Synapomorfie
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een synapomorfie is binnen de evolutiebiologie een afgeleid kenmerk van een taxon. Het kenmerk is dus als nieuwe eigenschap (apomorfie) geëvolueerd bij de laatste gemeenschappelijke voorouder van het taxon: zijn directe voorouders hadden het niet. Het is echter wel een gedeeld kenmerk van althans een deel van zijn afstammelingen. Het woord is gevormd uit de Klassiek Griekse woorden σύν (syn), "samen", ἀπό (apo), "af" en μορφή (morphè), "vorm".
De vaststelling van een mogelijke synapomorfie is een aanwijzing dat alle organismen die haar bezitten nauwer aan elkaar verwant zijn dan aan een zustergroep binnen een ruimer taxon. Men mag echter niet de fout maken een nauwere verwantschap aan te nemen tussen de zustergroep en leden van een ruimere groep op de enkele grond dat beiden de synapomorfie missen. Melkklieren zijn bijvoorbeeld een synapomorfie van de zoogdieren. Vissen en reptielen hebben die niet, maar daar mag niet uit worden afgeleid dat vissen en reptielen nauwer aan elkaar verwant zijn; hun gezamenlijke kenmerk is in dit verband een symplesiomorfie, een weer van de gemeenschappelijke voorouder van alle drie de groepen overgenomen eigenschap, die niets over hun relatieve verwantschap ten opzichte van de zoogdieren zegt. Het hangt vaak van het analyseniveau af of eenzelfde eigenschap als synapomorfie of symplesiomorfie moet worden aangeduid: het hebben van vijf tenen aan de achterpoot is een symplesiomorfie voor apen en hagedissen in relatie tot paarden — het duidt er dus niet op dat hagedissen nauwer verwant zijn aan apen — maar is weer hun synapomorfie in relatie tot de basale tetrapode voorouder die als eerste dit kenmerk toonde.
Omdat eigenschappen in een groep vaak weer verdwijnen, kan men niet goed op een enkele eigenschap afgaan om de verwantschapsrelaties vast te stellen. Biologen proberen in het kader van de kladistiek alle synapomorfieën op te sporen en een computer de meest waarschijnlijke stamboom (kladogram) te laten berekenen.

