Resolutie 686 Veiligheidsraad Verenigde Naties

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag van de Verenigde Naties
Resolutie 686
Van de VN-Veiligheidsraad
Datum 2 maart 1991
Nr. vergadering 2978
Code S/RES/686 (Document)
Stemming Voor: 11 Onth.: 3 Tegen: 1
Onderwerp Golfoorlog
Beslissing Eisen aan Irak om de vijandelijkheden te beëindigen.
Samenstelling VN-Veiligheidsraad in 1991
Permanente leden
Vlag van China CHN Vlag van Frankrijk FRA Vlag van Verenigd Koninkrijk GBR Vlag van Rusland RUS Vlag van Verenigde Staten USA
Niet-permanente leden
Vlag van Oostenrijk AUT Vlag van België BEL Vlag van Ivoorkust CIV Vlag van Cuba CUB Vlag van Ecuador ECU
Vlag van India IND Vlag van Roemenië ROU Vlag van Jemen YEM Vlag van Congo-Kinshasa ZAI Vlag van Zimbabwe ZIM
Amerikaanse gevechtsvliegtuigen boven de brandende olieputten in de woestijn van Koeweit in 1991.
Amerikaanse gevechtsvliegtuigen boven de brandende olieputten in de woestijn van Koeweit in 1991.

Resolutie 686 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd op 2 maart 1991 met elf stemmen voor, één van Cuba tegen en drie onthoudingen van China, India en Jemen aangenomen door de VN-Veiligheidsraad.

Achtergrond[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Golfoorlog (1990-1991) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Op 2 augustus 1990 viel Irak haar zuiderbuur Koeweit binnen en bezette het land. Nog diezelfde dag werd de inval door de VN-Veiligheidsraad veroordeeld in resolutie 660. Deze resolutie eiste ook een onmiddellijke terugtrekking van Irak, maar daar kwam niets van terecht. Met resolutie 678 stelde de Veiligheidsraad Irak een ultimatum om voor 15 januari 1991 aan de voorgaande resoluties te voldoen. Irak gaf hier geen gehoor aan en de dag na het verstrijken van het ultimatum begon een coalitie van 34 landen onder leiding van de Verenigde Staten operatie Desert Storm met grootschalige luchtbombardementen gevolgd door een grondoffensief, operatie Desert Sabre. Tegen 27 februari was de strijd beslecht en op die dag aanvaardde Irak de VN-resoluties.

Inhoud[bewerken]

De Veiligheidsraad:

  • Herinnert aan de resoluties 660, 661, 662, 664, 665, 666, 667, 669, 670, 674, 677 en 678.
  • Herinnert aan de verplichtingen van de lidstaten.
  • Herinnert ook aan paragraaf °9 van resolutie 661 over hulp aan Koeweit en paragraaf °3 (c) over voorraden die strikt voor medische doeleinden zijn en voedsel voor in humanitaire omstandigheden.
  • Neemt nota van de brieven van Irak om akkoord te gaan met alle bovenstaande resoluties en de vrijlating van alle krijgsgevangenen.
  • Bemerkt het einde van de gevechtsoperaties van Koeweit en de lidstaten volgend op resolutie 678.
  • Denkt eraan dat verzekering van Iraks vreedzame intenties en het herstel van de vrede noodzakelijk is.
  • Benadrukt dat Irak maatregelen moet nemen die een definitief einde van de vijandelijkheden toelaten.
  • Bevestigt de toezegging van alle lidstaten tot de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Irak en Koeweit en hun intentie om hun militaire aanwezigheid in Irak zo snel mogelijk te beëindigen.
  • Handelt onder Hoofdstuk VII van het Handvest.
  1. Bevestigt dat alle twaalf de resoluties hierboven van kracht zijn.
  2. Eist dat Irak alle twaalf de resoluties uitvoert en vooral:
    a. Haar acties om Koeweit te annexeren onmiddellijk herroept.
    b. Haar aansprakelijkheid voor elk verlies, schade of verwonding aanvaardt.
    c. Onmiddellijk alle gevangen buitenlanders vrijlaat en overleden gevangenen repatrieert.
    d. Alle in beslag genomen Koeweitse eigendommen onmiddellijk teruggeeft.
  3. Eist ook dat Irak:
    a. Alle vijandelijke of provocerende acties van haar troepen tegen alle lidstaten, waaronder raketaanvallen en vluchten van gevechtsvliegtuigen, stopt.
    b. Commandanten aanstelt om met hun collega's van Koeweit en de lidstaten het einde van de vijandelijkheden te regelen.
    c. Onmiddellijk voor de vrijlating van krijgsgevangenen en repatriëring van overleden militairen zorgt.
    d. Alle informatie geeft over mijnen, boobytraps en andere explosieven alsook chemische- en biologische wapens in Koeweit, Irak en aangrenzende wateren waar troepen van de lidstaten aanwezig zijn.
  4. Erkent dat paragraaf °2 van resolutie 678[1] van kracht blijft in de periode die Irak nodig heeft om aan de paragrafen °2 en °3 hierboven te voldoen.
  5. Verwelkomt de beslissing van Koeweit en de lidstaten om Iraakse krijgsgevangenen vrij te laten zoals vereist door de Derde Geneefse Conventie.
  6. Vraagt alle lidstaten, de Verenigde Naties, de gespecialiseerde organisaties en andere internationale organisaties samen te werken met Koeweit aan de heropbouw van het land.
  7. Beslist dat Irak de secretaris-generaal en de Veiligheidsraad moet inlichten als het bovenstaande acties heeft uitgevoerd.
  8. Besluit ook actief op de hoogte te blijven teneinde een snel einde aan de vijandelijkheden te verzekeren.

Verwante resoluties[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Paragraaf °2 van resolutie 678:
    Laat de lidstaten toe om in samenwerking met Koeweit alle mogelijke middelen in te zetten om resolutie 660 en volgende uit te voeren en de vrede in de regio te herstellen tenzij Irak voor 15 januari 1991 voldoet aan de voorgenoemde resoluties.