Rhônegletsjer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ingang van de grot
Aanwas en verkorting van de Rhônegletsjer sinds 1880.
Dikke groene lijn: totale verkorting.
Rode lijn: jaarlijkse verkorting.
In de periode 1912-1921 was er een constant aanwasherstel van +137 meter[1], (dit had in het jaar 1980 volgens GCM-berekeningen +450 meter moeten zijn. Het jaar 1921 is dan ook in de geschiedenis een abrupt keermoment te noemen.)
Gletsch, 1870, en de Rhônegletsjer als laaglandgletsjer, die gedurende het Holoceen (11.700 BP tot 1925 na Chr.) op de vlakte uitwaaierde in cirkelvorm, GCM. Na terugtrekking vanaf de laatste grote ijstijd bleef de koepelvormige gletsjerlengte van Glacier du Rhône tijdens het Holoceen binnen een zekere bandbreedte op het plateau fluctueren
De Anglikaanse Kapel van de Church of England is in Gletsch gebouwd op de stuwwal die stamt uit het jaar 1818. Deze stuwwal in het gletsjervoorland van Glacier du Rhône geeft voor het Holoceen een van de maximale uitbreidingen aan
De uitgehakte doorgang in de gletsjer
Albert Heim
De Bergschrund

De Rhônegletsjer een laaglandgletsjers van het Holoceen (11.700 BP tot 1925 na Chr.) trekt zich door 'menselijke activiteit' sinds het midden van de negentiende eeuw terug met belangrijke perioden van aanwas en stabiliteit. Deze perioden waren in oudste documenten vastgelegd door Albert Heim vanaf 1874 en in latere jaren door Paul Mercanton en Fritz Müller, waarvandaan de gletsjer internationale belangstelling kreeg van organisaties en wetenschappers. De gletsjer in het brongebied van de Rhône met kwelbeekjes van koud en warm water, is een getemperde valleigletsjer. Tot 1984 was de Rhônegletsjer familiebezit; nu behoort hij aan het kanton Wallis. Elk voorjaar opnieuw wordt er in het gletsjerijs een grot uitgegraven die te bezoeken is. Dit gebeurt door de familie Carlen waarbij dit al de vierde generatie is die deze taak op zich neemt. Deskundigen gaan ervan uit dat hij rond het jaar 2100 verdwenen zal zijn.

Inhoud

Gletsch [bewerken]

De gletsjer ligt tussen de Grimselpas en Furkapas boven het bergdorp Gletsch. Dit gletsjergehucht dat vanwege de lange winter geen bewoners heeft, bezit een treinstation, weerstation en een Grand Hôtel Glacier du Rhône, 1830, waarachter een warm water kwel te vinden is. In de zomer zijn er met regelmaat vanuit de hoger gelegen gletsjers zoals de Unteraargletsjer en Oberaargletsjer de koud aanvoelende katabatische gletsjerwinden merkbaar. Gletsch ontleent haar bestaansrecht aan de 'Rhônegletscher' die met de hoogstandwallen die stammen uit het jaar 1818 en 1857 bijna reikte tot aan de voordeur van Grand Hôtel Glacier du Rhône.

Subarctisch klimaat [bewerken]

Het weerstation van Gletsch op een hoogte van 1759 m staat in de Boreale zone van het kruiphout waar in de gevoelige klimaatontwikkeling de jaartemperatuur maar +1,5 graden Celsius laat aantekenen. De Boreale zone, het gebied in het gletsjervoorland van het sneeuwbosklimaat, valt onder het Subarctisch klimaat waarbij de gemiddelde jaartemperatuur van de koudste wintermaand meer dan -3 graden Celsius onder nul ligt en de gemiddelde temperatuur van de warmste zomermaand minimaal +10 graden moet zijn. Gekenmerkt door streng blijvende winters en relatief korte warme zomers.

Glaciaalklimatologische toekomst [bewerken]

GCM-berekeningen uit het jaar 2001 lieten zien dat de glaciaalklimatologische ontwikkeling vanaf het jaar 1921 voor de Rhônegletsjer geheel anders had moeten verlopen dan het beeld uit het jaar 1980 deed vermoeden. Menselijke activiteit kan als één van de mogelijke factoren worden aangemerkt die ervoor gezorgd hebben dat de Rhônegletsjer in het jaar 1980 niet vrijwel hetzelfde beeld liet zien als dat uit 1870. De enorme smeltverliezen die er niet meer zijn, zijn mogelijk toe te schrijven aan (de gevolgen van) menselijke activiteit. De gletsjer en het gletsjervoorland geven een directe beleving van de ophanden zijnde klimaatverandering en hoe wetenschappelijk onderzoek daarbij mogelijk is[2]. De twintigste eeuw had hier uit wetenschappelijk onderzoek een verlengstuk moeten zijn van de Kleine IJstijd met bijna hetzelfde beeld als uit 1870.

IJsgrot [bewerken]

Al in 1830 bestond er een natuurlijke grot in de Rhônegletsjer. Later werden door de mensen die de gletsjer als hun eigendom beschouwden een grot in de gletsjer uitgehakt. Dit gebeurt nu al ruim 160 jaar. Sinds 1984 is er een organisatie die de belangen van de privé-personen heeft overgenomen.

De natuurlijke grot in de Rhônegletsjer verdween nog voor de eeuwwisseling doordat de gletsjer zich terug trok. Sinds 1894 ongeveer wordt een grot bij het Hotel Belvedere met veel moeite uit het ijs gehakt.

In 1906 bezocht Alphonse Forel (1841-1912), een natuur- en gletsjeronderzoeker en professor aan de universiteit van Lausanne, de ijsgrot. Hij verklaarde nooit eerder zulk zuiver en prachtig diep blauw ijs te hebben gezien als op de Rhônegletsjer, zonder vervuiling van steengruis in het ijs.

De gletsjer werkt en wandelt de hele tijd waardoor de grot elk jaar opnieuw moet worden uitgehakt. Ter hoogte van de ijsgrot verschuift de gletsjer elk jaar 30 tot 40 meter, dat betekent zo'n 10 cm per dag. In het voorjaar is dan ook de ingang van de grot van het voorgaande jaar niet meer toegankelijk en moet er geheel opnieuw begonnen worden. Ook de gang kan niet hergebruikt worden. Elk jaar, zo half mei, begint een groep van arbeiders met het uithakken van de grot. De pasweg is dan nog voor verkeer afgesloten en de arbeiders verblijven enkele weken in eenzaamheid op de berg en in de gletsjer. Bij begin van de werkzaamheden ligt vaak nog zo'n 10 m sneeuw op de parkeerplaats van het Belvedere.

In het voorjaar is de toevoer van elektriciteit veelal afgesneden door de lawines die in de winter naar beneden zijn gekomen. Daarom wordt met een eigen noodstroomvoorziening van 35 kW de benodigde energie opgewekt. Na ruim een maand, zo midden juni, wanneer de pasweg na de wintersluiting weer wordt geopend is het werk aan de grot gereed. Een ijstunnel van circa 100 m en meer dan 2 m hoog en breed, is aangenaam om door te wandelen. Aan het einde van de gang bevindt zich de eigenlijke grot van 8 bij 5 bij 3 meter.

Om de gang en de grot te maken heeft men veel kennis en ervaring nodig, omdat spelonken en binnendringend water vermeden moeten worden. Ook moet de weg zo aangelegd worden dat hij de hele zomer gebruikt kan worden. Vaak moet eerst een schacht door de sneeuw gemaakt worden om bij het gletsjerijs te kunnen komen. In totaal moet er circa 350.000 kg ijs uitgehakt worden.

Tegen het einde van het seizoen, zo eind oktober, als de pasweg weer wordt gesloten in verband met de nieuwe sneeuwval, dan heeft de gletsjer zich ruim 20 m richting het dal verschoven. Aan de andere kant is er ook door de zon het nodige ijs gesmolten. Was de gang door de gletsjer aan het begin van het seizoen circa 100 m lang, aan het einde zijn het er vaak nog maar zo'n 60 tot 80 m, afhankelijk van het weer die zomer.

Door het verplaatsen van de gletsjer moet ook de ingang steeds verplaatst worden. In warme zomers iedere week en als het minder heet is, elke veertien dagen.

Pooljaren en programma's van onderzoek [bewerken]

In 1879 werd de eerst internationale poolconferentie gehouden. Dit bracht het Pooljaar 1882-83 met zich mee. De expeditie naar Siberië had een internationaal samenwerkend programma. Tijdens de Groenland expeditie het tweede Pooljaar 1932-33 was een lid Paul Mercanton de voorzitter van de Züricher gletsjercommissie (1918-1949). Hij genoot als opvolger van Albert Heim bekendheid door het historisch werk aan de Rhônegletsjer. En schreef het boek Vermessungen am Rhonegletscher 1874-1915. Tijdens de expeditie vernoemde hij de op een na hoogste berg Mont Forel (3360 m) naar François-Alphonse Forel de eerste president van de Commission Internationale des Glaciers.

Het derde Pooljaar 1957-58 naar Antarctica kreeg als bestemming het onderzoek naar de hogere luchtlagen. Glaciologen concentreerden zich op klimaatveranderingen die hadden plaatsgevonden na studies van gedragingen op de korte termijn van de belangrijkste Europese valleigletsjers. Waren luchtbelletjes in het Antarctica ijs opgeslagen, dan duurde het jaren voordat het ijs de luchtbelletjes hermetisch had ingesloten. De luchtmonstertjes uit ijskernen vertoonden de gemiddelde waarde van een langere termijn. Waarmee begin jaren '60 de concrete basis werd gelegd voor het lange termijn onderzoek. Hiertoe is het poolonderzoek een verlengstuk geworden van het onderzoek naar de natuurlijke variabiliteit van het wereldwijde klimaat.

Een lid van het derde Pooljaar was Fritz Müller (1926-1980) die naam ging krijgen met het onderzoek aan de Rhônegletsjer (1979-82). Hij leidde als directeur van de Commission Internationale des Glaciers het internationaal onderzoeksprogramma naar de gletsjerkinematica van Nye. Dit ging aanleiding geven tot talrijke Nederlandse publicaties (1982-1998)[3] over onderzoekingen naar de gletsjerkinematica en gletsjerdynamica waarna de historische Rhônegletsjer (2001)[4] dankzij 'het oudste huishoudboekje' op veranderingen gedurende het Holoceen kon worden nagerekend. Tijdens het vierde Pooljaar 2007-09 stond de evaluatie van het oppompen van oudste lucht op het programma.

Document van de Bergschrund [bewerken]

Mannen hebben in het jaar 1928 in de Bergschrund van de Rhônegletsjer vier koperen hulzen verzonken.[5] De hulzen bevatten een beschreven document.
Tijdens de glaciale onderzoeksperiode 1890-1925 is de wetenschap actief geweest om de kinematische golf aan een gletsjeroppervlak te ontdekken zo ook bij de Rhônegletsjer. Verwacht wordt dat het waardevolle document nadere informatie verschaft.

Heden ten dage is het denkbaar dat deze aan het gletsjeroppervlak gaan dagzomen. De Bergschrund of randkloof is de hoogste kloof van de gletsjer, deze bevindt zich in het ijs tussen de sneeuw op de bergflank en het ijs van het beweegbare firnveld. De randkloof geeft het begin van de gletsjer aan.

Historische achtergrond [bewerken]

Het jaar 1869 is de Züricher gletsjercommissie opgericht. De commissieleden kiezen uit het gletsjerareaal de Rhônegletsjer als onderzoeksobject. Voor de wetenschap een enkelvoudige elementaire gletsjer met maar een firnveld. Albert Heim had al ervaring opgedaan met de Hüfigletscher zodoende richtte de commissie zich tot hem.

Het onderzoeksprogramma bevatte in vergelijking met alle voorgaande gletsjeronderzoeken met de introductie van het huishoudboekje een uitbreiding, dat men aan Albert Heim te danken had. En het zou voor de Rhônegletsjer de historische tijdsduur worden 1874-1916 en de volledigheid waarvoor decennia golden, waarmee waarnemingen betekenis kregen als onderdeel van een veel groter totaalprogramma. Al vroeg schreef Albert Heim het boekje Handbuch der Gletscherkunde 1885. Zo is het dankzij Albert Heim dat het gletsjeronderzoek van de Rhônegletsjer een standaardtechniek is geworden. En is het dankzij het huishoudboekje dat Gletsch de langste metingen heeft. Die uitsluitend aan het firnveld en aan het gletsjeroppervlak zijn gedaan, omdat de diepere ijslagen zelden dan alleen maar plaatselijk door aangelegde tunnels toegankelijk waren.

Zie ook [bewerken]

Externe link [bewerken]

Afbeelding van de gletsjer [bewerken]

Rhônegletsjer
Rhônegletsjer
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Eidgenössische Technische Hochschule Zürich aanwas +137 meter, (Alpine Jaarboeken, Albert Heim Hütte).
  2. Open Universiteit, Natuurwetenschappen, Heerlen, (2013): Geologie rondom plaattektoniek, Klimaatindicatoren en het Antropoceen ISBN 90 358 0527 5.
  3. Wallinga, J., Wal, R. van de, (1998): Sensitivity of Rhonegletscher, Switzerland, to climate change: Journal of Glaciology, Vol. 44, No. 147.
  4. Oerlemans, J., Reichert, B., Bengtsson, L., (2001), de Noordse Nigardsbreen en de Zwitserse Rhônegletscher: Recente terugtocht gletsjers overschrijden interne veranderlijkheid van het natuurlijke klimaat.
  5. Luis Frenker en Walter Schmidkung, (1939): Das Bergbuch, Meine Berge.