Processus mastoides

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Processus mastoideus)
Ga naar: navigatie, zoeken
Tepelbeen
Processus mastoides ossis temporalis
Bot
Zijkant van het hoofd met de processus mastoides rechtsonder het oor.
Zijkant van het hoofd met de processus mastoides rechtsonder het oor.
Processus mastoides
Processus mastoides
Gray's Anatomy 34,141
Dorlands/Elsevier p_34/12667534
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De processus mastoides[1][2][3] of het tepelbeen is een uitstekend deel van de onderzijde van het os temporale (slaapbeen) en maakt deel uit van de schedel. De processus mastoides is gelegen achteronder het oor en is bij mannen groter dan bij vrouwen. Spieren die aanhechten zijn musculus digastrius, musculus sternocleidomastoidicus, musculus splenius capitis, en de musculus longissimus capitis.

Etymologie[bewerken]

De processus mastoides is een vertaling van het Oudgrieks μαστοειδής ἀπόφυσις/ἔκφυσις mastoeidés apóphusis/ékphusis[4][5], terug te vinden bij de Griekse arts Galenus[4][5]. Het begrip is te vertalen als borstachtig of tepelachtig (μαστοειδής) uitsteeksel (ἀπόφυσις/ἔκφυσις)[1][5] met het bijvoeglijk naamwoord μαστοειδής afgeleid van μαστός mastós[4][2], borst[4][5] of tepel[4][2], gegeven de gelijkenis met de borst of tepel. Overeenkomstig komt men ook de Latijnse vorm processus mammiformis[6] tegen, van mamma, borst[7] en forma, vorm[7].

Naast de schrijfwijze processus mastoides komt men ook processus mastoideus[8][9] tegen. Deze schrijfwijze is echter volgens sommige[10] af te keuren als een onjuiste omzetting van μαστοειδής naar het Latijn.

Zie ook[bewerken]

Literatuurverwijzingen[bewerken]

  1. a b Pinkhof, H. (1923). Vertalend en verklarend woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen. Haarlem: De Erven F. Bohn.
  2. a b c Triepel, H. (1927). Die anatomischen Namen. Ihre Ableitung und Aussprache. Anhang: Biographische Notizen.(Elfte Auflage). München: Verlag von J.F. Bergmann.
  3. Kopsch, F. (1941). Die Nomina anatomica des Jahres 1895 (B.N.A.) nach der Buchstabenreihe geordnet und gegenübergestellt den Nomina anatomica des Jahres 1935 (I.N.A.) (3. Aufgabe). Leipzig: Georg Thieme Verlag.
  4. a b c d e Hyrtl, J. (1880). Onomatologia Anatomica. Geschichte und Kritik der anatomischen Sprache der Gegenwart. Wien: Wilhelm Braumüller. K.K. Hof- und Unversitätsbuchhändler.
  5. a b c d Liddell, H.G. & Scott, R. (1940). A Greek-English Lexicon. revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones. with the assistance of. Roderick McKenzie. Oxford: Clarendon Press.
  6. Schreger, C.H.Th.(1805). Synonymia anatomica. Synonymik der anatomischen Nomenclatur.;; Fürth: im Bureau für Literatur.
  7. a b Lewis, C.T. & Short, C. (1879). A Latin dictionary founded on Andrews' edition of Freund's Latin dictionary. Oxford: Clarendon Press.
  8. His, W. (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Verlag von Veit & Comp.
  9. Federative Committee on Anatomical Terminology (1998). Terminologia Anatomica. Stuttgart: Thieme
  10. Triepel, H. (1908). Memorial on the anatomical nomenclature of the anatomical society. In A. Rose (Ed.), Medical Greek. Collection of papers on medical onomatology and a grammatical guide to learn modern Greek (pp. 176-193). New York: Peri Hellados publication office.