Noordkaper

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Noordkaper
IUCN-status: Bedreigd[1] (2008)
Eubalaena glacialis smiling.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Cetacea (Walvissen)
Onderorde: Mysticeti (Baleinwalvissen)
Familie: Balaenidae (Echte walvissen)
Geslacht: Eubalaena (Noordkapers)
Soort
Eubalaena glacialis
(Desmoulins, 1822)
Leefgebied noordkaper
Leefgebied noordkaper
Vergelijking grootte noordkaper en mens
Vergelijking grootte noordkaper en mens
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De noordkaper (Eubalaena glacialis) is een walvis uit de familie der echte walvissen (Balaenidae), een van de drie soorten uit het geslacht der noordkapers (Eubalaena). Alle Eubalaena lijken sterk op elkaar en om die reden werden ze vroeger tot dezelfde soort gerekend.

Leefgebied[bewerken]

De noordkaper komt voor in de subpolaire en gematigde streken van de Atlantische Oceaan op het noordelijk halfrond. Ze leven er van roeipootkreeften en zoöplankton, vooral van Calanus finmarchicus. De verwante soort uit de Stille Oceaan wordt tegenwoordig als een aparte soort beschouwd, de grote oceaannoordkaper (Eubalaena japonica).

De soort lijkt in het oosten van de oceaan uitgestorven en kwam voor van 23°NB tot de Noordkaap. In het westen kalft de soort in Florida en Georgia. In de zomer komt hij voor rond de Golf van Maine, de Fundybaai tot soms zelfs IJsland en Noorwegen, waar ook de oostelijke soort voorkwam.

Kenmerken[bewerken]

De noordkaper is een voornamelijk zwarte walvis waarbij het hoofd ongeveer 1/4 van het lichaam inneemt. Mannetjes worden tussen 14,9 en 16,4 meter lang, vrouwtjes tussen 15,5 en 18,3 meter. Pasgeboren kalveren zijn ruim 4,9 meter lang. Noordkapers kunnen tot zo'n 90.000 kg wegen, pasgeboren kalfjes wegen zo'n 910 kg. Het grootste exemplaar dat ooit gevonden is, was 18 meter lang en woog ruim 117.000 kg. Ze worden zo'n 70 jaar oud en krijgen hun eerste kalf rond 9-10 jaar. De dracht duurt ongeveer een jaar. Na een jaar wordt het jong gespeend.

De kop heeft kleine aangroeisels die bezet worden door zeepokken. Hierdoor lijken ze bedekt met gele, oranje of roze vlekken. Aan de hand van de grootste vlekken, die uniek zijn per exemplaar en zich rond de punt van de onderkaak en boven de ogen bevinden, kunnen de individuele dieren herkend worden.

Noordkapers hebben geen rugvin. Hun buikvinnen zijn breed en hebben de vorm van een spatel. De staartvin is breed met een diepe inkeping in het midden. Deze vin heeft scherpe punten en een gladde, holle achterrand. De eigenaardig gebogen bovenkaak bevat aan weerszijden 200 tot 270 smalle, meestal blauwzwarte (soms witte) baleinplaten, die 3 meter lang kunnen worden.

Gedrag[bewerken]

Als vrouwtjes willen paren, zullen ze mannetjes roepen en op hun rug gaan liggen. Mannetjes worstelen zich een weg om bij het vrouwtje, dat het de mannetjes niet gemakkelijk maakt, te blijven en proberen te copuleren als het vrouwtje lucht probeert te happen. Dit gedrag kan uren duren.

Mannetjes zijn voorzien van een penis die meters lang is en hebben testikels die een ton wegen. Hiermee produceren ze een stortvloed aan sperma waarmee ze dat van hun eventuele voorgangers wegspoelen. Aangezien vrouwtjes met meerdere mannetjes paren is het dus nooit zeker wie de vader van hun kalf is, dat bij de geboorte een lengte heeft van 4 tot 6 meter.

Naast de rituelen tijdens de paring, rolt de noordkaper ook af en toe door het water of schiet hij door het wateroppervlak.

Bedreigingen[bewerken]

De noordkaper in het westen werd tussen de 16de eeuw en 1935 bejaagd tot de soort tot zo'n 300 exemplaren werd gedecimeerd. Nu is hij beschermd. Zijn grootste bedreiging bestaat nu uit aanvaringen en verstrikking in visnetten. Naar schatting kwam 72% van de populatie eens in problemen met visnetten. Zowel de Verenigde Staten als Canada doen pogingen om de walvissen hiertegen te beschermen.

De oostelijke populatie werd al in de 11de eeuw bejaagd. De laatste grote afslachting dateert van 1881 tot 1924. Momenteel is het onduidelijk of er nog exemplaren van de oostelijke variant in leven zijn. Indien wel is hun toestand kritiek.

In 1998 werd het aantal vruchtbare vrouwtjes geschat op 70 exemplaren. Rekening houdend met enkele gemiste exemplaren, zou het totaal aantal vruchtbare exemplaren op 250 geschat kunnen worden. De oostelijke populatie is misschien zelfs uitgestorven volgens het IUCN.

Intussen lijkt de soort zich voorzichtig te herstellen. Dit verloopt echter niet gemakkelijk omdat vrouwtjes gemiddeld maar om de 3,2 jaar een jong krijgen. Ook andere factoren spelen hierin mee, zoals genetische factoren, ondervoeding, chemische verontreining, biotoxines en ziektes.

Bronnen, noten en/of referenties