Patstelling
| 8 | ||||||||
| 7 | ||||||||
| 6 | ||||||||
| 5 | ||||||||
| 4 | ||||||||
| 3 | ||||||||
| 2 | ||||||||
| 1 | ||||||||
| a | b | c | d | e | f | g | h | |
|
Vier patstellingen (aangenomen dat er verder geen stukken op het bord staan).
|
||||||||
| 8 | ||||||||
| 7 | ||||||||
| 6 | ||||||||
| 5 | ||||||||
| 4 | ||||||||
| 3 | ||||||||
| 2 | ||||||||
| 1 | ||||||||
| a | b | c | d | e | f | g | h | |
|
Hoewel zwart nog veel materiaal heeft, kan hij geen enkele reglementaire zet doen. Hij staat pat.
|
||||||||
Een patstelling is een stelling in het schaakspel, waarbij de speler die aan zet is geen reglementaire zet kan doen en niet schaak staat. Hierbij moet worden bedacht dat het schaakzetten van de eigen koning een onreglementaire zet is. Er is bij pat geen winnaar en de partij is remise.
Door deze regel zijn er situaties waarbij de speler die zwakker staat, zijn resterende stukken offert, zodat hij pat komt te staan, zoals het geval is bij een dolle toren.
Het is mogelijk dat een speler pat staat terwijl hij nog veel stukken op het bord heeft, maar dat is zeldzaam. Een speler die pat staat, heeft waarschijnlijk alleen nog de koning. Eventueel heeft hij nog enkele andere stukken, bijvoorbeeld pionnen die door een ander stuk geblokkeerd zijn of absoluut gepende stukken.
Pat betekent een groot risico voor de speler die gewonnen staat, terwijl de tegenstander vrijwel geen materiaal meer heeft. Als zijn tegenstander niet meteen opgeeft, moet de toekomstige winnaar behoedzaam spelen en opletten of hij niet pat geeft. Het kan - vooral voor beginners - veiliger zijn schaak te geven, want dan is het zeker niet pat.
Inhoud |
[bewerken] Een misverstand: pat is dat de koning niet kan zetten
Een wijd verbreid misverstand onder beginnende schakers is dat wanneer de koning geen reglementaire zet kan doen en niet schaak staat, er sprake is van pat. Dat kan niet juist zijn, want die situatie doet zich in de aanvangsstelling al voor. Het is in werkelijkheid geen pat als er nog minstens een stuk is dat kan spelen. Toch wordt er soms in het eindspel een niet-aanwezig pat geclaimd wanneer de koning geen reglementaire zet kan doen, maar er andere stukken zijn die dat wel kunnen. Het is pas pat wanneer de speler geen enkele reglementaire zet ter beschikking heeft, van welk stuk dan ook; als de speler stukken heeft waarmee kan worden gespeeld is het geen pat.
[bewerken] Een ander misverstand: je verliest als de koning geslagen wordt
Beginners leren vaak dat het spel verloren is als de koning geslagen wordt. Volgens deze regel zou het toegestaan zijn de eigen koning schaak te zetten of een schaak niet of te heffen - maar verstandig is het natuurlijk niet.
Volgens de officiële regel is het niet geoorloofd de eigen koning schaak te zetten. Deze regel lijkt gemaakt te zijn om de spelers tegen blunders te beschermen. Voor de praktijk van het schaakspel is het enige verschil dat een speler zich op pat kan beroepen doordat hij geen enkele reglementaire zet tot zijn beschikking heeft.
Zou deze regel niet bestaan, dan zou je bij een patstelling meestal gedwongen zijn je eigen koning schaak te zetten waarna hij door de tegenstander geslagen wordt. Pat zou dan verlies betekenen.
[bewerken] Promotie
Als een pion de overkant bereikt, promoveert hij naar keuze tot dame, toren, loper of paard. Het lijkt niet erg zinvol een toren of loper te kiezen (minorpromotie), want die stukken kunnen niets wat een dame niet kan. Door de patregel is dat soms toch gunstiger: er zijn situaties waarin een dame tot pat leidt, dus tot remise, terwijl met een toren of loper de tegenstander kan worden matgezet.
[bewerken] Geschiedenis van pat
De pat-regel heeft een levendige ontstaansgeschiedenis. In één van de voorlopers van het moderne schaken, Chaturanga, betekende pat een nederlaag[1] voor de speler die het uitvoerde, in een andere voorloper, Shatranj, betekende het juist een overwinning.[2]
In de loop van de geschiedenis hield in diverse perioden pat het volgende in:
- halve winst voor de speler die pat zet (Spanje 17e eeuw)[3]
- winst voor de speler die pat staat (Rusland 17e eeuw, en Groot-Brittannië 17e en 18e eeuw)[4]
- niet toegestaan. Als wit een zet deed waarmee zwart pat werd gezet, moest hij de zet terugnemen en een andere zet doen (Oost-Azië tot in de 20e eeuw)[bron?]
- de speler die pat staat moet een zet overslaan (Frankrijk, middeleeuwen)[5]
- remise (Italië, 14e eeuw, vanwaar het zich heeft verspreid over Europa)
Er zijn stemmen opgegaan om de regels te veranderen, zodat pat betekent dat de speler die het pat uitvoert de partij wint. Het effect van een dergelijke regel zou zijn dat er meer nadruk komt te liggen op het materiaal dat zich op het bord bevindt. Een pion extra zou een veel groter voordeel inhouden dan vandaag, bv. koning en pion tegen koning zou altijd winst betekenen tenzij de verdedigende koning de pion zou kunnen veroveren.
[bewerken] Figuurlijke betekenis
Figuurlijk gebruikt kan er sprake zijn van een patstelling, als, bij onderhandelingen bijvoorbeeld, géén van beide partijen nog een stap kan zetten om tot overeenstemming te komen. Het woord betekent dan dat er een impasse is ingetreden. De Van Dale benoemt dit als: "moeilijke positie waaruit men zich niet kan redden".
[bewerken] Zie ook
| Bronnen, noten en/of referenties |