Euraziatische lynx

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Euraziatische lynx
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
Lynx lynx poing.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Carnivora (Roofdieren)
Familie: Felidae (Katachtigen)
Geslacht: Lynx (Lynxen)
Soort
Lynx lynx
(Linnaeus, 1758)
Verspreiding Euraziatische lynx
Verspreiding Euraziatische lynx
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De Euraziatische lynx of los (Lynx lynx) is een katachtig roofdier ter grootte van een herdershond. De pardellynx (Lynx pardinus) wordt soms als een ondersoort van de Euraziatische lynx beschouwd, evenals de Canadese lynx (Lynx canadensis).

Kenmerken[bewerken]

De lynx heeft karakteristieke bakkebaarden, gepluimde oren en een kort staartje. Hij staat hoog op de poten. De vacht van de lynx is in de zomer geelbruin. 's Winters is de vacht bleker en dikker. Verspreid over zijn lichaam liggen enkele kleine, bleke vlekken. Vooral de ledematen zijn duidelijk gevlekt. De staart is kort met een zwart puntje.

Lynxen zijn goed tegen kou bestand, dankzij de dichte vacht en de haarkussens aan hun voeten. De gepluimde oorschelpen zijn uiterst nuttig voor het opvangen van zelfs de zwakste geluiden.

De kop-romplengte ligt bij een volwassen lynx tussen de 80 en 130 cm, de schofthoogte tussen de 60 en de 75 cm, gemiddeld 65 cm. Het staartje wordt 11 tot 25 centimeter lang. Lynxen wegen 18 tot 25, soms tot 38 kg.

Gedrag[bewerken]

Het dier leeft territoriaal. De mannetjes hebben aparte territoria die overlappen met die van de eveneens solitair levende wijfjes. Als hol wordt meestal een rotshol gebruikt, maar ook een dassenburcht of dicht struikgewas wordt gebruikt. De omvang van een territorium is ongeveer 100 tot 1000 km2.

Voedsel[bewerken]

Lynxen jagen voornamelijk in de schemering. Het zijn geen opportunisten; ze jagen voornamelijk op hazen, reeën en gemzen. Ook knaagdieren, jonge hoefdieren en hoendervogels als patrijzen en ruigpoothoenders (zoals het korhoen) worden gegrepen. Een enkele keer worden ook grotere hertensoorten gedood. De meeste dieren, waaronder hazen, worden vanuit struiken beslopen. Een groter prooidier als een ree wordt vaak vanuit een boom geslagen, waarna het dier in de keel wordt gegrepen. De lynx eet gemiddeld één kilogram per dag. In Beieren bleek uit onderzoek dat de ree driekwart van het menu uitmaakte. Omdat een ree te groot is om in een keer op te eten, kan een lynx soms zes dagen achter elkaar terugkomen naar een prooidier om hier nog van te eten. Deze kennis wordt gebruikt voor de "monitoring" van lynxen. Jagers vinden soms wel prooien van lynxen, waarna camera's geïnstalleerd kunnen worden met bewegingsmelders waarmee de lynxen gefotografeerd kunnen worden.

Een lynx is voortdurend bezig met de evaluatie van zijn territorium op basis van prooidier-activiteit. Bekend is dat lynxen wildwissels voortdurend op recente betreding inspecteren. Het is overigens niet waar dat lynxen enkel zieke en zwakkere dieren aanvallen. Ze vallen met name onoplettende dieren aan. Slechts een klein gedeelte van de aanvallen is succesvol (één op de zes), waardoor aangevallen dieren snel oplettend gaan worden en de lynx zich moet verplaatsen naar een ander gedeelte van zijn territorium, waar de prooien eenvoudiger te vangen zijn.

Voortplanting[bewerken]

Een jonge lynx

De paartijd loopt van januari tot maart, waarna na een draagtijd van ongeveer 74 dagen de jongen in mei of juni worden geboren. De lynx krijgt per worp tussen de één en de vijf, meestal twee à drie jongen. De oogjes gaan na 16 à 17 dagen open. De zoogtijd duurt twee tot vijf maanden. Ze verlaten het nest voor het eerst na 4 maanden. Ze blijven ongeveer 12 maanden bij de moeder. Het mannetje helpt de eerste twee maanden mee met de zorg, door voedsel voor de moeder te brengen.

Een mannetje is na ongeveer 30 maanden geslachtsrijp, een vrouwtje na 22 maanden. Een lynx wordt maximaal 20 jaar oud, gemiddeld 15 jaar in het wild en 17 jaar in gevangenschap.

Verspreiding[bewerken]

De Euraziatische lynx komt voor in de wouden van Europa en Noord- en Centraal-Azië, van het Himalayagebergte tot Siberië. Hij heeft een voorkeur voor volwassen, dichtbegroeide naaldwouden en gemengde bossen, met veel bomen en een dichte ondergroei. Ook komt hij voor in steile rotsgebergten tot 1000 meter hoogte. Een enkele keer wordt hij tot op 2000 meter hoogte aangetroffen.

De lynx kwam voorheen voor in het grootste gedeelte van Europa, van Centraal-Frankrijk en de Pyreneeën tot de Balkan. Het dier is in Europa in veel streken uitgeroeid, omdat hij schade zou aanrichten aan de wildstand en het vee.

Daar waar hij nog aangetroffen wordt, is het een beschermd dier. Op sommige plaatsen neemt zijn aantal zelfs weer toe, zoals nu in delen van Europa. Vanaf 1970 werd de soort geherintroduceerd in de Alpen van Frankrijk en Zwitserland (1971), de Jura, de Vogezen en de Harz (2000). In Oost-Europa zijn ze nooit uitgeroeid geweest. In 1960 was de soort verdwenen uit West-Europa, maar nu zijn ze in de meeste landen weer aanwezig. In 2012 dook de lynx na meer dan een eeuw weer op in Hongarije, waarschijnlijk vanuit Slowakije.[2]

Scandinavië[bewerken]

In Noorwegen leven nog ongeveer 500 lynxen, maar door de overheid is de jacht toegestaan om dit aantal tot 400 te verminderen. In Finland is de totale populatie nog steeds ongeveer 1200 lynxen. In Zweden wordt de populatie geschat op 1200 tot 1500 dieren.[3]

Frankrijk[bewerken]

De lynx in Frankrijk

De kaart aan de rechterkant toont de verspreiding van de lynx in Frankrijk in 2004. Het is een vrijwel aaneengesloten gebied vanaf de Middellandse Zee tot aan Duitsland. De aantallen nemen toe.

  • In 1974-1975 zijn er in de Jura bij Neuchâtel ongeveer tien dieren uitgezet. In 2000 zijn er 80 tot 100 dieren geteld.
  • Tussen 1983 en 1988 zijn in de Vogezen 14 lynxen uitgezet (negen mannetjes en vijf vrouwtjes). In 2000 zijn het er 20 à 30.

Duitsland[bewerken]

In Duitsland zijn er populaties in:

Euraziatische lynx

België[bewerken]

Na circa een eeuw[4] afwezigheid komt de lynx sinds circa 2002 weer in de noordelijke Ardennen van België voor, in onder andere Vielsalm en sinds 2005 in de Voerstreek.[bron?] Dit is de noordwestelijke grens van het verspreidingsgebied en sluit aan op de populaties in de Eifel en de Vogezen.

Nederland[bewerken]

De lynx kwam nog tot diep in de Middeleeuwen in Nederland voor. Uit de administratie van de toenmalige 'edele' slagers, die hun vlees van de edele jachthouding afnamen, blijkt dat de aanlevering van lynxen met enige regelmaat plaatsvond. Ook is er een schedel met onderkaak gevonden bij een Romeinse nederzetting bij Valkenburg. In de netten van Nederlandse Noordzeevissers worden nog geregeld schedelfragmenten en beenderen van de lynx uit de ijstijd aangetroffen. Deskundigen gaan ervan uit dat er nooit sprake is geweest van de afschot van de laatste Nederlandse lynx, maar dat de lynx samen met de wolf rond 1890 in Nederland uitstierf. Maar ook dat is niet zeker, aangezien lynxen treklustige, solitaire dieren zijn, in tegenstelling tot de wolf, die vaak vaste jachttrajecten hanteert.

Volgens de officiële lezing is de lynx in Nederland uitgestorven. Echter naast zichtwaarnemingen in de provincie Limburg zijn er vanaf 1999 ook waarnemingen in de provincie Gelderland. Voor Alterra is dit aanleiding om een onderzoek in te stellen naar de huidige status van de lynx op basis van onderzoek naar de betrouwbaarheid van zichtwaarnemingen in Nederland sinds 1988. Ook waarnemingen in de bosachtige omgeving van Kootwijk worden daarbij onder de loep genomen. Nieuwe waarnemingen kunnen bij Waarneming.nl gemeld worden. Tot nog toe (2009) zijn er daar drie waarnemingen gemeld, allemaal in Limburg. Recent onderzoek[bron?] met onder andere cameravallen, in de buurt van het drielandenpunt van Nederland, België en Duitsland, heeft niet geleid tot een waarneming.

Toekomst voor de lynx in Nederland[bewerken]

Op dit moment wordt vermoed dat het in Zuid-Limburg en op de Veluwe om verdwaalde lynxen uit België / Duitsland gaat. Of en waar de lynx zich in Nederland zal vestigen, is de vraag, omdat veel natuurgebieden klein en versnipperd zijn. Sommige deskundigen concluderen echter uit de vele waarnemingen in die gebieden dat de lynx langzaamaan aan het wennen is aan de versnipperde leefgebieden.[bron?]

Tegen de aanwezigheid van de lynx zou ook weerstand kunnen bestaan, omdat deze al dan niet terecht als schadelijk en gevaarlijk wordt beschouwd. Bij veel mensen leeft een ongemakkelijk gevoel hun land met een 'gevaarlijk dier' te moeten delen, terwijl anderen het prachtig vinden als het dier zich weer zou vestigen in Nederland. Ervaringen in Duitsland met de vestiging van de wolf leert dat dit een geweldige stimulans is voor het toerisme.

In 1991 is een rapport verschenen over de herintroductie van lynxen in Nederland, zie hieronder bij de bronnen, waarin de conclusie wordt getrokken dat de Veluwe 10 tot 25 lynxen zou kunnen voeden. Dat is echter een te kleine populatie om op lange duur zelfstandig te kunnen voortbestaan. Inmiddels is de Ecologische hoofdstructuur volop in ontwikkeling en sluit de Veluwe vrijwel aan op de Utrechtse Heuvelrug en Duitsland, waardoor een populatie in verbinding kan komen te staan met andere Europese populaties. Hierdoor zou het inteeltrisico verminderen en kan de aanwezigheid van de lynx in Nederland realiteit worden.

Op 12 mei 2009 meldde De Telegraaf dat er een lynx is gesignaleerd in Drenthe. Er wordt echter bij vermeld dat de kans dat het dier zich in Nederland vestigt klein is.

Potentiële natuurgebieden[bewerken]

Niet uitgesloten is dat de lynx zich binnenkort in Limburg zal vestigen. Als de Veluwe dan ook een populatie herbergt, zou het nuttig zijn het trekgedrag van deze dieren te faciliteren. Een doorgang (corridor) naar de Oostvaardersplassen, alsmede naar (grote) beboste natuurgebieden langs de grote rivieren is dan een optie.

Hoax[bewerken]

Op zondag 19 februari 2012 werd een lynx gesignaleerd in de bossen in Zuid-Limburg.[5] Echter, later op de dag werd bekendgemaakt dat het om een hoax ging.[6]

Verspreidingspatroon[bewerken]

De verspreiding in een nieuw gebied, door herintroductie of door zelfstandige gebiedsuitbreiding verloopt ongeveer als volgt:

  • Pionierfase: Jonge dieren nemen een nieuw gebied in, in eerste instantie zorgt dat voor veel verliezen door verkeersslachtoffers en stroperij. Ook door de geïsoleerde ligging is voorplanting soms moeilijk. Er komen steeds nieuwe dieren het gebied binnen om een territorium te vinden. Dit is het geval de eerste 5 jaar na introductie in een nieuw gebied.
  • Groeifase: De territoria beginnen op elkaar aan te sluiten. de mannetjes weten de vrouwtjes te vinden. Doordat de prooidieren nog niet gewend zijn aan de lynxen kunnen de lynxen vrij eenvoudig aan voldoende voedsel komen. Aantallen lynxen nemen in een bepaald gebied toe. Deze periode is na 5 tot 15 jaar in een nieuw gebied.
  • Volwassenfase: Op een gegeven moment zijn de prooidieren gewend aan de lynxen en laten zich niet zo makkelijk verschalken. Lynxen moeten voor hun voedsel soms uitwijken naar minder eenvoudige prooidieren zoals jonge edelherten, konijnen, schapen en andere huisdieren. De acceptatie van de lynxen neemt af. De dieren hebben ook grotere territoria nodig door de afgenomen beschikbaarheid van voedsel. Vanuit dit soort onrustige populaties kunnen weer nieuwe gebieden bevolkt worden. Deze fase is 15 tot 30 jaar na introductie in een nieuw gebied.
  • Stabiele fase: De territoria zijn vergroot tot ongeveer 100 à 400 km2 per dier, afhankelijk van het terrein en daarmee samenhangend het aantal prooidieren. De aanwezigheid is geaccepteerd door de menselijke omgeving. Deze fase treedt in na 30 jaar in een nieuw gebied.

Monitoring[bewerken]

De dieren zijn voornamelijk in de nacht actief zodat ze vrijwel niet worden waargenomen. Zo nu en dan ziet iemand een lynx of wordt er een door een lynx gedode prooi gevonden zodat men vaak wel vermoedt dat er in een bepaald gebied een lynx rondloopt. Omdat men toch iets meer over hen wil weten zijn er verschillende manieren ontwikkeld om hen te monitoren. Meest gebruikt zijn de zogenaamde fotovallen. Infraroodcamera's die opgesteld worden op plaatsen waarvan men verwacht dat er lynxen langs komen. Deze zijn uitgerust met bewegingsmelders of warmtegevoelige apparatuur, zodat ze alleen afgaan als er met lynxen vergelijkbare dieren langskomen. Deze fotovallen worden ook wel opgesteld bij gevonden reeën die kennelijk nog maar kort geleden door lynxen zijn omgebracht. Doordat lynxen elk een uniek vlekkenpatroon hebben zijn individuele dieren te onderscheiden. Wat er ook wel gebeurt, is dat men de dieren probeert te vangen met vallen. Vervolgens worden ze dan voorzien van een halsband met een zender. Vroeger zonden die zenders radiosignalen uit die met ontvangers en richtantennes in de buurt opgevangen werden: door vanuit twee posities te meten kon door middel van een kruispeiling de exacte positie worden bepaald. De laatste tijd zijn de halsbanden voorzien van gps en speciale mobiele telefoons. Via sms wordt regelmatig de huidige positie doorgegeven. De batterijen gaan ca 2 jaar mee, waarna het dier opnieuw gevangen moet worden.

Lynxen in gevangenschap[bewerken]

De volgende dierentuinen in Nederland en België houden lynxen:

Daarnaast schijnen er nog steeds particulieren of kleinere dierentuinen te zijn met lynxen. Dit blijkt uit meldingen in de media van ontsnapte exemplaren.

Externe links / foto's / bronnen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. Lynx back in Hungary after 100 years. Phys.Org (13 december 2012) Geraadpleegd op 14 december 2012
  3. (sv) Sveriges Radio: Färre lodjur får skjutas i år
  4. Lynx laat zich niet strikken voor 'Dieren in nesten'. De Standaard (31 maart 2012) Geraadpleegd op 8 april 2014
  5. Bron
  6. Bron