Sociale cohesie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Sociale cohesie duidt op de samenhang in een maatschappij. Door sociologen wordt sociale cohesie ook wel omschreven als 'kleefkracht'. Met onderzoek naar sociale ongelijkheid en identiteit is de vraag hoe samenlevingen bij elkaar blijven een van de kernvragen in de sociologie. Er zijn vele antwoorden gegeven op de vraag wat de samenleving bij elkaar houdt. Deze zijn samen te vatten als wederzijdse afhankelijkheid of eigenbelang, dwang of macht en gedeelde waarden en normen.

Een aparte groep daarbij zijn de contracttheoretici. Zij stellen dat er sprake is van een sociaal contract. Hobbes verklaart daarbij de sociale cohesie vanuit de macht van de staat, ook wel het conflictmodel genoemd. Bij Rousseau komt de cohesie juist tot stand door consensus, daarom ook wel het consensusmodel genoemd. Hoewel de contracttheorie onder meer door de Schotse moraalfilosofen werd verworpen, zijn de opvattingen over conflict en consensus tegenwoordig nog steeds belangrijk binnen de sociologie.

Sociale cohesie bestaat op micro- en macroniveau. Op microniveau zien we (sociale) cohesie binnen het gezin, de familie, de vriendenkring. Op een iets hoger niveau bestaat sociale cohesie binnen verenigingen, kerkgenootschappen en dergelijke. Ook op het niveau van de maatschappij zien we sociale cohesie, vooral binnen uniculturele (één cultuur) samenlevingen. Binnen een dergelijke samenleving delen mensen dezelfde taal, geschiedenis, gewoonten enzovoort, dat zorgt voor een zekere mate van sociale cohesie: men identificeert zich met elkaar en/of voelt zich verbonden.

Desintegratie[bewerken]

Nederland kende tot de jaren zestig een verzuilde samenleving, de zuilen waren gebaseerd op geloof en/of maatschappelijke oriëntatie. Binnen de zuilen was de sociale cohesie zeer sterk. Met de ontzuiling vanaf de jaren zestig en de opkomst van het individualisme en de multiculturele samenleving sinds de jaren tachtig is de sociale cohesie onder druk komen te staan. Nederland is in dit opzicht zeker niet uniek - alle Westerse samenlevingen kennen een verminderde sociale cohesie. In Amerika is de sociale cohesie sterk afgenomen vanaf de jaren zestig. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kenden de Amerikanen één gemeenschappelijk doel: het verslaan van de Duitse vijand. Vanaf de jaren zestig werd de Amerikaanse samenleving steeds individualistischer. Het gezin, de kerk, de lokale gemeenschap, het verenigingsleven - allen verliezen hun positie als hoekstenen van de samenleving. Robert Putnam heeft dit proces beschreven in zijn boek 'Bowling Alone' (1995). Putnam wijt de afname van sociale cohesie vooral aan de individualisering, en niet zoals in Europa ook aan multiculturaliteit. Als belangrijke motor achter individualisering noemt Putnam de televisie ofwel moderne communicatie. In plaats van vertier en ontspanning te zoeken in het verenigingsleven, kiest de Amerikaan steeds vaker voor de TV en kijken doet hij vaak alleen.

De afname van sociale cohesie wordt door sommigen echter toegeschreven aan de opkomst van het socialisme en de wil van velen dat de overheid voor haar onderdanen zorgt. Omdat de overheid deze zorgtaken grotendeels heeft overgenomen, zou de morele plicht om voor elkaar te zorgen sterk ondermijnd worden, hetgeen een negatieve invloed heeft op de sociale cohesie.

Vanaf de jaren negentig vormt sociale cohesie een dankbaar studieobject voor sociologen. Overheden in verschillende Westerse landen zijn erop gebrand de sociale cohesie te verbeteren.

Literatuur[bewerken]

  • Hart, J. de, F. Knol, C. Maas-de Waal, T. Roes (2002) 'Zekere banden. Sociale cohesie, leefbaarheid en veiligheid'. Den Haag: SCP.
  • Collins, R, M. Makowsky (eds) (2005) [1972] 'The Discovery of Society' Boston etc.: McGraw Hill. p 93-106