dit ras waren de labradors hoofdzakelijk zwart; blond kwam ook wel voor maar in veel mindere mate. In de jaren 70 werd de blonde kleur pas echt populair. Bruin werd gezien als een 'fout' en is pas vele jaren later als raskenmerkend toegevoegd aan de rasstandaard. Schofthoogte van de reuen is 55 tot 57 centimeter en die van de teefjes is van 54 tot 56 centimeter. Een labrador weegt ongeveer 25 tot 35 kilo. De gemiddelde levensduur van de labrador retriever is tussen de 12 en 14 jaar.

Opvoeding[bewerken]

De labrador retriever is door zijn leergierigheid en intelligentie niet moeilijk op te voeden. Ze floreren het best bij een consequente, vriendelijke opvoeding.

Gebruik[bewerken]

De labrador is gefokt als jachthond voor wild te water. Na het schieten van het wild (eenden, ganzen etc.) was het de taak van de labrador om deze te apporteren uit het vaak ijskoude water. Dankzij het type landschap is de labrador een geharde hond, die niet snel zal laten blijken dat hij pijn heeft en graag werkt voor de baas. Ze blinken dan ook uit bij de jacht en jachttraining. De laatste jaren worden labrador retrievers vaak als blindengeleidehond ingezet, evenals assistentie- of hulphond, reddingshond en drugshond.

Geschiedenis[bewerken]

De mentale en fysieke eigenschappen van de labrador zijn ontstaan in het onherbergzame landschap voor de kust van Newfoundland. Het waren de werkhonden van vissers die hier vanaf het begin van de 16e eeuw actief waren. Vissers uit Engeland, Portugal en Frankrijk kwamen oorspronkelijk alleen voor het visseizoen naar Newfoundland, maar later vestigden zij zich daar ook. De honden die ze mee namen en met elkaar kruisten zijn de voorouders zijn van de hond die vandaag de dag als labrador bekend is.

Halverwege de 18e eeuw groeide het vissersdorpje St. John's in Newfoundland uit tot een welvarende stad en nam het inwoneraantal toe. De plaatselijke vissershonden stonden toen bekend als St. John's-honden. Deze taaie, maar evenwichtige honden voeren mee in de kleine vissersboten en moesten het ijskoude water induiken om vissen, lijnen en netten binnen te halen. Dankzij hun krachtige poten en otterstaart konden zij zich snel door de koude golven verplaatsen. Hun dichte waterbestendige vacht beschermde hen tegen de kou en stootte het water af. Bovendien konden ze dankzij hun sterke, maar zachte bek hun vangst onbeschadigd naar de baas brengen.

Deze werkhonden zijn begin 19e eeuw via de vissershaven Poole in Dorset in Engeland geïntroduceerd. De jagers daar waren onder de indruk van hun vaardigheden op het gebied van apporteren, zowel in het water als op het land. Een van die jagers was de tweede Earl of Malmesbury, de eerste voorvechter van de labrador retriever in Engeland.

Malmesbury importeerde St. John's-honden uit Newfoundland en stichtte zijn eigen kennels voor het ras. In tegenstelling tot andere eigenaren kruiste hij zijn honden niet met andere rassen en zo hield hij de soort zuiver. In 1830 werden St. Johns-honden in de kennels van de Duke of Buccleuch in Schotland geïntroduceerd. Later in de negentiende eeuw werden honden uit de kennels van de twee edellieden met elkaar gekruist om inteelt tegen te gaan. Dit was een goede zet van de Britse fokkers want in Newfoundland ging het bergafwaarts met het ras omdat de visserij steeds meer concurrentie kreeg van schapenboeren. De kontakten met Engeland verminderden en hoge invoerrechten maakten het minder aantrekkelijk honden uit hun thuisland te importeren.

Labradors zijn door hun afkomst graag in het water