Akbar de Grote

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jalaluddin Muhammad Akbár
1542 - 1605
Akbar1.jpg
Heerser van het Mogolrijk
Periode 1556 - 1605
Voorganger Humayun
Opvolger Nuruddin Salim Jahangir
Vader Humayun
Moeder Hamida Banu Begum
Akbar als ongeveer vijftienjarige

Akbar de Grote (Akbar-e-Azam), geboren als Jalaluddin Muhammad Akbár (14 oktober 154227 oktober 1605), was heerser over het Mogolrijk van 1556 tot zijn dood in 1605. Hij wordt beschouwd als de grootste van de Mogolkeizers.

Algemeen[bewerken]

Akbar werd geboren in Umarkot in Sind. Zijn vader Humayun was van de Indiase troon gestoten door de Afghaanse veldheer Sher Sjah. Na een ballingschap van meer dan twaalf jaar heroverde Humayun het koningschap. In 1556 volgde Akbar zijn vader op. Omdat hij nog maar 14 jaar oud was, trad Bairam Khan aan als regent. In 1560 nam Akbar bij proclamatie de werkelijke macht over.

Op het moment dat Akbar aantrad, had hij slechts een gedeelte van het voormalige rijk onder zijn controle. Hij breidde het Mogolrijk enorm uit met onder andere Malwa, Gujarat, Bengalen, Kaboel, Kasjmir en Khandesh.

Akbar had reden ongerust te zijn over het uitblijven van een opvolger. Er werd hem een tweeling geboren, Hassan en Hoessein, maar de twee stierven op jonge leeftijd. Een soefiheilige, sjeik Salim Chishti, die in het dorpje Sikri woonde in de omgeving van Agra en toen in hoog aanzien stond, voorspelde hem dat hij nog drie zonen zou krijgen. Na de geboorte van prins Salim, de eerste van de drie zonen die hem inderdaad geboren werden, liet keizer Akbar op die plaats een nieuwe hoofdstad bouwen, Fatehpur Sikri. Maar in 1585, enkele jaren nadat hij er was gaan wonen, moest hij de stad wegens een tekort aan drinkwater alweer verlaten. De twee andere zonen, Murad en Daniyal, stierven nog voordat Akbar zelf was overleden aan de gevolgen van hun alcoholverslaving.

In 1599 kwam prins Salim, de latere keizer Jahangir, tegen hem in opstand. Akbar wist de opstand echter neer te slaan. Natuurlijk deed deze opstand de relatie tussen vader en zoon geen goed, maar Akbar had geen andere zonen meer om de macht aan over te dragen. Om een burgeroorlog te voorkomen en een ordentelijke erfopvolging te waarborgen, verzoende hij zich uiteindelijk met zijn zoon.

Religieuze politiek[bewerken]

Een van de dingen die keizer Akbar bijzonder maakte, was zijn godsdienstpolitiek. Van een heerser afkomstig uit een islamitische dynastie werd verwacht dat hij zelf moslim zou zijn en in zijn rijk de positie van de islam zou bevorderen. Maar al in het negende jaar van zijn regering schaft hij de jizya af, de belasting die de meerderheid van niet-moslims in zijn rijk moest betalen.

In 1575 liet hij in Fatehpur Sikri het Ibadat Khanna (Huis van aanbidding) bouwen. Daar nodigde hij de soennitische moslimgeleerden uit om met hem te beraadslagen over de wetten die in zijn rijk zouden gelden. Omdat hij zich stoorde aan de onenigheid over kleine zaken, nodigde hij binnen een jaar ook sjiitische moslimgeleerden uit voor de beraadslagingen. Nog later werden hindoeïstische, joodse, jainistische, zoroastrische en christelijke geleerden uitgenodigd om aan de beraadslagingen deel te nemen. De christengeleerden waren rooms-katholieke jezuïeten afkomstig uit de kleine Portugese kolonie Goa. De belangrijkste onder hen was Jerome Xaverius (1549-1617), een neef van de bekende Franciscus Xaverius (1506-1552).

Omdat hij graag wilde weten wat er in de heilige geschriften van de andere religies stond, gaf hij opdracht de Atharva Veda, een van de heilige boeken van het hindoeïsme, te vertalen. Nog later beval hij de Bijbel te vertalen.

Akbar bouwde zijn beleid van religieuze tolerantie geleidelijk aan steeds verder uit. In 1593-1594 gaf hij ook de joden en christenen het recht in zijn rijk hun godsdienst uit te oefenen en religieuze gebouwen te bouwen. De anderen in zijn rijk hadden dat recht al.

Voor dit beleid probeerde hij draagvlak te creëren door het stichten van een Din-i-Ilahi, letterlijk: religie voor God. Over de inhoud van deze ‘religie voor God’ bestaat echter nogal wat onenigheid. Volgens sommigen was het een nieuwe religie die dicht tegen de tradities van de soefi’s, de jains en de Parsi (= aanhangers van Zarathustra) aanhing. Maar volgens de Indiase moslimgeleerde Makhan Lal Roy Choudury was het niet meer dan een reeks geboden waardoor ruimte werd gemaakt voor de waarde die iedere grote religie inbracht en religieuze tolerantie bevorderd werd. Deze religie betekende voor Choudhury allerminst dat Akbar zijn eigen moslimidentiteit verloochende.

Voor veel Indiërs duidt de titel 'de Grote' niet alleen op Akbars militaire en bestuurlijke kwaliteiten, maar ook op zijn religieuze tolerantie waardoor elke onderdaan in zijn land zijn eigen religie kon beleven.

Dood[bewerken]

Op 27 oktober 1605 stierf keizer Akbar aan dysenterie. Zijn zoon prins Salim volgde hem op 3 november 1605 op. Akbar ligt begraven in het mausoleum van Akbar in Sikranda, nabij Agra.

Bronnen[bewerken]

  • Arnulf Camps OFM, Jerome Xavier S.J. and the Muslims of the Mogul Empire: Controversial Works and Missionary Activity, Fribourg: Nouvelle Revue de Science Missionaire 1957.
  • Makhan Lal Roy Choudhury, The Din-i-Ilahi or Religion of Akbar, New Delhi: Munshiram Publishers 1997.
  • Waldemar Hansen, The Peacock Throne: The Drama of Mogul India, Trowbridge: Weidenfeld & Nicholson 1972.

Film Jodhaa-Akbar[bewerken]

In 2008 was er grote oproering onder de Rajput-gemeenschap vanwege het Bollywood-filmepos Jodhaa-Akbar van regisseur en producent Ashutosh Gowariker. In de film trouwt de machtige moslim-heerser om politieke redenen met de hindoeïstische Rajput-prinses Jodhaa. Na het huwelijk ontpopt zich echter een liefdesaffaire. Naar de mening van de Rajput-gemeenschap bagatelliseerde de film de geschiedenis van de Rajputs en wijst hij hen aan als zondebok. Na protesten van de Rajputs hebben er in verschillende staten verboden op vertoning van de film bestaan. Na een door de producent van de film aangespannen zaak bij het Indiase Hooggerechtshof zijn de verboden echter weer ingetrokken[1].

Nederlandstalige auteurs over Akbar de Grote[bewerken]

Keizer Akbar is de protagonist van de historische roman 'Akbar, een oostersche roman' (1872) van P.A.S. van Limburg Brouwer, en meer recent in 'The Emperor's Writings' (Delhi, 2011) van de Vlaamse schrijver Dirk Collier, door de auteur vertaald onder de titel 'Afscheid van de keizer' (Tielt, 2011).

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Supreme Court lifts ban on Jodhaa Akbar, for now (en). Reuters (2008-03-03) Geraadpleegd op 2008-03-04