Mandarijn (functie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mandarijn (functie)
Naam (taalvarianten)
Traditioneel
Vereenvoudigd
Hanyu pinyin guān
Een mandarijn in Qing-klederdracht.

Een mandarijn was een ambtenaar in het oude China. De functie van mandarijn stond in hoog aanzien. Om mandarijn te kunnen worden, moest men een zeer moeilijk staatsexamen afleggen. Sommige Chinezen hebben de familienaam Guān (官), wat mandarijn betekent.

Taken en betekenis[bewerken]

De keizer van China steunde voor het dagelijks bestuur steeds op de ambtenaren. Er waren ambtenaren op alle niveaus, van de districtsambtenaar tot de adviseurs van de keizer aan het hof. Doordat de functie en taken van de mandarijnen duizenden jaren hetzelfde bleven en steeds de ambtenarenklasse van de verschillende keizerlijke dynastieën bleef, waren ze de belangrijkste factor in de constante eenheid van de Chinese beschaving. De mandarijn was verantwoordelijk voor de inning van de belastingen en voor het onderhoud van de stadsmuren en van de land- en waterwegen. Hij waakte ook over de openbare orde.

De districtsambtenaar werd ook wel de 'vader en moeder-ambtenaar' genoemd, omdat hij op districtsniveau over alle aspecten van het bestuur ging. De districtsambtenaar woonde en werkte in de zogeheten yamen, dit was een door hoge muren omgeven bestuursgebouw.

Zie ook Rechter Tie.

Kleding[bewerken]

Tijdens de Qing-dynastie waren mandarijnen herkenbaar aan hun Mantsjoe-stijl hoeden: in de winter een zwarte fluwelen muts; in de zomer een rotan hoed. Bovenop de hoed was een veer gestoken, waaronder rode linten waren bevestigd. De veer was voor hooggeplaatste mandarijnen een pauwenveer met drie "ogen" en voor lagere mandarijnen een fazantenveer. Behalve de hoed waren mandarijnen ook gekleed in een lange, rood of oranje gekleurde mantel, waarop in een ruit een symbool was afgebeeld dat de rang van de functionaris aangaf.


Over de relatie tussen de functie en de vrucht, zie: Mandarijn.