Zarzuela (opera)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dona Francisquita was een Zarzuelazangeres (1954).

De zarzuela (uitspraak θarˈθwela in Spanje, sarˈswela in Latijns-Amerika) is een Spaans opera- of operettegenre, enigszins gelijkend op de Franse Opéra-comique en het Duitse Singspiel, ontstaan in het midden van de 17e eeuw.

Geschiedenis[bewerken]

Het was in 1657 dat in het Koninklijk Paleis El Pardo, koning Filips IV van Spanje, tezamen met koningin Mariana en hun hofhouding aanwezig waren bij de première van een nieuwe komedie van Pedro Calderón de la Barca, begeleid door de muziek van Juan de Hidalgo. Deze toen opgevoerde komedie genaamd El Laurel de Apolo symboliseert sindsdien de geboorte van een nieuw muzikaal opera genre dat bekend is geworden als La Zarzuela, vernoemd naar het koninklijk jachtslot Zarzuela, gelegen op het platteland in een afgelegen gebied bezaait met bramen die zarzasofbramen genoemd werden en waar de traditie gegroeid was genoemde voorstellingen op te voeren.

La Zarzuela werd vaak bezocht door clowns en acteurs veelal afkomstig uit Madrid, waar de stukken die Calderón en Hidalgo verstrekten, gebruikt werden voor het uitvoeren van een theatraal gamma van klassieke opera, lage slapstick tot het populaire lied. Calderón, de grootste toneelschrijver en Hidalgo, de beste Spaanse componist, luidden daarmede een nieuw en zich snel ontwikkelende vorm van barokke entertainment in met geestige, pittige libretti omgezet in muziek van hoge kwaliteit en buitengewone diversiteit. Een charmant voorbeeld is Viento es la dicha de Amor "Wind is de poëzie van de liefde" (1743) met muziek van Jose de Nebra, een mengsel van louter versregels en proza, opera-aria's, korte refreinen die associaties oproept naar Monteverdi en Vivaldi, populaire liedjes met castagnetten en verrukkelijk georkestreerd instrumentale intermezzo's.

Met de opkomst van de Italiaanse opera componisten raakte deze oorspronkelijke Spaanse operavorm steeds meer uit de mode. Merkwaardig genoeg was het een Italiaanse componist Luigi Boccherini die sinds 1778 verbonden was aan het privé orkest van Don Luis (de broer van koning Karel III van Spanje) die weer succes had met de zarzuela en bewees dat deze nog steeds bestaansrecht had. Hij componeerde dit werk voor de hertog van Benavente Ossuna, die een privéorkest bezat, waar de meest succesvolle werken van die tijd op de talrijke muzikale soirees werden uitgevoerd. Dit werk La Clementina (1786) is speciaal voor zo'n soiree gecomponeerd naar het libretto van de dichter Ramon de la Cruz (1734-1794), de Spaanse rivaal van Metastasio.

Naam jachtslot[bewerken]

Zoals al eerder aangegeven dankt het genre zijn naam aan het koninklijk jachtslot, het Palacio de la Zarzuela bij Madrid dat Filips IV rond het midden van de 17e eeuw liet bouwen. In het paleis was speciaal voor het opvoeren van de zarzuela accommodatie aangebracht. Er werden librettoschrijvers en componisten aangetrokken om nieuwe zarzuela's te componeren. De eerste librettoschrijver was Pedro Calderón de la Barca, samen met de componist Juan de Hidalgo. Daarom wordt Calderón ook wel de schepper van de zarzuela genoemd.

Hoofdvormen[bewerken]

In de zarzuela kunnen twee hoofdvormen onderscheiden worden, namelijk

Wat de laatste periode betreft is de Spaanse componist, musicoloog en pedagoog Felipe Pedrell (1841-1922) een bekende naam. Hij leidde verschillende componisten op, o.a. Albéniz, De Falla en Granados: drie grondleggers van de moderne Spaanse muziek.

Externe links[bewerken]

"Diccionario de la Zarzuela Espana e Hispanoamérica" Emilio Casares Rodicio . Uitg. Instituto Complutense de Ciencias Musicales, 2002