Nevelpanter
| Nevelpanter IUCN-status: Kwetsbaar[1] (2008) |
|||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Nevelpanter in de dierentuin van Rosamond, Californië. |
|||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
|
|||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Neofelis nebulosa (Griffith, 1821) |
|||||||||||||
| Leefgebied | |||||||||||||
| Nevelpanter op |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
De nevelpanter (Neofelis nebulosa) is een katachtige die zich schuil houdt in de bossen van Zuidoost-Azië. Het is een soort van het geslacht Neofelis. Soms wordt hij in het geslacht Panthera geplaatst.
[bewerken] Taxonomie
Uit onderzoek [2] is gebleken dat de volgende drie ondersoorten onderscheiden moeten worden:
- Neofelis nebulosa macrosceloides: leefgebied van Nepal tot Birma;
- Neofelis nebulosa nebulosa: leefgebied van Zuid-China tot Oost-Birma;
- Neofelis nebulosa brachyura: Taiwan (uitgestorven).
De Borneose nevelpanter (Neofelis diardi), die op Sumatra, Borneo en de Batu-eilanden in Indonesië voorkomt, wordt als een aparte soort gezien.
De populatie aan Taiwanese nevelpanters is aanzienlijk afgenomen. Aangenomen wordt dat ze niet langer voorkomen in dit specifieke gebied, omdat de laatste gerapporteerde waarneming dateert van 1983.[3][1]
[bewerken] Kenmerken
Een nevelpanter heeft een schouderhoogte van 25 tot 40 cm. Deze middelgrote carnivoor heeft een stevige lichaamsbouw en weegt gemiddeld 15 tot 23 kg.[4] Nevelpanters hebben een grijsbruine vacht met opvallende, onregelmatig gevormde vlekken met een donkere rand. Ze hebben relatief de langste hoektanden van alle levende katachtigen, met 5 cm ongeveer even lang als die van een tijger.[5]
Zijn korte, flexibele benen, grote poten en scherpe klauwen maken de nevelpanter tot een uitstekende bomenklimmer. Zijn dikke staart, die even lang kan worden als zijn lichaam, geeft hem een nog betere behendigheid, vergelijkbaar met die van de margay in Zuid-Amerika.
[bewerken] Leefwijze
De stevige bouw van de nevelpanter leidde vroeger tot speculaties onder onderzoekers dat het dier op grote zoogdieren jaagt. Ondanks de geringe kennis over het gedrag van nevelpanters in het wild, wordt tegenwoordig echter aangenomen dat ze voornamelijk van boom- en landzoogdieren leven, zoals gibbons, makaken en civetkatten, aangevuld met andere kleine zoogdieren, hertachtigen, vogels, stekelvarkens en gedomesticeerd vee. In gevangenschap eten ze ook eieren en bepaalde planten.
De nevelpanter vangt als volgt een prooi:
- eerst klimt hij in een boom en blijft daar soms uren liggen totdat hij een geschikte prooi op het oog heeft.
- dan wacht hij tot het dier onder zijn boom staat, en springt dan naar diens nek
- indien het een klein dier is breekt hij met zijn sterke kaakspieren en lange hoektanden in één beet de nek van zijn prooi.
- een grotere prooi bijt hij in meerdere beten dood, maar hij bijt hem ook steeds eerst in de nek.
Vrouwtjes baren 2 tot 4 jongen per worp na een draagtijd van ongeveer 85 tot 93 dagen.[4]
Bronnen, noten en/of referenties
|