Sint-Lambertuskerk (Veghel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Sint-Lambertuskerk
Sint-Lambertuskerk te Veghel
Sint-Lambertuskerk te Veghel
Plaats Veghel
Gebouwd in 1863
Architectuur
Architect(en) P.J.H. Cuypers
Bouwmateriaal baksteen en natuursteen
Stijlperiode Neogotiek
Toren 80,6 m hoog
Interieur
Zitplaatsen 1.300
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Zijaanzicht
Interieur
Interieur
Bij nacht
Interieur, detail schilderij, uit de pastorie van de kerk - Veghel - 20424486 - RCE.jpg

De Sint-Lambertuskerk te Veghel is een grote driebeukige kruisbasiliek in neogotische stijl. De kerk werd ontworpen door Pierre Cuypers en gebouwd in 1858-1862. De kerk vormt een vroeg hoogtepunt in Cuypers' carrière. De Veghelse Lambertusparochie bestond reeds in 1310.

Geschiedenis[bewerken]

Oude Lambertuskerk[bewerken]

De huidige kerk werd gebouwd ter vervanging van de middeleeuwse Veghelse Lambertuskerk. Deze voorganger was in 1648 tijdens de reformatie overgegaan in gereformeerde handen. De oude kerk was een gebouw in gotische stijl. In het gebouw bevonden zich verschillende adellijke graftombes, waaronder de graftombe van de familie Van Erp, die de heerlijkheden Veghel en Erp bezaten. Reeds in 1461 wordt de kerk vermeld, wanneer er een nieuwe toren gebouwd wordt. In 1757 wordt die torenspits van de oude kerk door zwaar onweer verwoest. Ook het oude raadhuis, dat ten noorden van de toren staat, wordt hierbij zwaar beschadigd. De vernieuwde kerktoren wordt daarop voorzien van een knop met lantaarn. Aangezien de oude parochiekerk te groot was voor het handjevol gereformeerden in Veghel, werd het middenschip van de oude kerk in de 18e eeuw gebruikt als opslagplaats voor de gemeentebrandspuiten en als kuiperij. Bij Koninklijk Besluit wordt in 1819 bepaald, dat de kerk teruggegeven moet worden aan de katholieke gemeenschap. De overdracht tussen de gereformeerden en de katholieken verloopt niet soepel. Pas in 1822 wordt de kerk opnieuw voor de katholieke eredienst betrokken. De middeleeuwse kerk wordt in 1863 gesloopt. De toren blijft echter staan tot 1874 omdat de gemeente daar eigenaar van is, en wordt pas gesloopt, nadat het uur- en klokkenwerk verkocht zijn. Het kruis op de torenspits komt aan de nieuwe Lambertusparochie van het Veghels kerkdorp Zijtaart en siert ook heden ten dage nog de torenspits van de dochterparochie.

De Schuurkerk[bewerken]

De katholieke eredienst wordt in 1648 verboden en de oude Sint-Lambertuskerk aan de Aa wordt aan Gereformeerde ambtenaren toegewezen. De Veghelse bevolking bouwt daarop in het jaar 1649 een schuurkerk direct over de landsgrens met Uden, dat destijds niet tot Brabant behoorde, maar tot het vrije Duitse Land van Ravenstein. Die kerk werd tot aan de Franse inval van 1672 gebruikt door de Veghelse parochianen en in eerste instantie ook nog door parochianen uit Sint-Oedenrode en Schijndel. In 1672 werd de bouw van een nieuwe schuurkerk toegestaan op de plaats van de huidige Sint-Lambertuskerk te Veghel. De grond was afgestaan door de heren van het kasteel Frisselstein. De nieuwe schuurkerk werd tot 1822 gebruikt. In 1888 werd er op de plek van de voormalige eerste schuurkerk een monument onthuld met daarop de tekst:

"Ter Herinnering aan de jaren 1649-1672"

"Gezegend zij de grond waar 't bedehuis eens stond uit vroom besef van plicht door 't Veghels volk gesticht In bangen tyd van nood toen men hun tempel sloot. En 't Kerk-gaan slechts toeliet op Udens grondgebied."

In 2005 werd dit monument gerestaureerd en werd er een Lambertusbeeld geplaatst ten teken van de band met de Veghelse Lambertusparochie.

Nieuwe Lambertuskerk[bewerken]

Omdat de oude Lambertuskerk na de heringebruikname in 1822 snel te klein werd voor de parochie ontstond in 1853 het plan voor een nieuwe kerk waar aan in 1857 begonnen werd met als bouwheer deken van Miert. P.J.H. Cuypers kreeg de opdracht een nieuwe kerk te ontwerpen, alsmede een pastorie, een vrouwenklooster en een school. Het was zijn grootste opdracht tot dan toe, en ook de kerk zelf was voorlopig Cuypers' grootste. De nieuwe kerk werd gebouwd op de plaats waar eerder de tweede katholieke schuurkerk had gestaan. Omdat de kerk dicht bij de synagoge kwam te staan (schuin er tegenover) werd door de joodse gemeenschap als voorwaarde gesteld dat de kerkingang gesierd zou worden met de beeltenissen van Mozes en Aäron. De Sint-Lambertus is de eerste kerk waarbij Cuypers zich liet inspireren door de 13e-eeuwse Franse gotiek; de toren vertoont invloeden van de kathedraal van Chartres. Het koor heeft een omgang met straalkapellen. In het interieur zijn bakstenen kruisribgewelven toegepast; door deze gewelven werd Cuypers' naam als architect definitief gevestigd. De neogotische inventaris is grotendeels afkomstig van de firma Cuypers en Stoltzenberg in Roermond. De polychromie werd begin jaren '60 verwijderd. Op 19 oktober 1863 werd de nieuwe kerk ingezegend door Joannes Zwijsen, die goed bevriend was met deken van Miert. Uit de memoriale blijkt dat Veghel "zwart zag van het volk" Duizenden bezoekers uit de hele regio kwamen op de opening van de nieuwe kerk af. Destijds een gigantisch en opvallend gebouw voor een gemeente met amper 4.500 inwoners.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog raakte het kerkgebouw tot tweemaal toe zwaar beschadigd. Ten eerste toen de genietroepen van het Nederlands leger de Aa-brug bij Veghel tijdens de Duitse opmars opbliezen, sprongen vele ruiten in het gebouw. Tijdens de oorlogsjaren werden de klokken door de bezetter uit de toren gehaald en in beslag genomen. Ernstiger had het gebouw te lijden tijdens de bevrijding van Veghel in september 1944. Enkele voltreffers vernielden grote delen van het schip. Het gebouw werd, met enkele wijzigingen, volledig gerestaureerd. De kerk, van oorsprong binnenin voorzien van pleisterwerk is tussen 1958 en 1963 van deze pleisterlaag ontdaan en heeft daarmee het huidige binnenaanzicht gekregen.

Fotogalerij[bewerken]

Externe link[bewerken]