Zoeaaf

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Douwe en Matthijs Walta uit Workum, twee Nederlandse zoeaven van paus Pius IX in 1870.
Zouavenmonument op de begraafplaats van Verano te Rome. Opgericht door Pius IX in 1867 om de Slag bij Mentana van datzelfde jaar te herdenken

Zoeaven vormden vanaf 1831 een Frans legeronderdeel. De hiernaar vernoemde pauselijke zoeaven probeerden rond 1860 de Kerkelijke Staat in Italië van de ondergang te behoeden.

Oorsprong[bewerken]

De eerste Zoeaveneenheid bestond aanvankelijk uit ongeveer 200 Zuauas, jonge Kabylische Berbers die als hulptroepen het Franse leger in Algerije ondersteunden. Later werden inheemse hulptroepen ondergebracht in regimenten Spahis (cavalerie) of Tirailleurs Algériens ofwel 'Turcos'. Zoeaven werden enkel nog geworven onder jonge Fransen in de kolonie. De kleding bleef om de afkomst van het regiment te onderstrepen een typisch uiterlijk behouden. Via overname door het Franse leger groeiden de Zoeaven al vóór 1840 uit tot een keurtroep van drie regimenten. Zij verwierven een geduchte reputatie in de Krimoorlog en gedurende de Frans-Duitse Oorlog. Hun exotische uitmonstering met wijde broek en rode fez (chechia) bleef tot in de Eerste Wereldoorlog gehandhaafd. Pas in 1962 werd de laatste zoeaveneenheid opgeheven. Met de onafhankelijkheid van Algerije was de rekruteringsgrond voor de Zoeaven weggevallen.

De paus[bewerken]

Franse zoeaaf in 1888.

In het Nederlands taalgebied is het regiment Zuavi Pontifici ("Zoeaven van de Paus") het bekendst. Dit bestond uit katholieke vrijwilligers die onder de regering van paus Pius IX de Kerkelijke Staat verdedigden tegen de aanvallen van Victor Emanuel II, koning van Italië, en diens bondgenoot Giuseppe Garibaldi, een antiklerikaal liberaal-nationalist. Deze paus had een oproep aan de gehele katholieke wereld gedaan om jonge, ongehuwde mannen te zenden om hem bij te staan teneinde de dreigende verwoesting van Rome te voorkomen. De snit van hun uniformen was bijna gelijk aan die van de Franse zoeaven, zij het dat tuniekjasje en broek waren uitgevoerd in grijs met rode biezen. Als hoofddeksel droegen de pauselijke troepen een kepie - een fez werd gezien als te islamitisch voor de katholieke strijders. In totaal kende het regiment 11.000 man, waaronder 3181 Nederlanders (het merendeel), 2964 Fransen, 1634 Belgen (voornamelijk Vlamingen), 700 Italianen en 500 Canadezen.

Van 1861 tot 1866 probeerden de zoeaven Garibaldi's troepen te verjagen of binnenlandse onlusten te onderdrukken. Eind 1866 werden de Franse troepen, die tot dan de zoeaven hadden ondersteund, uit Rome weggehaald. Onmiddellijk steeg het aantal Italiaanse aanvallen. De zoeaven maakten zich verdienstelijk in Montelibretti en later ook in Monterotondo. Dit kon echter niet voorkomen dat de toestand zodanig verslechterde dat de Fransen genoodzaakt waren om weer troepen te sturen naar Italië. De Franse legers en de zoeaven versloegen Garibaldi op 5 november 1867 te Mentana, wat de situatie zou doen stabiliseren tot in 1870.

Op 5 augustus 1870 riep Frankrijk zijn troepen terug, omdat het zojuist de oorlog had verklaard aan Pruisen. Toen na de Val van Sedan op 1 september 1870 het Tweede Franse Keizerrijk ineenstortte, had Italië niets meer te vrezen van het Franse leger en besloot het om op 9 september massaal de Pauselijke Staten binnen te vallen. De Val van Rome op 20 september 1870 kon door de overrompelde pauselijke troepen niet meer worden voorkomen. Een dag later werd het pauselijk leger van de zoeaven ontbonden en werden de soldaten huiswaarts gestuurd.

Van de 1634 Belgische zoeaven worden de verliezen geschat op ongeveer 120 man, een twintigtal tijdens de gevechten en de rest door ziekte of ongeval.

Nederland[bewerken]

Standbeeld ter herinnering aan de gevallen zoeaven tijdens de strijd om de Kerkelijke Staat. Centraal staat paus Pius IX, met aan zijn voeten een omgekomen zoeaaf. Het beeld bevindt zich in Oudenbosch. Het opschrift luidt: In Memoriam Neerlands Kath. Zonen Gesneuveld in de Veredediging van Petrus' Erf

De Nederlanders gingen eerst naar Amsterdam, het aanmeldpunt, en vervolgens naar de West-Brabantse plaats Oudenbosch, het verzamelpunt. De pastoor van Oudenbosch, pastoor Hellemons, bijgenaamd de zoeavenpastoor, bood een groot aantal van hen onderdak in Pensionaat Saint Louis om daar voor hun uitzending naar Rome een eerste oefening te ondergaan. Daarna vertrokken ze per trein naar Marseille.

De zoeaven waren de pauselijke zaak volledig toegewijd maar ze bleken onvoldoende getraind en moesten uiteindelijk, geconfronteerd met een Italiaanse overmacht, de strijd staken. Veel van de naar Nederland terugkerende zoeaven raakten hun staatsburgerschap kwijt, omdat ze in vreemde krijgsdienst waren getreden zonder hiervoor toestemming aan koning Willem III te vragen.

Als blijvende herinnering aan de zoeaven bouwden de Oudenbosschenaren onder de leiding van pastoor Hellemons de Basiliek van de H.H. Agatha en Barbara, een nabootsing van de grote Sint-Pietersbasiliek te Rome, met een standbeeld van de zoeaven op het voorplein. In de jaren van het Rijke Roomsche Leven, pakweg de eerste helft van de twintigste eeuw, zouden veel oud-strijders met hun aanwezigheid in zoeavenuniform hoogmissen en processies blijven opluisteren. De laatste Nederlandse zoeaaf overleed kort na de Tweede Wereldoorlog.

De herinnering aan de zoeaven wordt door enkele Oudenbosschenaren levend gehouden, doordat zij in een zoeavenuniform kerkelijke vieringen opluisteren. Verder is er een zoeavenmuseum in Oudenbosch, gevestigd in het oude gemeentehuis van Oudenbosch aan de Markt. Een andere verwijzing naar de zoeaven is de gelijknamige voetbalvereniging van Grootebroek. Deze vereniging dankt haar naam aan een als zoeaaf omgekomen plaatsgenoot, Pieter Janszoon Jong. In Tilburg bestaat de Zouavenlaan. Ook enkele zijstraten daarvan zijn naar Tilburgse zoeaven genoemd, namelijk het Antoine Artsplein, de Luitenant Wilsstraat de Luitenant Looijmansstraat en de Baron van Lamsweerdelaan. In America bestaat de Zouavenstraat.

Gezegde[bewerken]

In West-Vlaanderen (België) wordt soms gezegd 'je loopt er weer bij als een zoeaaf'. Dit verwijst wellicht naar de losse kledij van de zoeaven.

Literatuur[bewerken]

Wim Zaal, De vuist van de paus. De Nederlandse zouaven in Italië, 1860-1870. Amsterdam: Wetenschappelijke Uitgeverij, 1980.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]