Ziekte van Pompe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap4.svg     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Ziekte van Pompe
ICD-10 E74.0
ICD-9 271.0
OMIM 232300
DiseasesDB 5296
eMedicine med/908ped/1866
MeSH D006009
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

De ziekte van Pompe, ook wel glycogeenstapelingsziekte type II of zure-maltasedeficiëntie genoemd, is een erfelijke spierziekte die veroorzaakt wordt door een tekort aan het enzym zure α-glucosidase. Hierdoor wordt glycogeen niet of slecht afgebroken en hoopt zich op in de lysosomen waardoor verschillende soorten weefsels beschadigd raken. De ziekte behoort dan ook tot de groep lysosomale stapelingsziekten. De grootste effecten ziet men in het hart, het skelet en in glad spierweefsel. Er worden twee varianten onderscheiden: de klassieke variant, die zich al in de eerste levensmaanden openbaart met spierzwakte, en waarbij patiëntjes vaak al voor hun eerste verjaardag overlijden. Deze variant werd voor het eerst beschreven door de Nederlandse patholoog J.C.Pompe in 1932. Er is echter ook een late-onset variant, die op oudere leeftijd (puberteit, middelbare leeftijd of nog later) kan blijken. Patiënten hebben vooral last van spierzwakte, en ademhalingsproblemen kunnen een oorzaak van overlijden zijn.[1]

Inhoud

[bewerken] Erfelijkheid

Het tekort aan het enzym zure α-glucosidase wordt veroorzaakt door een defect gen. Het gen heeft de aanduiding GAA gekregen en ligt op chromosoom 17q25. De ziekte erft autosomaal recessief over, beide ouders van een kind met de ziekte zijn drager van een afwijkende (gemuteerde) variant van het gen. De kans dat de kinderen de ziekte krijgen bedraagt 25 procent, de kans dat de kinderen drager zijn van een afwijkend gen bedraagt 50 procent. Meer dan 200 verschillende mutaties van het GAA-gen kunnen aanleiding geven tot het krijgen van de ziekte. Het type mutatie heeft vaak een voorspellende waarde als het gaat over de ernst waarmee de ziekte zal verlopen. Dat dit niet altijd het geval is, geeft aan dat andere genen waarschijnlijk ook een rol spelen bij het ontstaan en verloop van de ziekte.

[bewerken] Epidemiologie

De incidentie varieert van 1 per 14000 tot 1 per 300000, afhankelijk van de geografische ligging en de etnische groep die men onderzoekt. Het komt relatief vaker voor bij Afrikaanse Amerikanen, in Zuid-China en Taiwan. Gemiddeld komt men uit op 1 op de 40000.

[bewerken] Klinisch beeld

Symptomen die voorkomen bij de infantiele en late-onset vormen van de ziekte van Pompe

Vanaf de geboorte verloopt de ziekte progressief. In ieder geval zijn spierafwijkingen aanwezig. Symptomen van hart- en andere orgaanafwijkingen zijn niet altijd vanaf het begin manifest. De symptomen en ernst van de ziekte nemen snel toe.

[bewerken] Infantiele vorm

De meest ernstige vorm van de ziekte van Pompe, uit zich in de eerste levensmaanden. Zonder behandeling sterven patiënten meestal voor hun eerste levensjaar als gevolg van cardiorespiratoir falen. Vaak zijn voedingsproblemen een eerste symptoom. Spierzwakte neemt toe van relatief mild bij geboorte tot zeer ernstig bij 6-8 maanden (floppy baby). Cardiomegalie, moeite met voeding, spierzwakte en een kenmerkend ECG met verkort PR interval en een hoog QRS complex kunnen wijzen op de ziekte van Pompe. Bij aanwezigheid van één of meer van deze symptomen zou de ziekte van Pompe in de differentiaaldiagnose opgenomen moeten worden.

[bewerken] Symptomen

[bewerken] Late-onset vorm

De late-onset vorm kan zich op elke leeftijd manifesteren. De verschijnselen van spierzwakte ontstaan heel geleidelijk. De klachten worden vaak pas onderkend wanneer patiënten moeilijk vanuit zithouding kunnen opstaan of moeite krijgen met traplopen. De ziekte van Pompe is progressief en gaat gepaard met een sterk verhoogde morbiditeit en mortaliteit. Veel patiënten worden rolstoelafhankelijk en/of beademingsbehoeftig.

[bewerken] Symptomen

[bewerken] Diagnose

De gouden standaard voor het vaststellen van de ziekte van Pompe is een enzymassay waarmee de zure α-glucosidase activiteit in bloed (lymfocyten) wordt gemeten. Deze test kan ook worden uitgevoerd in een blood spot, in een kweek van huidfibroblasten of in een spierbiopt.

Aanvullende tests

Het is moeilijk om snel een diagnose van de ziekte van Pompe te stellen. De symptomen zijn niet bijzonder specifiek en de ziekte is zeldzaam. Omdat de ziekte zo snel verloopt is het van belang dat men de correcte diagnose stelt.

[bewerken] Differentiaaldiagnose infantiele vorm

  • Spinale musculaire atrofie (SMA) type I, ziekte van Werdnig-Hoffmann
  • Hypothyreoïdie
  • Congenitale spierdystrofie
  • Ziekte van Danon
  • Endocardiale fibroelastose
  • Carnitine deficiëntie
  • Glycogeenstapelingsziekte III en IV
  • Idiopathische hypertrofische cardiomyopathie
  • Myocarditis
  • Mitochondriale/ademhalingsketen aandoeningen
  • Peroxisomale aandoeningen

[bewerken] Differentiaaldiagnose late-onset vorm

[bewerken] Behandeling

De ziekte is vooralsnog niet te genezen. De behandeling bestaat uit ondersteunende maatregelen en palliatieve zorg.

[bewerken] Cardiomyopathie

De cardiomyopathie bij de ziekte van Pompe is moeilijk te behandelen. Bij voorkeur door een gespecialiseerde cardioloog. Standaard medicatie zoals beta-blokkers, ACE-remmers en digoxine kan de symptomen in sommige gevallen verergeren.

De arts zal de hartfunctie monitoren:

[bewerken] Longfunctie

De slappe spieren bemoeilijken het hoesten, waardoor het infectierisico toeneemt. Het hoesten kan men ondersteunen met een Cough Assist. Infecties dient men agressief te behandelen. Luchtwegverwijders vergemakkelijken de ademhaling. Toediening van extra zuurstof, 's nachts of continu, kan op verschillende manieren.

[bewerken] Enzymvervangende therapie

Bij de ziekte van Pompe is de activiteit van het enzym zure α-glucosidase zeer sterk gereduceerd. Men onderzoekt het effect van infusen met recombinant menselijk zure α-glucosidase. De uitkomsten van deze studies zijn veelbelovend: de overleving neemt toe, de vergroting van het hart is relatief kleiner en de spierfuncties verbeteren. Wellicht dat in de toekomst deze enzymvervangende therapieën een bijdrage kunnen leveren aan de behandeling van deze ernstige ziekte.


[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  • Koeberl DD, Kishnani PS, Chen YT. Glycogen storage disease types I and II: treatment updates. J Inherit Metab Dis. 2007;30:159-64.
  • Kishnani PS, Howell RR. Pompe disease in infants and children.

J Pediatr. 2004 ;144(5 Suppl):S35-43.

  • Wagner KR. Enzyme replacement for infantile Pompe disease: the first step toward a cure.

Neurology. 2007;68:88-9.

  • Kishnani PS et al. Pompe disease diagnosis and management guideline.

Genet Med. 2006;8:267-88.


  1. Hagemans ML, Winkel LP, Van Doorn PA, Hop WJ, Loonen MC, Reuser AJ, Van der Ploeg AT. Clinical manifestation and natural course of late-onset Pompe's disease in 54 Dutch patients. Brain. 2005 Mar;128(Pt 3):671-7. PMID:15659425
Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen