Somalische Burgeroorlog

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bewapende mannen op een technical in de Somalische hoofdstad Mogadishu in 1993
De Amerikaanse Black Hawk-helikopter Super 64 tijdens de Slag om Mogadishu in 1993. De helikopter zou later neergeschoten worden door Somalische milities

De Somalische Burgeroorlog is een burgeroorlog in Somalië sinds 1986. In dat jaar liet president Siad Barre zijn speciale troepen, de Duub Cas ("Rode Baretten"), in de aanval gaan tegen dissidente op clans gebaseerde groepen. In de 10 jaar daarvoor hadden deze een macht opgebouwd na Barre's plotselinge omschakeling van een bondgenootschap met de Sovjet-Unie naar de Verenigde Staten en de Ogadenoorlog van 1977 tot 1978, toen het Ethiopische Leger, met hulp van de Sovjet-Unie, Cuba en de Communistische wereld, het Somalische Leger had gedwongen om terug te trekken en vrede te sluiten. Nadat Barre op 23 mei 1986 een auto-ongeluk kreeg, traden revolutionaire groepen en tegenstanders binnen zijn eigen regering in openlijk conflict met zijn regering.

Overzicht[bewerken]

Het conflict kan worden opgedeeld in verschillende perioden:

Verloop[bewerken]

1991–2002: Afscheidingen[bewerken]

In 1991 riep het noordelijke gedeelte van het land zijn onafhankelijkheid uit als Somaliland. De humanitaire troepen van de VN landden in 1993 en begonnen een inspanning van twee jaar (hoofdzakelijk in het zuiden) om hongersnoodsomstandigheden te verminderen. De critici van het betrekken van de VS wezen erop dat "vlak vóór de pro-VS-president Mohamed Siyad Barre in 1991 werd omvergeworpen, bijna twee derde van het grondgebied van het land als olieconcessies aan Conoco, Amoco, Chevron en Phillips was verleend. Conoco leende zelfs zijn bedrijfs-compound een paar dagen voordat de Marine er landde aan de ambassade van de VS, waarbij de speciale gezant van de eerste regering-Bush het gebruikte als zijn tijdelijk hoofdkwartier."

Vele Somaliërs verzetten zich tegen de buitenlandse aanwezigheid. In oktober resulteerden verscheidene kanonslagen in Mogadishu tussen lokale soldaten en vredestroepen in de dood van 24 Pakistani en 19 militairen van de VS (het totale aantal sterfgevallen van de VS was 31). De meeste Amerikanen werden gedood in de Eerste Slag om Mogadishu. De VN trokken zich terug op 31 maart 1995.

De orde in Somalië is nog immer niet hersteld. Een andere afscheiding van Somalië vond in het noordoostelijke gebied plaats; de staat nam de naam Puntland aan na het verklaren van "tijdelijke" onafhankelijkheid in 1998, met de bedoeling dat het aan om het even welke Somalische verzoening zou deelnemen om een nieuwe centrale overheid te vormen. De derde staat ontstond in 1998 met de afscheiding van Jubaland. Het grondgebied van Jubaland wordt nu omringd door de staat van Zuidwestelijk Somalië en haar status is onduidelijk. Een vierde werd opgezet in 1999 onder leiding van het Rahanweyn-verzetsleger, met dezelfde "tijdelijke" bedoeling als Puntland. Deze afscheiding werd herbevestigd in 2002, wat leidde tot de autonomie van Zuidwest-Somalië.

2006–: Islamitische rechtbanken en oorlog met Ethiopië[bewerken]

Politieke situatie Somalië en door Somaliërs bewoonde gebieden (Groot-Somalië) op 25 december 2006

Na een periode zonder grootschalige gevechten braken in mei 2006 gevechten uit tussen de gebieden bestuurd door de Somalische overgangsregering, lokale krijgsheren en de Unie van Islamitische Rechtbanken (ICU), een verband van Sharia-rechtbanken, ontstaan uit de al-Ittihad al-Islami die twee kleine staten had in het noordwesten van Somalië en rond Gedo in het zuidwesten van 1992 tot 1993.

De ARPCT (Alliance for the Restoration of Peace and Counter-Terrorism) werd opgericht tussen een aantal Somalische krijgsheren en zakenmannen rond Mogadishu om de macht van de ICU in te perken. De Amerikaanse CIA sluisde in het geheim geld door naar deze groep die ook banden had met Al-Qaida. De geldelijke steun mocht echter niet baten: met steun van onder andere Eritrea wist de ICU in korte tijd een groot deel van zuidelijk en oostelijk Somalië in zijn bezit te krijgen met inbegrip van de hoofdstad Mogadishu na de Tweede Slag om Mogadishu. In juni 2006 stichtten zij daar een staat met dezelfde naam.

Ondertussen begon Ethiopië zich in de strijd te mengen om de Somalische overgangsregering te steunen en de invloed van de ICU over Somalië te beperken. De ICU en haar voorgangers willen namelijk een grote islamitische Somalische staat, waartoe ook gebieden in Noord-Kenia en Oost-Ethiopië (Ogaden) en het zuidoosten van Djibouti behoren; Groot-Somalië.

Ethiopische eenheden trokken Somalië binnen om een offensief van de ICU tegen Baidoa, een van de laatste bolwerken van de overgangsregering, te voorkomen. Aanvankelijk weigerde Ethiopië te erkennen dat het troepen had in Somalië, maar in werkelijkheid was het land bezig een troepenmacht op te bouwen. In december 2006 waren er ongeveer 10.000 Ethiopische soldaten in het land, die werden gesteund door de Verenigde Staten, Puntland en waarschijnlijk ook Oeganda.

Op 8 december 2006 vonden de eerste gevechten plaats waarbij volgens de ICU ook Ethiopische troepen waren betrokken. Het Ethiopische Leger bezette al snel een aantal steden. Op 20 december braken zware gevechten uit ten zuiden van Baidoa, gevolgd door gevechten op vele andere plaatsen. Vanuit het noorden en het centrale deel van Somalië werden nieuwe offensieven geopend op de ICU, die uitmonden in een terugtrekking van de ICU op verschillende plaatsen. Nadat de ICU was verdreven uit Baidoa, Bandiradley, Beledweyne en Jowhar, begon het Ethiopische Leger de hoofdstad Mogadishu te belegeren. Om de burgerbevolking te sparen werd besloten om de stad niet direct aan te vallen. Op 27 december besloot de ICU de stad te verlaten en zich terug te trekken in de stad Kismayo.

Recentelijke politiek en bestuurlijke kaart van Somalië

Zie ook[bewerken]