Nuclide

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een nuclide of nucleïde is een atoomsoort die gekenmerkt wordt door het aantal protonen Z, het aantal neutronen (N), dus door het aantal van elk van de beide soorten kerndeeltjes, alsook door zijn energietoestand, mits de gemiddelde levensduur (doorgaans uitgedrukt als een halfwaardetijd) van die toestand lang genoeg is om waargenomen te worden. Energietoestanden met een levensduur van minder dan 10-10 s worden aangeslagen toestanden van een nuclide genoemd. Is de levensduur van een hogere energietoestand groter dan 10-10 s, dan wordt van een isomere toestand gesproken. De meest stabiele is tantaal-180m, een nucleair isomeer van tantaal-180 met een halfwaardetijd van 1,2 biljard jaar.

Z is het atoomnummer; het bepaalt het element, en daarmee het aantal negatieve elektronen rondom de kern bij een ongeladen atoom (dat dus geen ion is). Bij gegeven Z bepaalt N de isotoop van Z. Het massagetal is Z + N. Nucliden met een gelijk massagetal worden isobaren genoemd. Isotonen zijn nucliden met een gelijk aantal neutronen (N), maar een verschillend aantal protonen (Z). Er bestaan ongeveer 275 stabiele nucliden; ongeveer 2200 nucliden zijn radioactief en vervallen dus naar stabielere nucliden.

Nuclide versus isotoop[bewerken]

De term nuclide moet niet worden verward met de term isotoop: die heeft uitsluitend betrekking op twee of meer nucliden met gelijk atoomnummer. Met andere woorden: een verzameling nucliden met eenzelfde aantal protonen, maar een verschillend aantal neutronen, worden isotopen van een bepaalde element genoemd. Zo zijn 12C, 13C en 14C drie natuurlijk voorkomende isotopen van hetzelfde element, namelijk koolstof. Vaak wordt voor een apart nuclide ook van een isotoop gesproken, maar deze term is - indien het atoomnummer niet gespecificeerd is - niet correct.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]