Vogelvlucht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een vlucht fluitzwanen

Vogelvlucht is de verzamelnaam voor de verschillende manieren waarop vogels zich voortbewegen in vlucht.

Slagvlucht[bewerken]

Bij slagvlucht vliegt een vogel door onafgebroken met de vleugels te slaan. Onder andere zwanen en valken maken hier gebruik van deze manier.

Bidden[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie bidden (vogel) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een speciale vorm van de slagvlucht is het bidden.

Het woord bidden is waarschijnlijk vertaald vanuit het Engels (the bird is preying). Dit betekent 'jagen op prooi'. Preying klinkt wanneer uitgesproken als praying wat biddend betekent in het Nederlands. (Prey = prooi.)[1]

Glijvlucht[bewerken]

Blauwe reiger

Bij glijvlucht daalt een vogel met uitgespreide vleugels, dus zonder vleugelslag, langzaam onder invloed van de zwaartekracht.

Vogels die hier goed in zijn, zijn onder andere pelikanen, reigers, ooievaars, de kraanvogels en enkele grote roofvogels als buizerds, de arenden en gieren. Deze vogels hebben een glijgetal van 10, wat wil zeggen dat ze 10 meter horizontaal afleggen per 1 meter daling.

Een nog hoger glijgetal, namelijk 20, hebben albatrossen. Het hoogste glijgetal echter komt niet toe aan een vogel, maar aan zweefvliegtuigen, zij kunnen een glijgetal tussen 25 en 40 hebben.

Het glijgetal[bewerken]

Het glijgetal wordt berekend door de afgelegde afstand in het horizontale vlak te delen door de totale verticale daling.

Een voorbeeld: een ooievaar start vanaf zijn nest 10 meter boven de grond. Na een glijvlucht landt hij 100 meter verder op de grond. Zijn glijgetal is dan 100 / 10 = 10.

Slag- en glijvlucht[bewerken]

Bij slag- en glijvlucht wisselt een vogel korte series vleugelslagen (waarbij hoogte gewonnen wordt) af met korte perioden waarin met uitgespreide vleugels gegleden wordt (waarbij langzaam gedaald wordt). Vogels die de glijvlucht toepassen, maken ook gebruik van de slag- en glijvlucht.

Golvende vlucht[bewerken]

Bij golvende vlucht wisselt een vogel korte series vleugelslagen af met korte perioden waarin de vleugels geheel opgevouwen zijn.

In het dal van de golf wordt met vleugelslagen voldoende vaart gemaakt, waarna op de top de vleugels geheel opgevouwen worden.

Golvende vlucht komt voor bij vogels van het formaat specht en kleiner. Deze vogels vouwen liever tijdelijk hun vleugels op, dan dat ze met uitgespreide vleugels glijden. Voor hen weegt het voordeel van een glijvlucht niet op, tegen het op snelheid blijven bij de duikvlucht met geheel opgevouwen vleugels.

Voorbeelden van vogels die golvende vlucht gebruiken zijn enkele soorten spechten, n.l. de groene specht en de grote bonte specht, alle kwikstaarten en alle soorten vinken.

Zweefvlucht[bewerken]

Bij zweefvlucht laat een vogel zich met uitgespreide vleugels, dus zonder vleugelslag, op stijgwinden omhoog voeren.

Typische zweefvliegers als buizerds en arenden hebben grote, brede vleugels. Ze zijn niet gebouwd om grote afstanden in normale slagvlucht af te leggen. In thermiekbellen laten ze zich, met slechts nu en dan een vleugelslag, cirkelend omhoog voeren. Als de thermiekbel ten slotte zijn kracht verliest, glijden ze langzaam omlaag naar de volgende thermiekbel.

Er bestaan 3 soorten zweefvlucht:

Trivia[bewerken]

  • Wanneer vanuit de lucht iets wordt bekeken om bijvoorbeeld een totaaloverzicht te bespreken, wordt wel gesproken van "vogelperspectief", "vogelvluchtperspectief", of, in het Engels: helicopter view.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Trouw, 5 maart 2011.