Schijnaardbei

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schijnaardbei
Duchesnea indica.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Fabiden
Orde: Rosales
Familie: Rosaceae (Rozenfamilie)
Geslacht: Potentilla (Ganzerik)
Soort
Potentilla indica
(Andrews) Th.Wolf (1904)
Schijnaardbei
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De schijnaardbei of sieraardbei (Potentilla indica) is een vaste plant, die behoort tot de rozenfamilie (Rosaceae). De plant komt oorspronkelijk voor in Zuidoost-Azië en wordt ook in de siertuin als bodembedekker gebruikt.

De plant wordt 5-15 cm hoog. De behaarde stengels zijn liggend en wortelen op de knopen. De drietallige bladeren zijn handvormig samengesteld en op de nerven behaard. De ovale blaadjes zijn tot 5 cm lang en 3 cm breed.

Dopvruchtjes

De schijnaardbei bloeit van mei tot oktober met gele, vijftallige bloemen. De kroonblaadjes zijn 7-8 mm x 4-5 mm groot. De bijkelkblaadjes zijn aan de top ingesneden en meestal drietandig. De kelk is na de bloei sterk vergroot.

De vrucht is botanisch gezien een schijnvrucht. De rode, ongeveer 1,2 cm grote vrucht is aardbeiachtig, maar smakeloos en niet sappig. De 1,5 mm lange dopvruchtjes (pitjes) hebben dezelfde kleur als de vrucht.

De plant komt voor op voedselrijke, vochtige, beschaduwde plaatsen in loofbossen en plantsoenen.

In België werd de plant voor het eerst in het wild waargenomen in de jaren 50 rond Brussel. Ondertussen is ze verder opgerukt en komt ze verspreid voor over heel Vlaanderen. Vreemd genoeg ontbreekt ze bijna volledig in Wallonië.

Synoniem[bewerken]

Duchesnia indica (Andrews) Focke

Externe link[bewerken]