Weekmaker

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Weekmakers zijn stoffen die kunststoffen elastisch maken. Als een thermoplast zo stevig is dat er weinig meer mee gedaan kan worden, wordt er een weekmaker aan toegevoegd, om het zacht en minder bros (breekbaar) te maken. Met andere woorden, de glasovergang (Tg) wordt verlaagd waardoor de mechanische en fysische eigenschappen van het polymeer meer rubberachtig worden.

Weekmakers kunnen bijvoorbeeld esters of vetten zijn, zoals di(ethylhexyl)ftalaat (DEHP) en dioctylftalaat (DOP). De laatste "P" in beide afkortingen is afkomstig van het Engelse "Phtalate": ftalaat. In PVC wordt soms zelfs wonderolie gebruikt als weekmaker. Lange flexibele zijketens aan het polymeer zelf veroorzaken bij benadering hetzelfde effect als toegevoegde weekmakers. Dit verschijnsel wordt ook wel 'inwendige weekmaking' genoemd.

Mogelijke gezondheidsrisico's[bewerken]

Veel weekmakers, met name ftalaten, worden ervan verdacht bij vrijkomen uit de kunststoffen schadelijke effecten op de gezondheid te hebben. Dit is dan vooral relevant bij materialen die als verpakking voor bijvoorbeeld voedingsmiddelen dienen.

Weekmakers worden gebruikt in bloedinfuuszakken, die zijn gemaakt van een PVC met een ftaalzuur-ester. Vele onderzoeken[bron?] zijn hiernaar geweest en er is geen schadelijk effect aangetoond. Er was zelfs een positieve invloed van de ftaalzuuresters op de houdbaarheid van het bloed.

In juli 2004 kwamen weekmakers in het nieuws vanwege de grote hoeveelheden die gebruikt worden in zogenaamde scoubidoutouwtjes en de mogelijke risico's bij het kauwen op de touwtjes door kleine kinderen. Er is geen medisch bewijs van schadelijkheid voor de gezondheid.[bron?]

Uit onderzoek van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA)[1] bleek ook dat vibrators en dildo’s die als weekmakers ftalaten of nonylfenol bevatten, alleen een gezondheidsrisico hebben bij gebruik gedurende meer dan 10 uur per week.

Onderzoek, gepubliceerd in mei 2005,[bron?] geeft een sterke indicatie dat het gebruik van (weinig gebruikte typen van) weekmakers leidt tot genitale afwijkingen bij jongens. In urine van zwangere vrouwen werden toegenomen hoeveelheden ftalaten gemeten (4 ftalaatmetabolieten: (mono-ethylftalaat (MEP), mono-n-butylftalaat (MBP), mono-benzylftalaat (MBzP), en mono-isobutylftalaat (MiBP)). Dit correleerde met een hoger voorkomen van afwijkingen in genitale ontwikkeling dan mocht worden verwacht, zoals een kleinere anogenitale afstand anus-scrotum, een kleinere scrotum en penis, en een toegenomen kans op niet ingedaalde testikels.

Alternatieven[bewerken]

Er zijn een aantal alternatieven voor ftalaten als weekmakers, voornamelijk voor PVC, ontwikkeld, waaronder:

Deze worden beschouwd[bron?] als veiliger alternatief voor ftalaten voor gebruik in o.a. kinderspeelgoed, verpakkingsfolie voor voedingswaren of medische toepassingen.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties