Presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten worden elke vier jaar gehouden en vinden plaats volgens de stipulaties die hiervoor in de Grondwet van de Verenigde Staten worden uiteengezet (Artikel 2 Sectie 1; zie tevens het 12e-, 22e- en 23e amendement).

Amerikaanse presidenten worden indirect door het kiescollege gekozen. De leden van het kiescollege worden op hun beurt in de diverse staten door het volk gekozen. Election Day, de dag waarop de verkiezingen worden gehouden, vindt plaats elke vier jaar op de dinsdag ná de 1e maandag in de maand november. In de regel is het zo dat de kandidaat die de meeste stemmen in een bepaalde staat verkrijgt, alle kiesmannen van die staat achter zich krijgt. De kandidaat met de meerderheid van stemmen in het kiescollege (waar de werkelijke verkiezing plaatsvindt) wordt president-elect.

Vóór de verkiezingen van 1804 werden er twee stemmen uitgebracht door de leden van het kiescollege. De kandidaat met de meeste stemmen werd president terwijl de daaropvolgende kandidaat vicepresident werd. Het was dus zeer wel mogelijk dat de president en vicepresident niet tot dezelfde partij behoorden. Het 12e amendement op de grondwet maakte hieraan een einde en in het vervolg werden aparte stemmen uitgebracht voor president en vicepresident. De presidentskandidaat en zijn running mate (de vicepresidentskandidaat) die voor een bepaalde partij deelnemen aan de verkiezingen worden wel een ticket genoemd.

Wanneer geen van de kandidaten een meerderheid in het kiescollege verwerft, neemt het Huis van Afgevaardigden de beslissing door tussen de hoogst geklasseerde kandidaten te kiezen.

Sinds de verkiezingen van 1856 gaat de strijd feitelijk tussen de kandidaten van de twee belangrijkste partijen: de Republikeinse Partij en de Democratische Partij.

Bijzonder zwaar bevochten verkiezingen waren die van 1800, 1824, 1876 en 2000.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]