Vlot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een houtvlot
Stevelen
maquette in Keulen
Houtvlotters in Zweden
Houtvlot ca 1880
Houtvlotterij, Rusland

Een vlot is een op water drijvende constructie. Er kan gebruik worden gemaakt van materiaal dat een soortelijk gewicht kleiner dan 1 heeft, zoals de meeste houtsoorten. Maar men kan bijvoorbeeld ook gebruikmaken van riet zoals papyrus (Cyperus papyrus), balsa, stukken polystyreen (piepschuim), lege plastic flessen of zelfs lege olievaten. Een vlot kan ook opblaasbaar zijn (luchtbed).

Gebruik[bewerken]

De techniek waarmee wordt gevaren heet stevelen. Een andere techniek is bomen.

Een vlot wordt soms met een zekere willekeur en/of fantasie opgebouwd. Vaak wordt een vlot gebouwd als (tijdelijk) speeltuig, maar het wordt ook gebruikt om op te wonen.

Wanneer het nodig is om grote hoeveelheden boomstammen over rivieren te vervoeren wordt gebruikgemaakt van aan elkaar verbonden boomstammen. Zo'n in de vlotterij gebruikte samengebonden bundel wordt houtvlot genoemd. Soms wordt zo'n vlot gebruikt om zware voorwerpen over rivieren te vervoeren, maar meestal drijven deze vlotten 'zichzelf' (de boomstammen) naar houtzagerijen. Veelal worden de aangevoerde verse boomstammen bewaard in een balkengat tot deze 'rijp' zijn om verder verzaagd te worden. Houtvlotten worden nog steeds op veel plaatsen in de wereld gebruikt om hout van de productieplaatsen (de bossen) stroomafwaarts over de rivieren te vervoeren.

Met zijn vlot de Kon-Tiki gemaakt van balsahout stak de Noor Thor Heyerdahl in 1947 de Grote Oceaan over.

Een Nederlandse vlottenbouwer is de beeldend kunstenaar Robert Jasper Grootveld. Zijn "drijvende tuinen" vervaardigde hij van blokken piepschuim die met synthetisch doek werden omwikkeld, waarna er om het geheel een net werd geknoopt. Op de vlotten werd aarde gestort zodat er planten konden groeien. De eerste prototypen van deze drijvende tuinen werden in 2000 overgedragen aan stadsdeel Zeeburg.

Houtvervoer naar Nederland[bewerken]

Vele eeuwen lang werden veel boomstammen vanuit het Zwarte Woud in het zuiden van Duitsland aangevoerd met houtvlotten, die dan de Rijn kwamen afdrijven. Ook de Batavieren kwamen op deze wijze Nederland binnen, zoals de geschiedenisboeken ons leerden. De enorme vlotten hadden soms een lengte van 600 meter en 50 meter breedte, waarbij de stammen dan twee meter hoog werden opgestapeld. De vlotten bevatten dan ook vele duizenden boomstammen. De bemanning van tot 500 personen woonde en leefde op de vlotten, die van alle 'gemakken' zoals een eigen bakkerij, slagerij, stallen en woonhutten waren voorzien. Vanzelfsprekend waren ook deze gebouwd van boomstammen. Tot de komst van de sleepboot werden deze met lange roeiriemen gestuurd, later werden zij gesleept. Het laatste houtvlot op deze wijze kwam in 1968 naar Nederland en bestond uit 2560 stammen, met een gewicht van 493 ton en had een lengte van 160 meter. Door het drukke scheepvaartverkeer, andere transportmiddelen en de komst van hout uit andere landen en werelddelen behoort dit soort transporten tot het verleden.

Zie ook[bewerken]