Schoonspringen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schoonspringen
DDR-schoonspringster Ingrid Krämer op de Olympische Zomerspelen van 1960 te Rome.
DDR-schoonspringster Ingrid Krämer op de Olympische Zomerspelen van 1960 te Rome.
Algemene gegevens
Organisatie Vlag van België België: KBZB
Vlag van Nederland Nederland: KNZB
Mondiaal: FINA
Type Ind. Sport / teamsport
Olympische sport 1904
Competities / Kampioenschappen
Kampioenschappen BK / NK / EK / WK / OS
Kampioenen
Wereld kampioen 1m plank:
Li Shixin ()
Shi Tingmao ()
3m plank:
He Chong (♂)
Wu Minxia (♀)
Yutong & Kai (♂)
Zi & Minxia (♀)
10m toren:
Qiu Bo (♂)
Chen Ruolin (♀)
Bo & Liang (♂)
Ruolin & Hao (♀)
Olympischkampioen 3m plank:
Ilia Zacharov ()
Wu Minxia ()
Yutong & Kai (♂)
Zi & Minxia (♀)
10m toren:
David Boudia (♂)
Chen Ruolin (♀)
Yuan & Yanquan (♂)
Ruolin & Hao (♀)
Verwante sporten
Verwante sporten Zwemmen
Synchroonzwemmen
Laatst bijgewerkt op: 29 december 2012
Portaal  Portaalicoon   Sport
Schoonspringen

Schoonspringen is een watersport waarbij zo mooi mogelijk vanaf een plank of platform in het water moet worden gesprongen. Hierbij kunnen (combinaties van) salto's en schroeven worden gemaakt. De beoordeling vindt plaats door vijf of zeven juryleden met cijfers die met ½ punten oplopen van 0 (geheel mislukt) tot en met 10 (zeer goed).

Er wordt gesprongen vanaf 1- en 3-meter planken en van de 5-, 7½- en 10-meter toren. De gemaakte sprong wordt beoordeeld aan de hand van punten. Van invloed zijn: techniek, elegantie, souplesse, hoogte, afstand en netheid. Sinds 1994 is ook het synchroonspringen geïntroduceerd. Hierbij springen twee spring(st)ers gelijktijdig van een plank of platform en maken dan synchroon dezelfde sprong.

De enige Nederlandse wereldkampioen was Edwin Jongejans die in 1991 de eerste wereldkampioen op de 1 meterplank ooit werd.

Richtingen bij het schoonspringen[bewerken]

Bij het schoonspringen kan in verschillende richtingen gesprongen worden, namelijk voorwaarts, achterwaarts, binnenwaarts en contra. Bij binnenwaarts sta je achterstevoren op de punt van de plank, en draai je voorover. Bij contra spring je naar voren en draai je achterover. De sprongen worden aangegeven met codes. Hieronder staat een korte uitleg over die codes.

Het eerste getal geeft de richting aan waarin de sprong gesprongen wordt:

  • 1=voorwaarts
  • 2=achterwaarts
  • 3=contra
  • 4=binnenwaarts
  • 5=schroefsprongen
  • 6=handstand (alleen van de toren)

Het middelste cijfer geeft aan of er een zweefmoment in zit, waarin tenminste een halve salto gezweefd moet worden. Het laatste cijfer geeft het aantal halve salto's aan. Vanuit handstand kun je voorwaartse, achterwaartse en contrasprongen maken, eventueel gecombineerd met schroeven. Bij schroefsprongen is het tweede cijfer voor de afzetrichting en het laatste cijfer telt voor het aantal halve schroeven. De schroefsprong-codes bestaan dus uit 4 cijfers, alle andere uit 3.

Schoonspringen in een zwembad in Utrecht in 1928

De houdingen van een sprong worden weergegeven met letters:

  • A=gestrekt
  • B=gehoekt
  • C=gehurkt
  • D=vrije houding (alleen bij schroefsprongen)

Een voorbeeld van een code is 102 C:

  • het eerste cijfer betekent voorwaartse richting
  • het tweede cijfer betekent dat er geen zweefmoment in zit
  • het derde cijfer betekent dat er twee halve salto's worden gemaakt
  • de letter C betekent dat de sprong gehurkt wordt uitgevoerd.

Het is dus 1 salto voorover gehurkt.

Er is bij elke sprong sprake van moeilijkheidsfactor. Hoe moeilijker de sprong is hoe hoger de moeilijkheidsfactor. Het totaal aantal punten dat de juryleden je geven per sprong wordt keer de moeilijkheidsfactor gedaan. Bijvoorbeeld als je anderhalve salto voorover gehurkt maakt ( 103c) is de moeilijkheids factor 1.6.

Zie ook[bewerken]