Osijek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Osijek
Plaats in Kroatië Vlag van Kroatië
Osijek
Osijek
Situering
Land Kroatië
Provincie Osijek-Baranja
Coördinaten 45° 34′ NB, 18° 40′ OL
Algemene informatie
Oppervlakte 169 km²
Inwoners 114.616 [1]
Politiek
Burgemeester Krešimir Bubalo
Overig
Website osijek.hr
Foto's
Straatbeeld van Osijek
Portaal  Portaalicoon   Kroatië

Osijek (Hongaars: Eszék; Duits, historisch: Esseg, Essegg) is een stad in het noordoosten van Kroatië. De stad ligt aan de rivier de Drava en telt 114.616 inwoners (2001). Het is daarmee de vierde stad van het land en de grootste stad van het landsdeel Slavonië. Het is de hoofdstad van de provincie (županija) Osijek-Baranja. De stad heeft een universiteit (sinds 1975) en een regionaal vliegveld en is bekend om haar barokarchitectuur.

Geschiedenis[bewerken]

Osijek is ontstaan bij de belangrijkste doorwaadbare plaats in de rivier de Drava. De plaats werd door Kelten bewoond en de Romeinen stichtten er hun nederzetting Mursia, dat in 351 de hoofdplaats van een vroegchristelijk bisdom werd. Later verschenen er achtereenvolgens Slaven en Hongaren in het gebied. In 1196 werd de stad voor het eerst onder haar huidige (Slavische) naam genoemd. De stad behoorde in die periode tot het koninkrijk Kroatië, dat (onder een Hongaarse koning) één geheel vormde met Hongarije. In 1526 namen de Ottomaanse Turken Osijek in. De Turkse sultan liet er een indrukwekkende houten brug over de Drava en de aangrenzende moerassen bouwen. Keizerlijke Oostenrijkse troepen onder Eugenius van Savoye verdreven de Turken in 1687. Onder Habsburgs bewind werd de geheel verwoeste stad opnieuw opgebouwd. De stad kreeg te maken met immigratie door Duitsers, die in 1945 nog ongeveer de helft van de bevolking zouden vormen. In 1712 was de nieuwe vesting, ontworpen door Maximilian de Gosseau, voltooid. In 1786 werden de drie afzonderlijke stadsdelen Tvrđa (de vesting), de Bovenstad en de Benedenstad bestuurlijk verenigd. In 1809 kreeg Osijek de status van Vrije Koninklijke Stad (binnen het Hongaarse deel van Oostenrijk-Hongarije). Het werd de hoofdstad van het comitaat Verőce, dat na de val van de Dubbelmonarchie in 1920 moest worden afgestaan aan het latere Joegoslavië.

De stad was tot 1945 het culturele centrum van de Donau-Zwaben. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog moesten zij het land verlaten.

Aan het begin van de jaren negentig van de 20e eeuw lag Osijek als Kroatische grensstad maandenlang onder Servisch vuur, maar de nieuwe republiek Kroatië slaagde erin de stad te behouden. De oorlog eiste er circa 800 burgerslachtoffers. De materiële schade in de binnenstad was relatief beperkt.

Stadsbeeld[bewerken]

Osijek is een ruim opgezette stad met veel groen. De oudste gedeelten van Osijek liggen op de rechteroever van de Drava. De drie na 1687 gestichte onderdelen zijn nog steeds herkenbaar.

Tvrđa is de barokke vestingwijk. Binnen de vesting bevindt zich het Drievuldigheidsplein (Trg Sv. Trojstva) met enkele militaire gebouwen en een pestzuil uit 1729. Het hart van de Bovenstad (Gornji Grad) is het plein Trg Ante Starcevica, daterend uit het fin de siècle. In de Bovenstad bevindt zich ook het symbool van de stad, de neogotische Petrus- en Pauluskerk (Župa Sv. Petra i Pavla, 1894-1900). Dit stadsdeel ten westen van de citadel werd vanaf 1692 gebouwd en mocht oorspronkelijk alleen door katholieken bewoond worden. In 1698 volgde de Benedenstad (Donji Grad), waar andersgelovigen vanouds wel terecht konden.

Bevolking[bewerken]

De bevolking van Osijek bestond in 2001 hoofdzakelijk uit Kroaten (99.234 van de 114.616 inwoners), gevolgd door 8767 Serviërs en 1154 Hongaren (zie Hongaarse minderheid in Kroatië). In 1910 lagen de verhoudingen anders: van de 31.388 toenmalige inwoners waren er 12.625 Kroaat, 11.239 Duitser, 3729 Hongaar en 2889 Serviër.

Geboren[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties