310-319

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De jaren 310-319 (van de christelijke jaartelling) zijn een decennium in de 4e eeuw.

Belangrijke gebeurtenissen[bewerken]

Droom van Constantijn de Grote en de slag bij de Milvische brug

In het edict van Nicomedia (311), opgesteld door keizer Galerius vlak voor zijn dood, worden de christenvervolgingen in het Romeinse Rijk beëindigd. Kerken mochten weer worden opgebouwd. In het edict van Milaan van Constantijn en Licinius (februari 313) wordt dit nog versterkt. De christenen krijgen dan volledige geloofsvrijheid.

Constantijn trekt op tegen Maxentius, en verslaat hem in de slag bij de Milvische brug (28 oktober 312). Hij lijkt zich te verzoenen met Licinius. Maximinus II Daia trekt op tegen Licinius. Hij verovert Byzantium, maar wordt door Licinius verslagen in de slag bij Adrianopel (30 april 313). Hierdoor blijven er slechts twee keizers over: Constantijn in het westen en Licinius in het oosten.

Tussen Constantijn en Licinius komt het echter ook weer tot spanningen. Tot twee keer toe komt het tot een staat van oorlog (314, 316-317). Constantijn wint, maar Licinius blijft aan als keizer. Wel moet hij gebied afstaan aan Constantijn.

Liu Yan van het Han Zhao-rijk verslaat twee keer de Yinkeizers (311 en 316). De eerste keer leidt dit tot een verplaatsing van de hoofdstad van Luoyang naar Chang'an, de tweede keer tot het einde van de westelijke Jindynastie. Vluchtelingen van de verslagen keizerlijke familie stichten echter in Jiankang de nieuwe oostelijke Jindynastie.

Binnen de Kerk bestaan theologische conflicten. In het begin van het decennium komt het vooral rond Carthago tot een conflict met de donatisten. Op het Concilie van Arles (314) wordt getracht tot een vergelijk te komen. Dit mislukt, en het donatisme wordt veroordeeld. Later komt het in Alexandrië tot een fel conflict tussen Arius en Athanasius (het arianisme tegenover het trinitarisme).

Belangrijke personen[bewerken]