Web 2.0
Web 2.0 verwijst naar de ontwikkeling van internet tot een interactief medium waarbij gebruikers informatie beginnen uploaden en niet enkel downloaden. Internetgoeroe Tim O'Reilly bedacht de term en situeert de omslag omstreeks 2001, na het uiteen spatten van de internetzeepbel van het Web 1.0. Bij die aanvankelijke populariteit van het internet hoorde een 'nieuwe' economische euforie die eind jaren negentig in de dotcomhype eindigde. Web 2.0 is geen synoniem voor het semantische web, zoals soms wordt aangenomen.
Inhoud |
[bewerken] Iedereen auteur
Met Web 2.0 bepalen de internetgebruikers mee de inhoud die op internet verschijnt en ze verhogen zo het interactieve karakter van het web. Deze user-generated content wordt verzameld op sociaalnetwerksites zoals het Nederlandse Hyves of het Belgische Netlog, op weblogs, wiki's, podcasts, RSS-feeds, webvideo en webservices met open API's. Voorbeelden van toepassingen zijn YouTube, Facebook, Dailymotion, Flickr, Netvibes, Orkut, MySpace, Last.fm, Delicious, Digg, Pandora, Wikipedia en Twitter. Veel Web 2.0-websites worden continu uitgebreid en blijven in de ontwikkelingsfase of bètaversie.
[bewerken] Voor en tegen
Pleitbezorgers van het Web 2.0 zijn de oprichter Wikipedia Jimmy Wales, de digitaal activist en vormingswerker Ndesanjo Macha, de filosoof Charles Leadbeater. De schrijver Andrew Keen en de voormalige hoofdredacteur van de Encyclopaedia Britannica Robert McHenry bekijken het interactieve internet eerder sceptisch.
[bewerken] Techniek of attitude?
Waar Web 1.0 eenvoudige HTML gebruikt, breidt de Web 2.0-techniek die uit met XML, JavaScript en server-side scripting (meestal in de vorm van PHP). Web 2.0 is een interactief communicatiemedium. Interactieve applicaties worden vaak ontworpen met AJAX, dat gebruik maakt van XHTML, CSS, Document Object Model (DOM), XML, XSLT en JavaScript XMLHttpRequest. Ajax geeft gebruikers het gevoel dat ze met een desktopapplicatie werken. Ajax communiceert met een webserver, vaak servers die een scripttaal als PHP, JSP, ColdFusion of Ruby geïnstalleerd hebben. Als de server dan een antwoord stuurt, dat zowel in XML en JSON als in HTML kan zijn, past JavaScript een gedeelte van de pagina aan. Een vroege website die Ajax gebruikte en als een typische Web 2.0-site gezien wordt, is Googles Gmail.
[bewerken] Betrouwbaarheid
De overvloed aan informatie die hierdoor is ontstaan, is niet altijd even waarheidsgetrouw. De user generated content maakt training van informatieconsumenten nodig. Nieuwsfeiten via Twitter zijn vanuit het standpunt van de toeschouwer geschreven. Meer dan bij traditionele journalistiek geldt bij Twitter "één bron is géén bron". Sceptici zien dit als het nadeel van Web 2.0: het ontbreken van academische referenties. Niettemin staat daar tegenover een 'peer-review'-systeem dat zou leiden tot verfijning en correctie. Wikipedia is een bekend voorbeeld: iedereen is vrij om te bewerken en te verbeteren.
[bewerken] Profiel
De interactieve sites vragen telkens weer de aanmaak van een profiel. Een online profiel toont al dan niet via nicknames wie een gebruiker is. Het vele aanmelden is soms een knelpunt: de diverse profielen, nicknames, wachtwoorden en digitale identiteiten worden als onpraktisch ervaren. Identity 2.0-diensten zoals OpenID en Windows CardSpace koppelen websites en geven de gebruiker één login. Tegenstanders zien gevaren in het onderbrengen van al deze gegevens bij een enkele partij.
[bewerken] Ontwikkeling in de tijd
- 1993: Al Gore spreekt metaforisch over internet met de 'information superhighway'
- 1998: Google
- 2001: Wikipedia
- 2005: YouTube
- 2006: Twitter
- 2008: Facebook (NL)
[bewerken] Zie ook
- Crowdsourcing
- Communicatietechnologie
- Cyberspace
- Rich internet applications,
- Virtuele gemeenschap
- Web 2.0 Suicide Machine
- Web 3.0
[bewerken] Externe links
- (en) Tim O'Reilly - Wat is Web 2.0? (30 september 2005)
- (en) Berners-Lee calls for Web 2.0 calm - Tim Berners-Lee plaatst kritische kanttekeningen bij Web 2.0 (30 augustus 2006)
- (en) Over de informatiesnelweg
[bewerken] Bibliografie
- Hugo Callens, Sociaal-cultureel werk, nieuwe media en digitale competenties. In: Cockx F., De Blende H. & Van den Eeckhout G. (Ea.), (Eds.), Wissels. Handboek sociaal-cultureel werken met volwassenen. Steunpunt sociaal-cultureel volwassenenwerk, Socius & Academia Press, Gent, 2011.
- Manuel Castells, The information age: economy, society and culture. Volume I. The Rise of the network society. Blackwell Publishers, Oxford, 2003.
- Tom de Mette, In de mix: het sociaal cultureel volwassnenewerk draait door. In: Cockx F., De Blende H. & Van den EECKHOUT G. (Ea.), (Eds.), Wissels. Handboek sociaal-cultureel werken met volwassenen. Steunpunt sociaal-cultureel volwassenenwerk, Socius & Academia Press, Gent, 2011.
- Debbie Esmans & Dirk de Wit, E-Cultuur. Bouwstenen voor praktijk en beleid, Acco, Leuven, 2006.
- Donna Haraway, Een cyborg manifest. De balie, Amsterdam, 1994.
- Andrew Keen, The Cult of the Amateur, in het Nederlands vertaald als De @-cultuur Meulenhoff, Amsterdam, 2008.
- Angelo Vermeulen & Antoon van den BraembusscheBaudelaire in cyberspace. Dialogen over kunst, wetenschap en digitale cultuur. ASP, Brussel, 2008.
- Benedict Wydooghe. Flaneren in cyberspace. De metaforische weg naar digitale cultuurparticipatie. In: Cockx F., De Blende H. & Van den Eeckhout G. (Ea.), (Eds.), Wissels. Handboek sociaal-cultureel werken met volwassenen. Steunpunt sociaal-cultureel volwassenenwerk, Socius & Academia Press, Gent, 2011.
| Zie de categorie Web 2.0 van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |