Nuruddin Salim Jahangir

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuruddin Salim Jahangir
1569 - 1627
Jahangir.gif
Heerser van het Mogolrijk
Periode 1605 - 1627
Voorganger Akbar
Opvolger Shah Jahan
Vader Akbar
Moeder Mariam-uz-Zamani

Nuruddin Salim Jahangir of (volgens de Nederlandse transliteratie) Djehangir (31 augustus 156928 oktober 1627) regeerde als keizer over het Mogolrijk van 1605 tot 1627. Jahangir is historisch gezien minder belangrijk dan bijvoorbeeld Shah Jahan, of Akbar. Voor zijn troonsbestijging in 1605 was hij bekend als prins Muhammad Salim of kortweg prins Salim. De prins kwam in opstand tegen zijn vader Akbar, die echter maar een zoon had en hem wel moest vergeven om de troonopvolging zeker te stellen. Na de dood van Akbar besteeg Jahangir de troon. Net als zijn vader patroniseerde hij kunst en wetenschap, en hij veranderde weinig aan de bestuurlijke organisatie die zijn vader had ingevoerd. Onder invloed van opium en alcohol werd Jahangir op latere leeftijd steeds onvoorspelbaarder. Gedurende de lange perioden waarin hij niet bij zinnen was bestuurde zijn laatste vrouw Nur Jahan het rijk.

Jeugd[bewerken]

Jehangir was de derde zoon van zijn vader, keizer Akbar. Voor hem was een tweeling geboren, Hassan en Hoessein, maar die was jong gestorven. Zijn moeder was de Rajput-prinses Rajkumari Hira Kunwari. Zij was de dochter van Raja Bihari Mal, de vorst van de staat Amber.

Volgens de overlevering was de geboorte van prins Salim voorspeld door sheik Salim Chishti, een invloedrijke soefi-heilige die in het dorpje Sikri woonde, ten westen van Agra. De prins werd vernoemd naar de soefi, en bovendien werd een dochter van Salim Chishti tot vroedvrouw benoemd. Jehangir zou samen met haar zoon Qutbuddin Koka opgroeien en zijn jeugdvriend in 1606 tot gouverneur van Bengalen benoemen. Akbar liet in 1569 rondom het kamp van de soefi een nieuwe hoofdstad bouwen, Fatehpur Sikri. De nieuwe hoofdstad werd in 1585 alweer opgegeven, waarschijnlijk wegens een tekort aan drinkwater.

Keizer Akbar wilde zijn zoon een goede opvoeding en opleiding geven. Daarom leerde prins Salim Turks, Perzisch, Arabisch, Urdu, geschiedenis, aardrijkskunde, rekenkunde en andere vakken. Hij had verschillende leraren, onder wie de befaamde dichter Rahim Khan-i-Khanan.

Na verloop van tijd kreeg prins Salim steeds grotere verantwoordelijkheden in het Mogolleger. In 1581, toen hij 12 jaar oud was, had hij tijdens een veldtocht tegen Kaboel al het commando over een regiment soldaten. In 1585 werd hij overste over twaalfduizend.

Huwelijk(en)[bewerken]

In die tijd verloofde hij zich ook met zijn nicht Man Bai, de dochter van Raja Bhagwan Das, toentertijd vorst van Amber. Het huwelijk werd voltrokken op 13 februari 1585. Daarna trouwde hij nog enkele dochters afkomstig uit vorstelijke families. Onder hen was Jagat Gosain, de moeder van prins Khurram, de latere keizer Shah Jahan.

Zijn twintigste en laatste vrouw trouwde hij in mei 1611. Zij was de knappe en intelligente Mehr-un-Nisa, de dochter van Jahangirs vizier Mirza Ghiyath Beg. Mehr-un-Nisa kreeg naderhand de naam Nur Jahan, "licht van de wereld".

Opstand[bewerken]

In 1600 kwam prins Salim in opstand tegen zijn vader, keizer Akbar. Zijn vader wist de opstand echter neer te slaan. Uiteraard deed deze opstand de verhouding tussen de twee geen goed.

Op 3 november 1605, acht dagen na de dood van zijn vader, besteeg Salim de troon. Hij nam de naam Nuruddin Muhammad Jahangir Padshah Ghazi aan. De naam Jahangir komt uit het Perzisch en betekent "heerser over de wereld". De naam Nuruddin betekent "licht van het geloof".

Kort nadat hij keizer was geworden, kreeg ook hij op zijn beurt te maken met een opstand van zijn zoon, prins Khusrau. In 1606 sloeg Jahangir de opstand neer en zette hij zijn zoon gevangen. Ook liet hij hem blind maken, maar later stuurde Jahangir de beste dokters naar prins Khusrau, zodat hij een groot deel van zijn zicht weer terugkreeg.

Maar in 1622 kwam zijn jongere broer, prins Khurram, in opstand tegen zijn vader. Tijdens deze opstand zette hij een samenzwering op tegen prins Khusrau en werd deze vermoord. Jahangir wist ook deze opstand neer te slaan. Jahangir vergaf prins Khurram de opstand, maar hield vervolgens wel twee zoons van de prins, Aurangzeb en Dara Shikoh, in gijzeling om hem in toom te houden.

Regering[bewerken]

Keizer Jahangir begon zijn bewind met enkele maatregelen die hem populair maakten. Zo beloofde hij de islam weer te beschermen. Hoewel het daardoor aanvankelijk leek alsof de relatieve godsdienstvrijheid die heerste onder het regime van zijn vader Akbar voorbij was, viel het in de praktijk mee, vooral omdat Jahangir later weer meer ruimte bood aan de aanhangers van andere religies. Anders dan zijn vader was Jahangir een overtuigd moslim, maar hij voerde een tolerant beleid op het gebied van de godsdienst.

Verder schonk hij zijn tegenstanders amnestie en voerde de "ketting van het recht" in. Iedereen die een beroep op de keizer wilde doen, kon aan die ketting trekken om bij de keizer op audiëntie te mogen komen en zijn zaak bij de keizer te bepleiten.

Keizer Jahangir was verslaafd aan de alcohol en in zijn latere jaren hoe langer hoe gevoeliger voor de invloed van anderen. Vooral zijn vrouw Nur Jahan kreeg grote invloed op hem. In feite regeerde zij gedurende het laatste decennium van zijn bewind het land vanwege de benevelde toestand waar haar man zich gedurende lange perioden in bevond.

Jahangir was een groot liefhebber van kunst en literatuur. Hij schreef ook zelf, onder meer een autobiografie met de titel Tuzk-e-Jahangiri. Zijn paleizen hingen vol schilderijen. In tegenstelling tot Akbar en Shah Jahan was hij geen groot bouwer. Zijn belangrijkste architectonische prestatie was het mausoleum van Akbar, het grafmonument voor zijn vader in Sikranda, nabij Agra.

Dood[bewerken]

Hij stierf op 28 oktober 1627 en werd begraven in het mausoleum van Jahangir in Shahdara in een van de buitenwijken van Lahore. Zijn opvolger werd prins Khurram, die de titel Shah Jahan aannam.

Bronnen[bewerken]

  • Arnulf Camps OFM, Jerome Xavier S.J. and the Muslims of the Mogul Empire: Controversial Works and Missionary Activity, Fribourg: Nouvelle Revue de Science Missionaire 1957.
  • Waldemar Hansen, The Peacock Throne: The Drama of Mogul India, Trowbridge: Weidenfeld & Nicholson 1972.