Roodstaartraafkaketoe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Roodstaartraafkaketoe
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2012)
Red-tailed Black Cockatoo (Calyptorhynchus banksii) on Casuarina tree.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Familie: Cacatuidae (Kaketoes)
Geslacht: Raafkaketoe
Soort
Calyptorhynchus banksii
(Latham, 1790)
Bird range red-tailed black cockatoo.png
Afbeeldingen Roodstaartraafkaketoe op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Roodstaartraafkaketoe op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De roodstaartraafkaketoe (Calyptorhynchus banksii) behoort tot de familie der Kaketoes.

Leefgebied[bewerken]

De roodstaartraafkaketoe is een veelvoorkomende kaketoe en komt met name voor in Australië de drogere delen van het continent. Hij wordt aangetroffen in een breed scala van leefgebieden maar houdt zich graag op in eucalyptus en acacia rijke gebieden en in de buurt van water.

Uiterlijk[bewerken]

Met zijn afmeting van ongeveer 60 centimeter is de roodstaartraafkaketoe een grote kaketoesoort. Mannetjes zijn geheel zwart in kleur met uitzondering van de opvallende rood gekleurde banden op de staart. De mannetjes hebben tevens een opvallende zwarte kuif. De snavel is donker grijs van kleur. Vrouwtjes zijn over het algemeen iets kleiner en zijn bruin-zwart van kleur met geel-oranje gekleurde banden. De vrouwtjes hebben gele vlekjes op de wangen en de vleugels. De vleugel is hoorn kleurig.

Een mannetje weegt tussen de 670 tot 920 gram en het vrouwtje tussen de 615 tot 870 gram.

Jonge exemplaren hebben tot aan hun puberteit hetzelfde verenkleed als het vrouwtje. De gekleurde banden zijn echter wat bleker van kleur dan de banden bij de vrouwtjes. De puberteit begint rondom hun vierde levensjaar.

Gedrag[bewerken]

De vogels zijn overdag actief en worden regelmatig aangetroffen in grote groepen tot soms wel 500 exemplaren.

De roodstaartraafkaketoe is een sociale, vocale vogel. Van deze vogel zijn verschillende geluiden geïdentificeerd. De contactoproep is een doorlopend metalen krur-RR of kree. Dit geluid is over lange afstanden te horen en wordt altijd tijdens vlucht geproduceerd. Hiermee weten de vogels elkaar eenvoudig te lokaliseren. Om het vrouwtje te imponeren laat het mannetje vaak een zacht grommend geluid horen dat door een doorlopend KRED-KRED-KRED-KRED wordt gevolgd.

Voedsel[bewerken]

Het menu van deze vogel bestaat uit diverse zaadsoorten en noten waarvan een groot deel de zaden van de eucalyptusbomen. De vogels voeden zich voornamelijk op de grond waar ze hun gevallen zaden kunnen vinden. De vogels houden de zaden tussen één van de poten om ze vervolgens met hun krachtige snavels te openen en op te eten. Het eten wordt aangevuld met bessen, vruchten en allerlei soorten insecten en larven.

Voortplanting[bewerken]

Het mannetje maakt het vrouwtje het hof door het opzetten van de indrukwekkende kuif en de wangveren waarbij de snavel voor een groot deel in de veren verdwijnt. Het mannetje maakt vervolgens 'zingende' geluiden waarna hij sprong bewegingen maakt en de mooie roodgekleurde veren opdringerig toont richting het vrouwtje. Het vrouwtje reageert hier meestal op door eerst van zich af te bijten. Het broedseizoen vindt meestal plaats tussen mei tot en met september met uitzondering van de zuidelijke ondersoorten welke broeden van december tot februari.

De vogel broedt in holen van grote oude eucalyptusbomen. De holen, welke meestal meerdere jaren achter elkaar gebruikt worden, zijn vaak tussen de 1 tot 2 meter diep en 25 tot 50 centimeter in doorsnede. De bodem bedekt het vrouwtje met houtsnippers waarna ze 1 à 2 witte eieren legt. Na een incubatie tijd van ongeveer een maand komen de eieren uit. In de meeste gevallen worden het oudste jong voorgetrokken en moet het tweede jong voor zichzelf zien te zorgen. Na ongeveer 3 weken gaan de ogen open. De gele donsveertjes maken na ongeveer 6 weken langzaam aan plaats naar de eerste zwarte veertjes.

Deze vogels kunnen meer dan 50 jaar oud worden.

Ondersoorten[bewerken]

Van de roodstaartraafkaketoe zijn in totaal zes ondersoorten bekend. De verschillen tussen de ondersoorten zijn te herkennen aan de afmetingen van snavel.

  • Calyptorhynchus b. banksii

Deze ondersoort komt voor in Queensland en (zelden), in het uiterste noorden van Nieuw-Zuid-Wales. Het is de grootste ondersoort.

Komt voor in het zuidoostelijke deel van Victoria en het zuidoosten van Zuid-Australië in een gebied grenzen aan Mount Gambier in het westen, Portland in het zuiden en Horsham in het noordoosten en Bordertown in het noorden. Het is de kleinste van de zes ondersoorten.

Deze ondersoort komt voor in het noordelijke deel van Australië. Het is een grote vogel met een grote snavel. De vrouwtjes hebben geen geel-oranje band in de staart.

  • Calyptorhynchus b. magnificus
  • Calyptorhynchus b. naso

Een ondersoort uit het zuidwestelijke deel van West-Australië tussen Perth en Albany. Deze ondersoort heeft van alle ondersoorten de grootste snavel.

  • Calyptorhynchus b. samueli

De vogel is verspreid over vier gebieden. In West-Australië aan de kust van Pilbara, Zuid-Australië tot aan Wheatbelt in Northam. Landinwaarts in Midden-Australië, zuidwestelijk Queensland en de rivier de Darling in het westelijke deel van Nieuw-Zuid-Wales. Het is een kleine ondersoort met een relatief kleine snavel.

Plaatselijk een bedreigde diersoort[bewerken]

De roodstaartraafkaketoe heeft een groot verspreidingsgebied en daardoor alleen al is de kans op uitsterven uiterst gering. De grootte van de populatie werd (vóór 2012) geschat op meer dan 100.000 individuen, het aantal loopt echter achteruit. Het tempo ligt onder de 30% in tien jaar (minder dan 3,5% per jaar). Om deze redenen staat deze raafkaketoe (als soort) als niet bedreigd op de Rode Lijst van de IUCN.[1]

Hij staat wel op Bijlage II van de CITES, waardoor de handel aan strenge voorwaarden onderhevig is. In de staat Victoria geldt de soort als bedreigde diersoort krachtens de Victorian Department of Sustainability and Environment van 2007.

Diverse ondersoorten staan genoteerd als bedreigde diersoorten krachtens andere Australische natuurbeschermingswetten waaronder de Wildlife Protection Act van 2001. Het gaat hierbij om de ondersoorten C. l. graptogyne en C. l. magnificus.

De illegale handel in exotische diersoorten is voor de meeste kaketoes en papegaaien de grootste bedreiging. Een groot deel van de gevangen exemplaren overlijdt gedurende het transport en het leeghalen van nesten draagt ook bij aan vermindering van de aantallen.

In gevangenschap[bewerken]

Van alle raafkaketoes is de roodstaartraafkaketoe de meest in gevangenschap gehouden soort. Voor exemplaren die met de hand zijn opgevoed, wordt een bedrag van 10.000 tot 30.000 euro gevraagd. Jonge tamme vogels kunnen een paar woordjes aanleren. De vogel heeft in gevangenschap veel leefruimte nodig.

Afbeeldingen[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties