Ziekte van Ménière

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Ziekte van Ménière
Vestibular system's semicircular canal- a cross-section.jpg
Coderingen
ICD-10 H81.0
ICD-9 386.0
OMIM 156000
DiseasesDB 8003
MedlinePlus 000702
eMedicine emerg/308
MeSH D008575
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

De Ziekte van Ménière kenmerkt zich door een drietal symptomen: duizelingen, tinnitus (oorsuizen) en gehoorverlies.

Diagnose[bewerken]

De patiënt heeft niet voortdurend last van alle drie de symptomen, maar krijgt ze met enige regelmaat als een aanval over zich heen. De duizeligheid gaat gepaard met hevige misselijkheid en braken, de patiënt voelt zich doodziek en is nauwelijks in staat om iets anders te doen dan met gesloten ogen, stil in bed te liggen en te wachten tot de aanval overgaat. De aanval van (draai)duizeligheid kan urenlang duren. Bij sommige patiënten houdt de duizeligheid in mildere vorm nog enkele dagen tot weken na een aanval aan.

De doorsnee Ménière-patiënt krijgt in de loop der tijd een slechter gehoor, dat met elke aanval verder afneemt. In het begin blijft de slechthorendheid beperkt tot het niet horen van lage tonen in het aangetaste oor. Het gehoor neemt echter steeds verder af. De oorsuizingen nemen sterk toe tijdens en kort na een aanval en kunnen daarna weer wat afzwakken, maar gaan in de meeste gevallen nooit helemaal weg. In enkele gevallen kan de aandoening overslaan naar het andere oor, dat dan ook wordt aangetast.

Bij veel patiënten verminderen de aanvallen van duizeligheid in frequentie en hevigheid na verloop van tijd. Soms gebeurt dit pas na tien à twintig jaar, maar meer dan de helft heeft na twee tot drie jaar geen last van ernstige aanvallen meer. Het gehoorverlies is echter blijvend en stabiliseert zich vaak op 50-60 decibel en ook het oorsuizen kan aanhouden.

De combinatie van deze drie symptomen is door de Franse arts Prosper Ménière voor het eerst als tot één ziekte behorend beschreven in 1861. Naar schatting lijden in Nederland ongeveer 20.000 mensen aan deze ziekte. Het ontstaat gewoonlijk bij mensen die tussen de 40 en 50 jaar oud zijn. Door het zeer hinderlijke karakter van de ziekte ondervindt men tal van problemen bij werk en relaties. Simpele zaken zoals hoofdrekenen worden moeilijk, men komt niet uit zijn woorden en men komt als verstrooid over, bewegingen kunnen misselijk maken.

Oorzaak[bewerken]

In het binnenoor zitten compartimenten met de vloeistoffen endolymfe en perilymfe die van elkaar gescheiden zijn door het membraan van Reissner maar door lekkage onbedoeld contact met elkaar maken. Dit veroorzaakt een soort "kortsluiting", waardoor verkeerde informatie naar het evenwichtscentrum in de hersenen wordt gestuurd met duizeligheid als gevolg. Tegelijkertijd worden de haarcellen in het slakkenhuis beschadigd hetgeen leidt tot slechthorendheid en tinnitus.

Vroeger dacht men dat de lekkage werd veroorzaakt door overproductie van endolymfe (door stresshormonen of slechte afvoer). Dit zorgt voor een extra druk op het membraan, dat daardoor scheurt. Wetenschappers denken nu dat een virusinfectie of auto-immuunziekte het membraan afbreekt en verzwakt. Dit wordt gestaafd door onderzoek waaruit gebleken is dat tachtig procent van de patiënten stoffen in hun bloed hadden die wijzen op een eerder viruscontact of een auto-immuunreactie.

Behandeling[bewerken]

Aan de hand van gehoor- en evenwichtstesten kan een ORL-arts beoordelen of iemand mogelijk Ménière heeft. Zeker in het beginstadium van de ziekte is dit echter moeilijk omdat ná een aanval soms geen restverschijnselen meer meetbaar zijn. In dat geval kan alleen de beschrijving van de aanval door de patiënt duidelijkheid verschaffen. Medicijnen kunnen klachten doen verminderen, maar hebben soms ook nadelige bijwerkingen. Een medicijn dat de ziekte echt verhelpt, bestaat niet. Betahistine is, ondanks het ontbreken van een bewijs van werkzaamheid, het meest voorgeschreven middel. Rust en regelmaat in het dagelijkse leven wordt aanbevolen, omdat stress een aanval kan oproepen (al is stress niet de enige oorzaak).

Ook de slechthorendheid die optreedt, is niet te genezen. Bij ernstig gehoorverlies kan een hoortoestel of (bij zeer ernstige beiderzijdse vormen) een cochleair implantaat uitkomst bieden.

Ménière-patiënten, die vaak problemen hebben met het bewaren van hun evenwicht, kunnen soms geholpen worden met een volgens de richtlijnen van de oogarts Utermöhlen ontwikkelde prismabril. Utermöhlen sigaleerde in 1941 dat bij Ménière-patiënten (op commando van het evenwichtsorgaan) de oogspieren de ogen vaak iets naar buiten trekken wanneer ze knipperen of dicht zijn. Wanneer de ogen weer opengaan, moeten de oogspieren die asymmetrie weer corrigeren om de ogen weer recht vooruit te laten kijken. Dat verschil prikkelt het evenwichtsorgaan en kan tot duizeligheid leiden. Een zogenaamde 'Utermöhlen prismabril' zorgt dat beide ogen in de door het lichaam gewenste stand blijven staan namelijk iets naar buiten gericht. Daardoor wordt het evenwichtsorgaan minder belast.

Gentamicine-therapie[bewerken]

Verder is er de zogeheten gentamicine-therapie voor patiënten bij wie de ziekte in slechts één oor voorkomt . Bij deze therapie wordt het antibioticum gentamicine één of meerdere malen (met tussenpozen van enkele weken) gedoseerd in het middenoor gespoten, waardoor daar de trilhaartjes in het evenwichtsorgaan worden vernietigd. Het evenwichtsorgaan in dat oor wordt daarmee uitgeschakeld, waardoor de aanvallen van duizeligheid in de meeste gevallen (90-95%) tot het verleden behoren. Het evenwichtsorgaan in het andere gezonde oor neemt, als dit normaal functioneert, het gevoel voor evenwicht over.

Omdat gentamicine in een te hoge dosering een schadelijke uitwerking op de werking van het andere oor kan hebben wordt tijdens het verloop van de behandeling ook dat oor gecontroleerd.

Deze behandeling heeft een sterke verbetering van het leefcomfort als resultaat. Patiënten met Ménière konden na het herstel van de operatie hun gewone leven weer hervatten. Ook bij deze methode behoren aanvallen tot het verleden en wordt tevens in het behandelde oor het gehoor behouden. In meerdere gevallen treedt zelfs een verbetering van het gehoor op.

De microchirurgische ingreep wordt uitgevoerd in het binnenoor (binnen de schedel). De operatie kan toegepast worden bij één van beide oren en wordt daarom ook voorafgegaan door een gehooronderzoek en een test van het evenwichtsorgaan, een elektronystagmografie om te bepalen welk oor dominant is bij de aandoening.

Ook wordt een MRI met contrastvloeistof gemaakt om te bepalen of sprake is van vasculaire compressie, het beklemd zitten van een zenuw door een aanliggende ader in het binnenoor. Deze beklemming is vaak de reden van het optreden van duizeligheid. Daarom wordt tijdens de ingreep naast de vestibulair zenuwsnede ook de beklemming opgeheven. Waarschijnlijk is er een relatie tussen de vasculaire compressie en de ziekte van Ménière.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • NVVS, Nederlandse Vereniging Voor Slechthorenden
  • Selectieve microchirurgische vestibulaire neurectomie als behandeling voor therapieresitente vertigo/syndroom van Ménière door Dr. L. De Waele; afdeling Neurochirurgie van AZ Sint Lucas te Gent, België en Professor Dr. Alessandro Ducati, Neurochirurgie, Universiteit Turijn, Italië.
  • Selective microsurgical vestibular section for intractable Méniëre's syndrome door Edward Tarlov, University of Illinois, Chicago. Publicatie in 'The American Association of Neurological Surgeons'.