Tara Singh Varma

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tara Singh Varma
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Naam Tarapatie Oedayraj Singh Varma
Geboren 29 augustus 1948
Partij CPN, GroenLinks
Politieke functies
1986-1994 Lid gemeenteraad Amsterdam
1994-2001 Lid Tweede Kamer
Parlement & Politiek - biografie
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Tarapatie (Tara) Oedayraj Singh Varma (Springlands, Brits-Guyana, 29 augustus 1948) is een voormalig Nederlands politica, die onder meer bekend is van de "Affaire-Singh Varma".

Politieke carrière[bewerken]

Tara Singh Varma werd geboren in Springlands, Brits-Guyana. In Suriname volgde ze enkele vervolgopleidingen, zonder deze af te maken. Eenmaal in Nederland werd ze politiek actief, aanvankelijk voor de CPN. Namens deze partij was ze tussen 1982 en 1986 gemeenteraadslid (gedeeld) in de gemeente Amsterdam. Vanaf 1986 was ze gemeenteraadslid van de gemeente Amsterdam voor het Links Akkoord tot 1994.

In 1994 werd Tara Singh Varma lid van de Tweede Kamer namens GroenLinks. Hiermee was ze de eerste allochtone vrouw die in de Nederlandse Tweede Kamer werd gekozen. Ook als Kamerlid zette Singh Varma zich vooral in voor de positie van vrouwen uit minderheidsgroepen. Dit deed ze onder andere via buitenparlementair werk, zoals bestuursfuncties in stichtingen en belangenorganisaties. In de Tweede Kamer viel ze nauwelijks op en zelfs haar eigen partij verklaarde dat ze "niet uitblonk in parlementair werk".[bron?] Voor de verkiezingen van 1998 werd ze door GroenLinks op een moeilijk verkiesbare negende plaats gezet, maar dankzij ruim 13.000 voorkeurstemmen werd ze herkozen als Kamerlid.

Door haar werk voor allochtone vrouwen en haar positie als allochtoon Kamerlid werd Tara Singh Varma naar eigen zeggen regelmatig door rechts-extremisten bedreigd. Zo zou ze op 21 mei 1996 voor haar woning in Amsterdam gemolesteerd zijn.

In 1998 werd ze namens GroenLinks lid van de parlementaire enquêtecommissie die onderzoek deed naar de vliegramp in de Bijlmermeer. Hiermee kreeg ze landelijke bekendheid.

Affaires[bewerken]

In 1994 kwam Tara Singh Varma in opspraak door enkele financiële affaires rond inzamelingsacties. Een commissie onder leiding van oud-minister De Graaff-Nauta stelde vast dat er niet bewezen kon worden dat zij geld verduisterd had. Wel vond de commissie dat Singh Varma nalatig was opgetreden in haar functie als penningmeester van de Grenada-stichting.

Vanaf 2000 beweerde Tara Singh Varma steeds minder in staat te zijn haar werkzaamheden als Kamerlid te vervullen. Een enkele maal verscheen ze in een rolstoel in de Tweede Kamer. In oktober 2000 beweerde Tara Singh Varma aan een ongeneeslijke vorm van kanker te lijden en kondigde ze per brief haar afscheid van de Tweede Kamer aan om zich voor te bereiden op het einde. Ze verliet de Kamer op 30 mei 2001.

In juni 2001 ontdekte het TROS-programma Opgelicht?! dat Tara Singh Varma helemaal niet aan een ongeneeslijke vorm van kanker leed. Daarnaast werd ze in dit programma beschuldigd van oplichting. Een vertegenwoordiger van een door Singh Varma gesteunde Indiase organisatie, the Ninash Foundation, verklaarde dat door Singh Varma gedane financiële toezeggingen niet waren nagekomen. Singh Varma had 250.000 dollar per jaar beloofd aan de stichting, maar dat geld werd nooit betaald. De stichting kwam hierdoor in grote problemen.

Aanvankelijk weersprak Tara Singh Varma beide beschuldigingen, en klaagde ze de redactie van Opgelicht?! aan. Maar in augustus 2001 gaf ze toe dat haar gezondheidsklachten mede veroorzaakt werden door een post-traumatische depressie die volgens haar veroorzaakt was door bedreigingen vanuit extreem-rechts en haar enorme betrokkenheid bij de slachtoffers van de Bijlmerramp. In 2002 bood Tara Singh Varma in het openbaar haar verontschuldigingen aan. Ze ontkende opzettelijk te hebben gelogen over haar ziekte, maar verklaarde in een waanwereld te hebben geleefd waardoor ze dacht terminaal ziek te zijn.

Ook later verklaarde ze dat zij lichamelijk ziek was en dat ze zich gehouden had aan alle toezeggingen.[1] Rosenmöller bekende zich belazerd te voelen en te denken dat Varma aan een geestelijke aandoening leed.[2][3]

De filmmaakster Jet Homoet maakte in deze periode een documentaire over het leven van Tara Singh Varma, getiteld Tara.

Begin 2001 stelde (D66)-minister Roger van Boxtel de Singh Varma-prijs in, voor mensen en organisaties die zich inzetten voor de verbetering van de positie van migrantenvrouwen in Nederland. De prijs was bedoeld als eerbetoon aan Singh Varma, van wie op dat moment nog werd gedacht dat ze ongeneeslijk ziek was. Nadat duidelijk was geworden dat Singh Varma had gelogen, werd de naam van de prijs door Van Boxtel veranderd in De Triomf.

Na de politiek[bewerken]

Na haar vertrek uit de kamer werd Singh Varma in 2005 hoofdredacteur van het opinieblad "Volkskrant Suriname". Later werd ze medewerkster in een Surinaamse broodjeszaak.

Bronnen, noten en/of referenties
  • De informatie op deze pagina, of een eerdere versie daarvan, is geheel of gedeeltelijk afkomstig van www.parlement.com. Overname is toegestaan met bronvermelding.
  1. Lucardie, P., I Noomen en G. Voerman, (2002) "Kroniek 2001. Overzicht van de partijpolitieke gebeurtenissen van het jaar 2001" in Jaarboek 2001" Groningen: Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen, p. 53
  2. Rosenmöller, P. (2003) Een Mooie Hondenbaan De Balans, p. 234
  3. De aandoening waaraan Singh Varma vermoedelijk leed, wordt pseudologia phantastica genoemd.