Vaseline

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Witte vaseline

Vaseline is een wit tot gele zalfachtige substantie. Er bestaat gele vaseline, die minder gezuiverd is dan witte vaseline. In de apotheek wordt vooral de laatste gebruikt.

Eigenschappen[bewerken]

Vaseline is zalfachtige massa die vloeibaar wordt bij een temperatuur van ongeveer 40 tot 60 graden Celsius. Het is een restproduct van de aardoliewinning. Het bestaat uit koolwaterstoffen, die grotendeels alifatisch zijn. In ongezuiverde vorm kan het kankerverwekkende stoffen bevatten, in gezuiverde vorm is het hiervan ontdaan. Het is bestand tegen de inwerking van vrijwel alle chemicaliën.

Gebruik[bewerken]

Vaseline wordt in de geneeskunde, de techniek en de cosmetica gebruikt.

Het heeft de eigenschap om niet in de huid te trekken, het blijft op de huid liggen en dekt deze goed af.

In de geneeskunde wordt het daarom onder meer gebruikt om de huid af te dekken bij eczeem, brandwonden, een extreem droge huid of in andere gevallen waarbij de huid haar barrièrefunctie niet meer voldoende kan uitoefenen.

In de cosmetica wordt het gebruikt in preparaten voor bescherming tegen kou of vocht, maar ook in preparaten tegen een droge huid. De INCI-naam is petrolatum. Volgens sommige bronnen kan het gebruik van vaseline op de huid leiden tot een huidaandoening: de zogenaamde paraffineverslaving.

Daarnaast wordt vaseline gebruikt als smeermiddel en om metalen onderdelen te beschermen tegen corrosie.

Bij kunststof scharnierende onderdelen kan het worden gebruikt als smeermiddel omdat (witte) vaseline, in tegenstelling tot veel andere oliën en vetten, zuurvrij is, en daardoor deze niet aantast.

Naam[bewerken]

Uit het Benelux merkenregister blijkt dat Vaseline een geregistreerde merknaam van Unilever is. Het is echter een voorbeeld van een merknaam die soortnaam werd (zogenaamde verwatering). Omdat het hierdoor een zogenaamd sterk merk zonder onderscheidend vermogen geworden is, kan de naam straffeloos door andere fabrikanten gehanteerd worden. Vicks Vaporub, een product van Procter & Gamble, vermeldt bijvoorbeeld op de ingrediëntenlijst dat het hoofdbestanddeel vaseline is.

Tegenwoordig gebruikt Unilever dan ook de merknaam "Vaseline Intensive Care", hetgeen -net als vaseline- een geregistreerd merk is. Vaseline Intensive Care is echter als merk, in tegenstelling tot het woord Vaseline, wel beschermd.

Volgens sommige bronnen is de naam vaseline samengesteld uit het Duitse woord voor water (wasser) en het Griekse woord voor olie (elaion).

Geschiedenis[bewerken]

1879, een van de eerste advertenties voor Vaseline in het Algemeen Handelsblad

Vaseline is ontdekt door de chemicus Robert Chesebrough. Chesebrough werkte in het midden van de 19e eeuw in de lampolie-industrie. Deze lampolie werd gemaakt door bewerking van vet uit potvissen. In 1859 was dit niet meer rendabel omdat de eerste aardoliebron in Titusville (Pennsylvania) in productie ging. Chesebrough trok naar Titusville en hoorde daar van de zogenaamde "rod wax", een stroperige zwarte substantie die aan de boortorens en olieboren kleefde. Dit spul was lastig, want het zorgde voor het blokkeren van de apparaten, maar de arbeiders gebruikten het ook om op hun schaaf- en brandwonden te smeren, zodat ze sneller heelden[1]. Chesebrough extraheerde uit deze substantie het geelwitte vaseline. Hiervoor werd de ruwe vaseline in vacuüm gedestilleerd en ontkleurd met behulp van beenderkool. Dit proces werd door Chesebrough gepatenteerd in 1872.

Om de genezende werking ervan te testen bracht hij bij zichzelf brandwonden aan die bedekt werden met deze vaseline. Tegelijk liet hij de genezen wonden zien van brandwonden die hij eerder had aangebracht. In eerste instantie werd vaseline aangeprezen als genezende zalf. Later bleek dat de vaseline op zichzelf niet geneeskrachtig is, maar dat de genezende werking wordt veroorzaakt doordat de vaseline de open wonden beschermt tegen ziekteverwekkers.

Bronnen, noten en/of referenties