Lichtend Pad

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Communistische Partij van Peru
Flag of Sendero Luminoso.svg
Oprichting 1970
Leider Abimael Guzmán
Ideologie Maoïsme, Communisme, Marxisme-leninisme
Methoden Guerrilla
Activiteit van het Lichtend Pad in Peru

De Communistische Partij van Peru (Spaans: Partido Comunista del Perú), beter bekend als het Lichtend Pad (Sendero Luminoso) is een maoïstische guerrillabeweging in Peru, opgericht in 1970 door de filosoof Abimael Guzmán. De volgelingen worden senderistas genoemd. Het wordt door onder andere Peru, de Verenigde Staten, Canada en de Europese Unie als terroristische organisatie beschouwd. De groep heeft zo'n 200 tot 300 leden.

De groep heeft zichzelf nooit als Lichtend Pad aangeduid, maar bij voorkeur als "de Communistische Partij van Peru". Het oorspronkelijke doel van de organisatie was om de Peruviaanse regering omver te werpen en te vervangen door een communistisch revolutionair boerenregime. De ideologie en handelwijze van de groepering zijn overgenomen van andere maoïstische groepen, zoals de Communistische Partij van Nepal. Nadat Guzmán in 1992 gevangen is genomen, is de organisatie slechts nog sporadisch actief geweest.

De organisatie is bekend vanwege haar brute, gewelddadige acties tegen gewone boeren, leiders van vakbewegingen, gekozen vertegenwoordigers en de algemene bevolking. Grote aantallen van de Asháninka-indianen zijn door hen uitgemoord, tot slavernij gedwongen of onder bedreiging gerekruteerd. Net als de regering in Peru, beschouwt de EU het Lichtend Pad als een terroristische organisatie. Ook wordt de groep in verband gebracht met handel in cocaïne.[1]

Het Lichtend Pad werd eind jaren zestig een van de meest meedogenloze terreurgroepen in het westelijk halfrond. In 1980 doodde de beweging zeker 30.000 mensen. Het doel van het Lichtend Pad was het vernietigen van de instituten en de universiteiten van Peru om vervolgens een revolutionair bewind op te bouwen. Ook wilde het Lichtend Pad Peru van de rest van Amerika isoleren en de rivaliserende guerrillabeweging Revolutionaire Beweging Túpac Amaru (MRTA) vernietigen. In 2000 begon de Peruviaanse regering aan het oppakken van leden van het Lichtend Pad in de valleien van de Huallaga en de Apurímac, waar de beweging haar aanvallen voorbereidde.

Het Lichtend Pad heeft zowel bomaanslagen als sluipmoorden gepleegd. Ook liet het bommen ontploffen tijdens een vredeproces in Peru. Dat deed de beweging door een bom onder de auto van de Amerikaanse ambassadeur die bij het proces aanwezig was af te laten gaan. Ook na de arrestatie van Guzmán ging het Lichtend Pad door met aanslagen op de Peruaanse overheid en het leger. Ook plegen ze overvallen op kleine dorpen. Ondanks veel bedreigingen is het Lichtend Pad niet meer in staat een belangrijke verandering in de Peruviaanse samenleving te brengen.

In februari 2012 raakte de toen belangrijkste leider van Lichtend Pad, de vijftigjarige Florindo Eleuterio Flores, bijgenaamd Kameraad Artemio zwaargewond in de jungle, volgens president Humala door een legeractie. Hij werd gearresteerd. De Peruaanse autoriteiten zeiden dat dit einde van Lichtend Pad inluidde en kondigde aan de strijd tegen de 'restanten' (overgebleven losse cellen) te zullen opvoeren. In 2011 had Artemio nog gezegd de gewapende strijd te willen opgeven en met de regering te willen onderhandelen over zijn overgave. In maart 2012 werd Walter Diaz Vega (Freddy of Percy genoemd) opgepakt in de regio Alto Huallaga. Hij werd als opvolger van Artemio gezien.[2]

Op 9 april 2012 ontvoerde een cel van Lichtend Pad zo'n dertig bouwvakkers uit een dorp in de buurt van het grootste aardgasveld van Peru. In ruil voor hun loslating eiste de groep tien miljoen dollar losgeld. Korte tijd later werden 23 gijzelaars weer vrijgelaten.[3]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Pablo G. Dreyfus (1999). When all the evils come together. J. Contemporary Criminal Justice 15(4):370–196.
  2. Weer leider Lichtend Pad opgepakt in Peru, de Volkskrant, 4 maart 2012
  3. Peru rebels kidnap gas workers, Al Jazeera, 10 april 2012