Pieter van Rhijn
Pieter Johannes van Rhijn (Gouda, 24 maart 1886 — Groningen, 9 mei 1960) was een Nederlands astronoom.
Hij promoveerde in 1915 bij Jacobus Cornelius Kapteyn op een proefschrift getiteld Derivation of the change of colour with distance and apparent magnitude together with a new determination of the mean parallaxes of the stars with given magnitude and proper motion.
Van Rhijn hield zich als assistent van Kapteyn bezig met onderzoek naar de structuur van het Melkwegstelsel. In 1920 publiceerden Kapteyn en Van Rhijn samen een artikel onder de titel On the distribution of the stars in space, especially in the high galactic latitudes. Dit artikel bevatte belangrijke gegevens voor de lichtkrachtwet.
In 1921 volgde hij Kapteyn op als hoogleraar en directeur van het Sterrenkundig Laboratorium in Groningen. Hij was later lange tijd voorzitter van de Internationale Astronomische Unie (1932-1958). In die hoedanigheid hield hij zich bezig met het Plan of Selected Areas. Dit plan was een idee door Kapteyn in 1906 gelanceerd om de sterrenhemel in een aantal gebieden te verdelen, die dan door verschillende sterrenwachten over de hele wereld bestudeerd zouden worden.
Externe links [bewerken]
| Bronnen, noten en/of referenties |
| Voorganger: Frits Zernike |
Rector magnificus van de Rijksuniversiteit Groningen 1939–1940 |
Opvolger: Combertus Willem van der Pot |