Pieter Corneliszoon Plockhoy

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pas Caerte van Nieu Nederlandt (1667) met Swaanendael en de Hoerenkil

Pieter Corneliszoon Plockhoy (ook Pieter Cornelisz Plockhoy van Zierikzee of Peter Cornelius van Zurick-zee, (Zierikzee(?), c. 1625 - Lewes (Delaware), c. 1664-1670) was een Nederlandse Mennoniet of Collegiant, dat is niet te zeggen, die in 1663 een utopische leefgemeenschap oprichtte aan de oevers van de baai van Delaware, om en nabij de Hoerenkil, en dichtbij het huidige Lewes, Delaware (USA). Deze nederzetting werd binnen het jaar vernietigd tijdens Tweede Engelse Zeeoorlog. Plockhoy had weinig op met hiërarchie of de adel, en was een voorloper van het socialisme.[1] Hij bepleitte een scheiding van kerk en staat, een 6-urige werkdag, een democratische bestuursvorm, en weduwen- en wezenzorg.[2] Volgens sommige eigentijdse bronnen verdedigde Plockhoy de polygamie.

Biografie[bewerken]

Er is bijna niets gekend over de kinderjaren en het vroege leven van Plockhoy, maar het is redelijk om te veronderstellen hij uit Zeeland kwam en een doopsgezinde achtergrond had. Vanaf 1646 leefde hij in Amsterdam, waar hij met de strijd van de liberale Mennonieten geassocieerd werd. Hij werd beïnvloed door zijn vriend Galenus Abrahamsz. de Haan, die samen met hem uit Zierikzee was gekomen.

Plockhoy publiceerde in 1658 politieke pamfletten om de eigentijdse sociale problemen aan de kaak te stellen en had eerder gezocht steun bij Oliver Cromwell voor de oprichting van verschillende idealistische nederzettingen in een buitenwijk van Londen, in Bristol en in Ierland. Hij werkte mogelijk in de kring van de intellectueel Samuel Hartlib, die zeker op de hoogte was van zijn utopische plannen. Na de Restauratie van Karel II van Engeland keerde Plockhoy terug.[3]

Alvorens in mei 1663 [4] naar de Nieuwe Wereld in te schepen, werkte hij samen met Franciscus van den Enden om een nieuwe, egalitaire samenleving op te richten in Nieuw-Nederland. In 1661 werd een concessie gevraagd bij het Amsterdamse stadsbestuur en de WIC. Van den Enden heeft een belangrijk aandeel gehad in zijn pleit bij het stadsbestuur voor Plockhoy.

In juli 1663 vestigden Plockhoy en 41 kolonisten zich aan de Delaware Bay dichtbij de voormalige kolonie Swaanendael en Nieuw-Amstel. Hij overleed nadat de nederzetting door de Engelsen werd veroverd; Jonathan Israel houdt het op ca 1694, anderen op ca 1700, maar het lijkt eerder om de dan blinde zoon Cornelis te gaan..[5] Zijn weduwe en zijn zoon Cornelis zouden aanvankelijk zijn blijven wonen in Lewes. Cornelis werd in 1682 genaturaliseerd.[6] Later zijn zij verhuisd naar Germantown, Pennsylvania, waar zij zich vestigden onder de Nederlandse en Duitse Mennonieten. Anthonie Pietersz. Plockhoij kocht in 1694 een huis in de Jordaan.

Bronnen, noten en/of referenties